12 februari 2012

Een groene planetaire nevel aan de rand van bolhoop NGC 1846

Bolhoop NGC 1846 met een planetaire nevel

160.000 Lichtjaar van ons verwijderd in het sterrenbeeld Doradus ligt de Grote Magelhaense Wolk, een begeleidend dwergstelsel van onze Melkweg. Aan de rand van het stelsel liggen talloze bolvormige sterrenhopen, net zoals ook de Melkweg omgeven is door honderden bolhopen, zoals ze kortweg worden genoemd. Eén van de bolhopen vlakbij de Grote Magelhaense Wolk is NGC 1846, welke je op de grote foto ziet, een verzameling van een paar honderdduizend sterren. Helemaal onderin die foto zie je een klein groen rond vlekje. Met de Hubble ruimtetelescoop hebben ze dat vlekje nader bekeken en het blijkt te gaan om een zogenaamde planetaire nevel (zie de uitvergroting). Zo’n nevel ‘lijkt’ op een planeet, maar het heeft verder niets met planeten te maken. Een planetaire nevel is gas van de buitenlagen van een ster die na z’n waterstofverbranding in de kern is gaan krimpen en heter is geworden. De buitenlagen worden door die verhitting weggeblazen en door het ultraviolette licht van de achtergebleven witte dwerg in de kern wordt het zuurstof in het gas tot oplichten gebracht en dat levert de groene kleur op. In eerste instantie bestond het vermoeden dat de planetaire nevel helemaal niet bij NGC 1846 hoort, maar bij de Melkweg en vanaf de aarde gezien in dezelfde richting als de bolhoop staat. Vergelijkingen tussen de snelheid van die witte dwerg in de kern van de planetaire nevel en de sterren van NGC 1846 laat echter zien dat de planetaire nevel wél tot de bolhoop behoort. :bron: Bron: Bad Astronomy.

VISTA ontdekt nieuwe bolvormige sterrenhopen van de Melkweg


Op nieuwe opnamen van ESO’s VISTA-surveytelescoop, die deel uitmaken van de Via Lactea-survey (VVV), zijn twee nieuwe bolvormige sterrenhopen ontdekt. Tot nu toe waren in ons Melkwegstelsel pas 158 van die ‘bolhopen’ bekend. Bij de survey is voor het eerst ook een open sterrenhoop opgespoord die zich ver achter het melkwegcentrum bevindt, en waarvan het licht dus dwars door het stof en gas in het hart van ons Melkwegstelsel heen moest gaan om ons te kunnen bereiken. Op de eerste van de hier getoonde infraroodopnamen van de VISTA-surveytelescoop van de ESO-sterrenwacht op de berg Paranal (Chili) is rechts de opvallende bolvormige sterrenhoop UKS 1 te zien. Maar als je goed kijkt, heeft het drukke sterrenveld nog een verrassing in petto: een zwakkere bolvormige sterrenhoop die ontdekt is in de gegevens van een van de VISTA-surveys. Deze bolhoop, die de aanduiding VVV CL001 heeft gekregen, vertoont zich als een kleine samenscholing van sterren, links van het midden. VVV CL001 is de eerste van twee bolhopen die met VISTA zijn ontdekt. De foto is hier in origineel tif-formaat te downloaden, 12,1 Mb groot.

Foto b. De met Vista ontdekte bolhoop VVV CL002

Hetzelfde onderzoeksteam heeft ook VVV CL002 opgespoord, die te zien is op foto b – hiernaast te zien. Voor de liefhebbers is hier het origineel in tif-formaat, 23 Mb groot.  Van alle bekende bolvormige sterrenhopen zou deze kleine, zwakke verzameling sterren wel eens het dichtst bij het melkwegcentrum kunnen staan. Het komt niet vaak voor dat er een nieuwe bolvormige sterrenhoop in ons Melkwegstelsel wordt ontdekt. De laatste ontdekking vond plaats in 2010, wat het totaal toen op het schamele aantal van 158 bracht. De nieuwe bolhopen behoren tot de eerste ontdekkingen die zijn gedaan bij de ‘VISTA Variables in the Via Lactea’-survey (VVV), die het centrale deel van de Melkweg systematisch in kaart brengt in het infrarood. Het VVV-team staat onder leiding van Dante Minniti (Pontificia Universidad Católica de Chile) en Philip Lucas (Centre for Astrophysics Research, University of Hertfordshire, VK). Naast bolvormige sterrenhopen ontdekt VISTA ook veel open sterrenhopen, die doorgaans minder, maar jongere sterren bevatten dan bolvormige sterrenhopen en veel talrijker zijn. Een van die nieuwe sterrenhopen is VVV CL003, een open sterrenhoop die in de richting van het melkwegcentrum staat, maar dan ongeveer 15.000 lichtjaar daarachter. Het is voor het eerst dat zo’n cluster aan de overkant van het Melkwegstelsel is ontdekt. Gezien de geringe helderheid van de nu ontdekte sterrenhopen is het niet verwonderlijk dat ze zo lang onopgemerkt zijn gebleven. Tot een paar jaar geleden was UKS 1 (te zien op foto a), die de nieuwe aanwinsten ruimschoots in helderheid overtreft, de zwakste van alle bekende bolvormige sterrenhopen van het Melkwegstelsel. Vanwege de absorptie en roodverkleuring van sterlicht door interstellair stof zijn deze objecten alleen waarneembaar in het infrarood, en om die reden is VISTA – de grootste surveytelescoop ter wereld – bij uitstek geschikt om in het stofrijke centrale deel van de Melkweg nieuwe sterrenhopen op te sporen. Het is denkbaar dat VVV CL001 door de zwaartekracht gebonden is aan UKS 1, wat dit tweetal dan tot de eerste dubbele bolhoop van het Melkwegstelsel zou maken. Maar misschien staat de ene sterrenhoop wel veel verder weg dan de andere, en staan ze slechts bij toeval ruwweg in dezelfde richting. Deze VISTA-foto’s zijn opgebouwd uit opnamen die gemaakt zijn door nabij-infraroodfilters J (afgebeeld als blauw), H (groen) en Ks (rood). De foto’s tonen slechts een klein deel van het volledige beeldveld van de VISTA-telescoop. Op de eerste van de hier getoonde infraroodopnamen van de VISTA-surveytelescoop van de ESO-sterrenwacht op de berg Paranal (Chili) is rechts de opvallende bolvormige sterrenhoop UKS 1 te zien. Maar als je goed kijkt, heeft het drukke sterrenveld nog een verrassing in petto: een zwakkere bolvormige sterrenhoop die ontdekt is in de gegevens van een van de VISTA-surveys. Deze bolhoop, die de aanduiding VVV CL001 heeft gekregen, vertoont zich als een kleine samenscholing van sterren, links van het midden. VVV CL001 is de eerste van twee bolhopen die met VISTA zijn ontdekt. Hetzelfde onderzoeksteam heeft ook VVV CL002 opgespoord, die te zien is op foto b. Op de video hieronder wordt ingezoomd op VVV CL001.

Van alle bekende bolvormige sterrenhopen zou deze kleine, zwakke verzameling sterren wel eens het dichtst bij het melkwegcentrum kunnen staan. Het komt niet vaak voor dat er een nieuwe bolvormige sterrenhoop in ons Melkwegstelsel wordt ontdekt. De laatste ontdekking vond plaats in 2010, wat het totaal toen op het schamele aantal van 158 bracht. De nieuwe bolhopen behoren tot de eerste ontdekkingen die zijn gedaan bij de ‘VISTA Variables in the Via Lactea’-survey (VVV), die het centrale deel van de Melkweg systematisch in kaart brengt in het infrarood. Het VVV-team staat onder leiding van Dante Minniti (Pontificia Universidad Católica de Chile) en Philip Lucas (Centre for Astrophysics Research, University of Hertfordshire, VK). Naast bolvormige sterrenhopen ontdekt VISTA ook veel open sterrenhopen, die doorgaans minder, maar jongere sterren bevatten dan bolvormige sterrenhopen en veel talrijker zijn. Een van die nieuwe sterrenhopen is VVV CL003, een open sterrenhoop die in de richting van het melkwegcentrum staat, maar dan ongeveer 15.000 lichtjaar daarachter. Het is voor het eerst dat zo’n cluster aan de overkant van het Melkwegstelsel is ontdekt. Gezien de geringe helderheid van de nu ontdekte sterrenhopen is het niet verwonderlijk dat ze zo lang onopgemerkt zijn gebleven. Tot een paar jaar geleden was UKS 1 (te zien op foto a), die de nieuwe aanwinsten ruimschoots in helderheid overtreft, de zwakste van alle bekende bolvormige sterrenhopen van het Melkwegstelsel. Vanwege de absorptie en roodverkleuring van sterlicht door interstellair stof zijn deze objecten alleen waarneembaar in het infrarood, en om die reden is VISTA – de grootste surveytelescoop ter wereld – bij uitstek geschikt om in het stofrijke centrale deel van de Melkweg nieuwe sterrenhopen op te sporen. Het is denkbaar dat VVV CL001 door de zwaartekracht gebonden is aan UKS 1, wat dit tweetal dan tot de eerste dubbele bolhoop van het Melkwegstelsel zou maken. Maar misschien staat de ene sterrenhoop wel veel verder weg dan de andere, en staan ze slechts bij toeval ruwweg in dezelfde richting. :bron: Bron: ESO.

Wil je Omega Centauri fotograferen, krijg je dít te zien


Een paar weken terug was Paul Bakker – welbekend astrofotograaf, regelmatig te bewonderen op de Astroblogs – met z’n vriendin in Suriname. Hij wilde van de situatie gebruik maken en de heldere bolvormige sterrenhoop Omega Centauri (ω Cen of NGC 5139) fotograferen. In Nederland is die bolhoop vanwege z’n zuidelijke ligging onzichtbaar, maar in Suriname kan je ‘m mooi zien. En dus wilde Paul ‘m op de digitale korrel vastleggen. Maar wat gebeurde er plots: er ging een onweerswolk voor hangen. Daarop heeft hij creatief als hij was van de nood een deugd gemaakt en met z’n camera de bliksem en sterrenhemel in één schitterend plaatje gevangen. De sterren links boven zijn van het sterrenbeeld Schorpioen. De camera is een Canon EOS 1000D, die hij op op eenvoudig statief had neergezet. Er is 30 seconden belicht op F/8, iso 200. De gebruikte lens is een Tamron 17-35 zoomlens op 17mm.

Botsende sterrenstelsels leveren minder bolhopen op

Botsingen van sterrenstelsels, zoals hier de Antennestelsels, leveren mìnder bolhopen op.

Bij een botsing van sterrenstelsels blijven uiteindelijk niet meer maar juist minder bolvormige sterrenhopen over. Deze clusters van sterren worden namelijk uit elkaar getrokken door snelle veranderingen in de zwaartekracht van de botsende sterrenstelsels. Tot nu toe werd gedacht dat er bij een botsing meer sterrenhopen werden gevormd. Sterrenkundige Diederik Kruijssen – november vorig jaar nog te gast bij Huygens om over dit onderwerp te spreken – concludeert dit in zijn onderzoek waarop hij 6 juni promoveert aan de Universiteit Utrecht. Wanneer twee sterrenstelsels bij elkaar in de buurt komen, oefenen ze een sterke aantrekkingskracht op elkaar uit. “Tot nu toe werd gedacht dat door deze toename van gravitatiekracht zoveel nieuwe sterren en sterrenhopen worden gevormd, dat uiteindelijk meer sterrenhopen overblijven”, aldus Kruijssen. “Maar het aantal sterrenhopen neemt juist af na een botsing met een ander sterrenstelsel.” De Utrechtse onderzoeker laat in computersimulaties zien dat de grootte en richting van de gravitatiekracht in een sterrenstelsel snel verandert tijdens de botsing met een ander stelsel. Kruijssen: “Hierdoor worden de sterren als het ware losgewrikt uit de sterrenhoop waarin ze bij elkaar werden gehouden. De invloed van dit effect is zo groot dat uiteindelijk meer sterrenhopen worden verwoest dan nieuwe gevormd.” Uit de simulaties van Kruijssen blijkt verder dat niet elke sterrenhoop evenveel kans maakt om een botsing met een sterrenstelsel te overleven. “De overlevingskans van een sterrenhoop is te vergelijken met die van een groep antilopen die wordt aangevallen door een roofdier”, aldus Kruijssen. “Sommige sterrenhopen zijn op het verkeerde moment op de verkeerde plaats en worden uiteengereten door de gravitatiekrachten binnen het sterrenstelsel. Andere bevinden zich juist in veiliger omgevingen. Naarmate de overlevende sterrenhopen ouder worden, migreren ze naar rustiger vaarwater. Op deze manier kunnen ze na de uiteindelijke samensmelting van beide sterrenstelsels blijven bestaan”.  In vervolgonderzoek aan het Max-Planck Instituut in München wil Kruijssen door het bestuderen van de alleroudste overlevende sterrenhopen de eigenschappen van het vroege heelal achterhalen. :bron: Bron: Nova.

NGC 288, een ‘losse’ bolvormige sterrenhoop

De 'losse' kern van NGC 288

Nee, het is echt geen open sterrenhoop wat je op de foto hiernaast ziet. Het lijkt verdraaid veel op een open sterrenhoop zoals χ en H Perseï, maar wat je ziet is niets minder dan de kern van een bolvormige sterrenhoop. Van NGC 288 welteverstaan, een bolhoop 30.000 lichtjaar verwijderd van de aarde in het zuidelijke lichtzwakke sterrenbeeld Beeldhouwer (Sculptor). Meestal zijn bolhopen in hun kern hutjemutje gevuld met sterren en zijn ze zelfs met de grootste telescopen niet in afzonderlijke sterren op te lossen. Maar met ‘het oplossen’ van de kern van NGC 288 had de Advanced Camera for Surveys van de Hubble ruimtetelescoop geen enkele moeite. Dat komt omdat deze bolhoop erg los is, de sterren zijn niet erg gravitationeel gebonden aan elkaar. Op de foto – dubbelklikken voor een grotere versie, hier is de bijna 40 Mb grote mega-versie – zie je eigenlijk drie soorten sterren: de vele lichtzwakke puntjes zijn relatief kleine sterren, die waterstof in hun kern verbranden en die op onze zon lijken. De heldere geel gekleurde puntjes zijn in werkelijkheid rode reuzensterren, die in hoog tempo in hun buitenlagen waterstof verbranden. Het helium in hun kern is inactief. De blauwe puntjes tenslotte zijn blauwe reuzensterren, wiens helium in de kern wordt omgezet tot koolstof. Bij ‘normale’ bolhopen, dus met een compacte kern van sterren, evolueren alle sterren op dezelfde wijze. Sterrenkundigen vermoeden dat de sterren in de kern van NGC 288 dankzij de losse structuur géén gelijke evolutie kennen, maar ieder hun eigen gang gaan. Tikkeltje anarchistische bolhoop dus. :bron: Bron: Hubble.

Waar zijn de verdwenen bolhopen van de Melkweg gebleven?

Diederik Kruijssen

Gisteravond was ik bij de lezing van drs. Diederik Kruijssen (o.a. Sterrenkundig Instituut Utrecht) bij sterrenkundevereniging Huygens, welke ging over bolvormige sterrenhopen. De bedoeling was – zoals ik gistermiddag schreef – om Kruijssen bij het station van Dordrecht op te halen, maar door de brand bij de Nederlandse Spoorwegen liep dat allemaal iets anders en werd hij door een ander lid van de club in Utrecht opgehaald. Ik had wat dat betreft dus een makkie gisteravond. De lezing was boeiend, informatief en zeker ook interactief. Dat laatste sloeg op de talloze vragen waarmee Kruijssen de zaal bestookte en waarvan hij de antwoorden niet zomaar weggaf. De meest pregnante vraag – naar mijn bescheiden mening – was eigenlijk waar de ‘verloren’ bolvormige sterrenhopen gebleven zijn. Ik kom daar zo op terug. Kruijssen heeft talloze studies gewijd aan bolvormige sterrenhopen, kortweg bolhopen genoemd, en dat blijkt uit een reeks van zijn gepubliceerde artikelen. Geen wonder dat Kruijssen expert op dit gebied mag worden genoemd en dat bleek uit z’n kundige en heldere uitleg van sterrenhopen in de Melkweg. Hij beschreef niet alleen de bolhopen, maar ook de open sterrenhopen, zoals de Pleiaden in het sterrenbeeld Stier, en de groepen sterren in gasnevels, zoals het Trapezium in de Orionnevel. Doorspekt met talloze beelden van simulaties van het ontstaan van sterren uit moleculaire gas- en stofnevels (zoals de hieronderstaande van Matthew Bates, University of Exeter), van de vroegste ontwikkeling van sterrenstelsels rondom donkere materie, botsingen van sterrenstelsels, de gevolgen van dergelijke botsingen voor bolvormige sterrenhopen, etc… liet Kruijssen de laatste stand van zaken zien op zijn vakgebied.

Gasslierten bij Palomar 5 door de getijdewerking van de Melkweg

Kruijssen constateerde aan de hand van getelde bolhopen in zowel de Antennestelsels als de Melkweg dat de laatste een gebrek aan lichte bolhopen heeft. De Melkweg heeft bijna 200 bolhopen, die zich in een grote halo rondom de schijf van de Melkweg bevinden en die allemaal in ellipsvormige banen rondom de kern draaien. 200 bolhopen is eigenlijk heel weinig en vooral in de lichtgewicht klasse van ca. 100.000 sterren is er een schrijnend gebrek aan bolhopen. De grote vraag is dus waar die bolhopen gebleven zijn en dat is waar Kruijssen ons het eenvoudige antwoord op gaf: ze zijn verdwenen door de vele botsingen die de Melkweg heeft ondergaan in het verre verleden. De bolhopen, die tussen 100.000 en 1 miljoen sterren kunnen tellen, houden hun sterren gravitationeel vast, maar die ‘grip’ wordt behoorlijk op de proef gesteld als de bolhopen in hun rondgang door de schijf reizen én als er sprake is van botsingen van de Melkweg met naburige dwergstelsels. Het is niets voor niets dat men vlakbij bolhopen de effecten van getijdwerking heeft gezien, zoals het geval is bij de bolhoop Palomar 5, waar men lange gasslierten heeft gezien (zie afbeelding). Het vroege heelal was een stuk dynamischer dan tegenwoordig, dat wil zeggen dat sterrenstelsels zoals de Melkweg en het Andromedastelsel ontstonden uit de botsing en samensmelting van kleinere stelsels. Dergelijke botsingen bleken fataal te zijn voor een grote groep bolhopen en da’s uiteindelijk de reden dat we er nog maar zo weinig van hebben. De resterende 200 bolhopen zijn dus de laatste der bol-Mohikanen.

Bolvormige sterrenhopen: overlevenden uit het verre verleden

Komende vrijdag houdt drs. Diederik Kruijssen, verbonden aan het Sterrenkundig Instituut Utrecht en de Sterrewacht Leiden, een lezing over bolvormige sterrenhopen. En dat allemaal bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht. Normaal starten die lezingen aldaar om 20.30 uur, maar dit keer schijnt het al om 20.00 uur te beginnen, dus kennelijk heeft Kruijssen een avondvullende lezing. Bolvormige sterrenhopen – kortweg bolhopen genoemd – zijn de oudste structuren in het nabije heelal. Gestaag en schijnbaar onverstoord draaien zij hun banen rondom het Melkwegstelsel. Wie goed kijkt, ziet echter dat bolvormige sterrenhopen langzaam uiteen worden getrokken door getijdekrachten van de Melkweg. Ze zijn de enige overlevenden van een miljarden jaren durend bloedbad en vormen zo de ene procent die niet ten prooi is gevallen aan de vraatzucht van hun moederstelsel. Gelukkig voor ons dragen ze onophoudelijk de littekens van deze voortdurende slijtageslag. Via die kenmerken vertellen bolvormige sterrenhopen ons wat ze de afgelopen twaalf miljard jaar hebben moeten doorstaan. En het was allesbehalve makkelijk… Kortom, vrijdag allemaal naar Huygens!

Hubble kijkt 10.000 jaar vooruit in Omega Centauri

De voorspelde beweging van sterren in Omega Centauri

Ja, dat wisten jullie nog niet, hè? Dat Hubble in de toekomst kan kijken. Nou, toch hebben sterrenkundigen met inzet van de Hubble ruimtetelescoop een verre blik op de toekomst geworpen, 10.000 jaren ver zelfs. Dat deden ze door met Hubble naar Omega Centauri te kijken, één van de 150 bolvormige sterrenhopen van de Melkweg en met z’n bijna tien miljoen sterren ook één van de grootste exemplaren. Met de Advanced Camera for Surveys (ACS) aan boord van Hubble keken ze in 2002 en 2006 naar de exacte lokatie van 100.000 sterