17 mei 2012

Hebben amateurs een geval van microlensing gezien?

Op halloweendag, 31 oktober 2006, hebben amateur-sterrenkundigen GSC 3656 1328wellicht een uniek verschijnsel waargenomen. Die dag werd een ster in het westelijk deel van het sterrenbeeld Cassiopeia een factor 40 helderder, namelijk van magnitude 11,5 naar 7,0m! De ster in kwestie, genaamd GSC 3656-1328 (coördinaten: R.A. 00h 09m 21, Dec +54 39′ 43.8; zie de afbeelding, ongeveer 0,5 graad in doorsnee), was volgens de boeken geen type die dat soort erupties kan hebben. De meldingen van de waarneming werden gedaan op het forum van de Society for Popular Astronomy (SPA). Twee dagen na de eerste waarneming van de helderheidstoename namen amateurs ook spectra van de ster. De helderheid nam na twee dagen snel af. De Spectrum van GSC 3656 1328ster is van spectraaltype A/F en daar treden af en toe erupties op, maar deze eruptie is vele malen groter dan gewoonlijk. Op 3 november kwam een verklaring vanuit Polen. Het was Andrzej Niedzielski van het Torun Center for Astronomy (Nicolaus Copernicus Universiteit) die op het SPA-forum het volgende meldde (ik heb effe geen zin om het hele stuk te vertalen hoor èn je kan het altijd nog in Babelfish gooien:

We report BV photometry and optical spectroscopic observations of a bright new variable in Cassiopeia, identified as GSC 3656-1328 (CBET # 711 , # 712 ). According to SIMBAD database GSC 3656-1328 is a 11.4 star in V with B-V of about 0.2. Our spectra in the region 3700-7300AA and at a resolution of 4A were obtained with the 60/90cm Schmidt-Cassegrain telescope of Torun Observatory between 2006 November 02.790 UT and November 03.713 UT. They show a typical A0V-A1V star without remarkable spectral variations or line shifts. The Balmer absorptions show an average radial velocity of -45 +/-15 km/s. The brightness estimate: V=10.15 and B=10.35 was obtained with the 60cm Cassagrain telescope of Torun Observatory on 2006 November 02.765 UT. The SIMBAD data show that before the event GSC 3656-1328 was a slightly reddened A0V-A1V star at a distance of about 1 kps. The only observed change was a sudden rapid increase and then a decrease of the brightness with an amplitude about 4 mag without any spectral changes. It is difficult to associate such an observed phenomenon with any type of variable stars. A possible explanation of the GSC 3656-1328 behavior could be a gravitational microlensing event. If that is the case, this would be the closest microlensing event ever observed.”

Met de laatste zinssneden uit Polen gingen uiteraard menig harten kloppen bij amateur-sterrenkundigen. Er zou voor het eerst microlensing door amateurs kunnen zijn waargenomen. Bij gravitationele microlensing wordt een zwak object in helderheid vergroot als er tussen het object en de Aarde een ander zwaar object komt. Dat zware object zal door z’n gravitatie de lichtstralen van het zwakke objecten afbuigen, zodat deze gebundeld en versterkt worden en zodoende neemt de helderheid toe. In het geval van GSC 3656-1328 wordt er zelfs gesproken van een mini-zwart gat dat verantwoordelijk zou zijn voor de gravitationele microlensing. Toetsing van deze hypothese zou kunnen door de lichtcurve van de ster te bekijken na het maximum èn voor het maximum. De lichtcurve moet namelijk symmetrisch zijn. Probleem is echter dat de ster voor de 31e oktober niet uitgebreid is gefotografeerd! Kortom, de amateur-wereld is hevig op zoek naar foto’s van de ster van voor 31 oktober 2006. Iedereen met dergelijke foto’s kan ze mailen naar Roger Pickard van de VSS in Amerika. Op 6 november kwam overigens een telegram (bestaan die nog?) waarin het CBAT meldde dat het ook zou kunnen gaan om een zogenaamde dwergnova. Afijn, hier valt nog veel over te melden. Ik hou jullie op de hoogte. Bron: Society for Popular Astronomy en Bad Astronomy Blog.

Share

De jacht op donkere materie gaat beginnen

Detector van cdmsIIZo’n 25% van de totale massa van het heelal schijnt er uit te bestaan, maar geen enkele wetenschapper weet wat het precies is: donkere materie. En toch gaan binnenkort 46 wetenschappers van 13 verschillende instituten in een diepe mijn in Minnesota aan de slag met het Cryogenic Dark Matter Search II project (CDMSII) om donkere materie te proberen te ontdekken. In die mijnschacht gaan ze op zoek naar de zogenaamde Weakly Interacting Massive Particles (oftewel de WIMPS), deeltjes die normaal gesproken niet reageren op gewone materie. Maar héél af en toe schijnt een reactie wel mogelijk te zijn en dat hoopt men te kunnen zien. WIMPS zouden volgens de theorie een neutrale electrische lading hebben en zo’n 100 keer zo zwaar als een proton. Net als neutrino’s zijn de WIMPS in staat om moeiteloos dwars door de Aarde te vliegen en met geen enkel gewoon aards deeltje te botsen. In de detector van CDMSII, die een hockeypuck-achtige vorm heeft, wordt een zeer koude toestand bereikt: zo’n 50 miljoenste graad boven het absolute nulpunt (da’s -273 graden Celcius, brrrrr….). De detectors zelf bestaan uit vast silicium en germanium. Als een WIMP met de detector zou reageren, wat theoretisch heel af en toe voor zou moeten komen, zouden ze eventjes trillen en dat zou een beetje warmte genereren. Dat zou in de vorm van zogenaamde fononen te zien moeten zijn. Ook zouden er bij de botsing geladen ionen kunnen ontstaan en die zouden ook weer waarneembaar moeten zijn. Kortom, twee manieren om op een indirecte manier WIMPS te kunnen zien. Wie weet komen de donkere dagen voor kerst de donkere materie-deeltjes eindelijk tevoorschijn. Bron: Stanford.

   Ik blijf javascript-fouten op de pagina houden. Ik probeer vandaag die ‘bugs’ te debuggen, zoals ze dat in vaktaal noemen. Hopelijk ben ik er morgen vanaf.

Share

Uitbarsting van zwart gat direct waargenomen

Afbeelding van IGR J17497-2821Op 17 september 2006 zaten medewerkers van het Integral Science Data Centre (ISDC), in Versoix (Zwitserland) met behulp van de Europese gammasateliet Integral te kijken naar het centrum van de melkweg. Op hun computers zagen ze de wijzers uitslaan toen ze een uitbarsting ‘zagen’ van een object in de buurt van dat centrum. Het was geen ‘gewone’ gammastraler, want die duren slechts enkele seconden tot minuten. Deze gamma-uitbarsting duurde veel langer: de helderheid groeide gedurende enkele dagen en daarna volgde een langzame afname die weken duurde. De uitgestraalde energie was trouwens ook minder dan bij gammastralers: sterrenkundigen noemen dat harde röntgenstraling.
Het blijkt allemaal te gaan om het object met de exotische naam IR J17497-2821. Het is een zogenaamde röntgennova, die in dat ‘harde röntgengebied’ straalt. De bron van de nova blijkt een dubbelstersysteem te zijn, dat bestaat uit een gewone ster en een zwart gat (hé, net als dat bericht van die periodieke gammastraler gisteren. Nee, dit is echt een ander object). De harde röntgenuitbarsting ontstaat als materie van de gewone ster in een accretieschijf rondom het zwarte gat terechtkomt en daar vindt dan soms een eruptie plaats. Bron: ESA.

Ik heb trouwens vanavond MR-vergadering (de medezeggenschapsraad) op de school van de kidz, dus veel tijd voor astroblogs heb ik niet. Ik had trouwens vandaag ook wat javascript-problemen met de site. Als lezers dat ook merken dan moeten ze het maar even doorgeven.

 

Share

Allereerste periodieke gammapulsen ontdekt

Afbeelding van LS5039Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om voor het eerst regelmatige pulsen waar te nemen met energieën die in het zeer hoge gammagebied van het spectrum zitten. Dat deden ze met behulp van de zogenaamde H.E.S.S. telescopen (hetgeen staat voor High Energy Stereoscopic System, een viertal telescopen in Namibië). Al sinds de jaren zestig kennen sterrenkundigen objecten die regelmatige pulsen uitzenden, zoals de ronddraaiende neutronensterren, die in het radiogolfgebied pulsen uitzenden, de pusars. Maar het object wat nu ontdekt is, geeft pulsen die zo’n 100.000 keer energierijker zijn dan wat ooit eerder gezien is. Het gaat om het dubbelstersysteem LS 5039, waarvan de zichtbare component een massieve blauwe ster is, zo’n twintig keer het gewicht van de zon. De andere component is onzichtbaar, maar vermoedelijk een zwart gat. De twee draaien om elkaar heen in 3,9 dagen tijd en de afstand tussen hen bedraagt tussen de 1/5e en 2/5e van de afstand Zon-Aarde. Afbeelding van LS5039 Vanwege de rotatie van het zwarte gat om de zichtbare ster vari�ren de gammapulsen: als het zwarte gat tussen de blauwe ster en de Aarde in staat zijn de gammapulsen het hevigst en als het zwarte gat ‘achter’ de blauwe ster staat zijn de pulsen het laagst in intensiteit. Wie het artikel van het HESS-team wil nalezen, zoals dat op 24 november 2006 werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Astronomy and Astrophysics kan hier terecht. Bron: PPARC.

Foto’s van bijeenkomsten Christiaan Huygens online

Voor alle ge�nteresseerden heb ik foto’s van diverse bijeenkomsten van sterrenkundevereniging Christiaan Huygens online gezet. Het gaat om de volgende bijeenkomsten:

Ik zal in m’n links (m’n links staan rechts ;-) ) de online-fotoalbums van Christiaan Huygens vermelden. Leuk zowel voor leden die de bijeenkomsten hebben bijgewoond als niet-leden van Christiaan Huygens om een indruk te krijgen. Voor de laatste groep: kom ook eens een kijkje nemen bij Christiaan Huygens. Vrijdag a.s. (1 december) bijvoorbeeld is er een publiekslezing. Zie mijn eerdere Astroblog daarover.

Share

Razendsnel roterend zwart gat ontdekt

Met behulp van de Rossi X-ray Timing Explorer satelliet van de0630_diagram_lores_new.jpg NASA heeft een team sterrenkundigen onder leiding van Jeffrey McClintock en Ramesh Narayan (beiden van het Center for Astrophysics and Space Research, CfA) een zwart gat ontdekt dat maar liefst 950 keer per seconde roteert 8-O ! Het betreft een zwart gat genaamd GRS1915+105, zo’n 35.000 lichtjaar hier vandaan in het sterrenbeeld Arend (Aquila). Met z’n 950 rondjes per seconde wordt 82% gehaald van het theoretische maximum van 1.150 rondjes per seconde.
Van zwarte gaten was theoretisch al bekend dat ze in feite slechts twee kenmerken hebben: hun massa en hun rotatie. Simpel dus. Van die twee kenmerken is de rotatie van zwarte gaten de minst bekende. De meting van de rotatie van GRS1915+105 is eigenlijk de eerste vaststelling van de rotatie van een zwart gat. GRS1915+105 is eigenlijk een dubbelster-systeem, waarbij het ene object een zwart gat is met een massa van 14 zonsmassa’s en het andere een gewone ster. Door de gravitatiekracht wordt materie van de ster naar het zwarte gat getrokken en deze komt in een zogenaamde Ramesh Narayan accretieschijf rondom het zwarte gat terecht, waar het door verhitting röntgenstraling uitzendt. Het zijn metingen aan de helderheid van die röntgenstraling en de temperatuur van het invallende gas die het team van CfA meer informatie gaf over de waarneemhorizon van het zwart gat en dat leverde weer informatie op over de rotatiesnelheid. Een roterend zwart gat heeft namelijk een kleinere binnenste straal van de accretieschijf (gevormd door de waarneemhorizon) dan een niet-roterend zwart gat. Het team van McClintock en Narayan denkt dat de ster die uiteindelijk evolueerde in het zwarte gat GRS1915+105 ook al een extreem hoge rotatiesnelheid had en dat die snelheid overgenomen is door het zwarte gat.
Bron: CfA/Harvard.

Share

Volgende week: publiekslezing bij Christiaan Huygens

Op vrijdag 1 december a.s. zal bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens de jaarlijkse publiekslezing worden gehouden. Dat zal deze keer gebeuren door Robert H. van Gent, werkzaam als Universiteitsdocent aan de Universiteit van Utrecht in de Vakgroep Sterrenkunde en Geowetenschappen. Het onderwerp van de publiekslezing is Sterrenkunde in het Oude Nabije Oosten. Voor leden van Christiaan route_nvwa.gifHuygens is de lezing gratis. Niet leden betalen € 2,50. De publiekslezing wordt gehouden in het Streeknatuurcentrum Alblasserwaard, Matenaweg 1 in Papendrecht (nabij Wijngaarden). Telefoon clubhuis: (0184)412618. Zie bijgaand kaartje. Een complete routebeschrijving is te vinden op de website van Christiaan Huygens.

In de publiekslezing zal het gaan om de geschiedenis van de sterrenkunde vanaf het begin in Mesopotamië. Spijkerschrifttabletten uit het 2de en 1ste millennium v.Chr. leveren ons de vroegste kalenders, beschrijvingen van de sterrenbeelden en theorieën over de bewegingen van de zon, de maan en de planeten. In de afgelopen decennia is meer en Sterrenkunde in de Middeleeuwenmeer duidelijk geworden dat vele astronomische ontdekkingen, die vroeger aan de oude Grieken werden toegeschreven, al in het Tweestromenland bekend waren. De rol van de Egyptische sterrenkunde, die volgens populaire werken een grote ouderdom bezat, blijkt van veel minder invloed te zijn geweest op de ontwikkeling van de latere sterrenkunde.

Robert van Gent is geboren in Dordrecht (hé, da’s een soort van thuiswedstrijd dus) en momenteel werkt hij aan een project over de geschiedenis van Nederlandse hemelcartografie. Wie meer info wilt kan terecht op de homepage van Robert van Gent.

Share

Sterrenkundigen kiezen een Top-10 van mooiste Hubblefoto’s

Sterrenkundigen hebben deze week een top-10 gekozen van de mooiste foto’s die de Hubble ruimtetelescoop de afgelopen 16 jaar gemaakt heeft. Uiteraard zijn jullie benieuwd naar die Top-10. Welnu, hier is ‘ie:

Nr. 1: De Sombreronevel (M104):

no1_350x1751.jpg

Nr. 2: De Miernevel (Mz3):

Nr. 2 de Miernevel

 

 

 

Nr. 3: De Eskimonevel (NGC 2392):

Nr. 3 De Eskimonevel

 

 

 

Nr. 4: De katteoognevel:

Nr. 4 De katteoognevel

 

 

 

 

 Nr. 5: De uurglasnevel:

Nr. 5 De uurglasnevel

 

 

 

 

Nr. 6: De kegelnevel

Nr. 6 De kegelnevel

 

 

 

 

Nr. 7: gasnevel in Zwaan

Nr. 7 Gasnevel in Zwaan

 

 

 

 

Nr. 8: ‘Starry night’ (genoemd naar een schilderij van Van Gogh):

Nr. 8 Starry Night

 

 

 

Nr. 9: Twee botsende sterrenstelsels (NGC 2207 en IC 2163):

 Nr. 9 Twee botsende sterrenstelsels

 

 

En last but not least Nr. 10: De Trifidnevel

Nr. 10 De Trifidnevel

 

 

 

En dat is de top-10 van de mooiste door Hubble gemaakte plaatjes. Aldus een stelletje sterrenkundigen. Geen idee wie dat precies waren, maar ik kwam het bericht over die top-10 in heel veel digitale kranten tegen, o.a. de Daily India (jaja, dat is me een bron ;-) )  en de Daily Mail. Het gekke is weer dat ik op de officiële website van Hubble niets terugvind van die Top-10. Maar goed, doet er niet toe, het blijven tien héle mooie plaatjes. Wie meer info over de tien objecten wil (en ook plaatjes ervan in véél grotere resolutie) die kan op die site van Hubble terecht.

Share

Ruimtevaarder slaat verste golfslag ooit

Animatie van de verste golfslagbal in de ruimte ooit geslagenAfgelopen nacht heeft de Russische ruimtevaarder en bemanningslid van het internationale ruimtestation ISS Mikhail Tyurin in de ruimte een echte golfslag gemaakt. Samen met commandant Mike Lopez-Alegria maakte Tyurin een ruimtewandeling van ruim vijf en een half uur. Terwijl zij buiten in de ruimte verbleven bleef de Duitse astronaut Thomas Reiter in het ISS achter. Het was een hele toer om een simpel golfballetje in de ruimte te slaan: Lopez-Alegria moest de voeten van Tyurin vasthouden, terwijl deze met één hand de golfbal wegsloeg. Het gewicht van de golfbal was 3 gram, veel minder dan een gewone bal die 46 gram weegt. De reden was dat de ISS niet beschadigd mocht worden door een verkeerd geslagen bal en met een golfbal van 3 gram was het risico aanvaardbaar. De golfslag was een commerciële stunt van het Canadese Element 21, een bedrijf dat golfsticks produceert. Dus geen wetenschappelijk foto van de ruimtewandeling afgelopen nachtinstrument, al kan je dat er m.i. best van maken. Een video van de golfslag is hier te bewonderen. Tyurin heeft in ieder geval de verste golfslag ooit geslagen, want met een snelheid van duizenden km per uur zal de golfbal zo’n drie dagen in de ruimte reizen. Tenminste, dat is de berekening van de NASA. Volgens Nataliya Hearn, directeur van Element 21, zal het balletje echter minstens drie jaar in de ruimte verblijven. Daarna zal het in de dampkring van de atmosfeer verbranden. Mmmmm, levert vast de allereerste golfmeteoor op ;-) . Bron: Space.cweb en NRC-Handelsblad, 23 november 2006.

Share

Halo van donkere materie gesimuleerd

dark_matter_06_11_27.jpgMet behulp van de snelste supercomputer van de NASA hebben sterrenkundigen van de Santa Cruz Universiteit (Californië, VS) een simulatie uitgevoerd van de halo van donkere materie om de melkweg heen. Het is allemaal gedaan op de Columbia supercomputer op het NASA Ames Research Center, één van de krachtigste computers ter wereld. De simulatie, die op internet in talloze animaties is te downloaden (en wel hierzo, variërend van 4,7 Mb tot maar liefst 218 Mb!; leuk trouwens dat op die site telkens gesproken wordt over de Via Lactea……de Melkweg dus), laten zien dat die halo niet een uniforme verspreiding kent, maar erg brokkelig is. In de animaties zijn talloze subhalo’s te zien die gravitationeel op elkaar in werken en voortdurend bewegen. Let wel: het gaat in de filmpjes om donkere materie, onzichtbaar voor ons dus, en niet om gewone materie. De onderzoekers zagen wel zo’n 10.000 subhalo’s in de simulatie opdoemen, tien keer zoveel als in eerdere simulaties gedaan met minder krachtige computers. Sommige subhalo’s van donkere materie vertonen zelf ook weer een ‘subsub-structuur’, aldus Piero Madau, één van de sterrenkundigen. Door de simulatie rijst er wel direct een probleem: het blijkt namelijk dat de verdeling van donkere materie rondom de Melkweg, zoals uit de simulatie naar voren komt, niet overeenkomt met de werkelijke verdeling van dwergstelsels rondom de Melkweg. Altijd had men gedacht dat door de gravitationele werking van de donkere materie de begeleiders van de Melkweg in de buurt moesten zitten van de klompen donkere materie, maar dat blijkt nu niet het geval. Ook is er een numeriek verschil: er zijn ongeveer 120 grote subhalo’s van donkere materie waargenomen in de simulatie en slechts 15 werkelijke begeleiders (zoals de Magelhaense Wolken) van gewone materie.
Nog even voor de PC-liefhebbers: de simulatie hebben ze berekend door een paar maanden lang zo’n 300 tot 400 processors te laten rekenen, bij elkaar zo’n 340.000 CPU-uren. Geen idee wat het is, maar het klinkt veel. De simulatie start 50 miljoen jaar na de big bang en loopt door tot nu, dus zo’n 13,7 miljard jaar na de big bang. In de simulatie zijn 234 miljoen deeltjes nagebootst. Zo, wanneer gaan wij dat op onze pentium IV nadoen? :?: Bron: Santa Cruz Universiteit.

Sterrenkunde op scholen

Michael_David_scope.jpgEven iets heel anders: deze week werd bekend dat Minister v.d. Hoeven van onderwijs € 125.000 per jaar gaat stoppen in het project Universe Awareness (UNAWE). Ik heb daar eerder al een astroblog over geschreven, op 27 augustus j.l. om precies te zijn. UNAWE is een nieuw, internationaal programma, dat gericht is op economisch benadeelde kinderen tussen 4 en 10 jaar in ontwikkelingslanden en in Europa. Daarin willen ze “jonge kinderen een gevoel voor de omvang en schoonheid van het universum meegeven door bewustwording van het heelal.” Wow, dat klinkt even prachtig. Die mevrouw v.d. Hoeven verdient vandaag toch wel een paar extra stemmen te krijgen. En ook goed te zien dat m’n astroblog effect heeft gehad ;-) .

Share

Letterlijk een explosie van supernovae

Twee supernovae in NGC 1316Normaal gesproken vinden er heel af en toe in sterrenstelsels supernova-explosies plaats. In grote sterrenstelsels zo’n drie keer per eeuw. In ons eigen Melkwegstelsel was de laatste supernova-explosie ergens in de 17e eeuw! Sterrenkundigen hebben met behulp van NASA’s Swift-satelliet een héél bijzonder sterrenstelsel waargenomen, te weten NGC 1316. Daar hebben ze namelijk in minder dan vijf maanden twee supernovae achter elkaar ontdekt èn in de afgelopen 26 jaar nog eens twee andere supernovae. Vier supernovae dus binnen 26 jaar 8-O !! Tsja, je zou als amateur-sterrenkundige maar in NGC 1316 wonen, heerlijk!! In de foto (klik erop voor een vergroting) zien we rechts de supernova met de mooie naam SN 2006dd, die op 19 juni 2006 door Swift werd ontdekt en links SN 2006mr die op 5 november j.l. werd ontdekt. De heldere vlek in het midden is de kern van NGC 1316 (lijkt wel een neus :P ) en links van SN 2006dd staat een voorgrondster. NGC 1316 is een groot elliptisch sterrenstelsel, dat ‘onlangs’ in botsing is gekomen met een spiraalstelsel. Die botsing verklaart waarschijnlijk de letterlijke explosie aan supernovae in dit stelsel. Opmerkelijk daarbij is dat alle vier de supernovae van type 1a zijn, een type dat normaal niet wordt geassocieerd met dit soort sterrenstelsels. Met andere woorden: de heren en dames sterrenkundigen kunnen weer aan de slag om dit te gaan verklaren. Werk aan de winkel! En voor ons amateur-sterrenkundigen wordt het nou wel eens tijd voor een supernova in de Melkweg. Bron: Swift/Eberly College.

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler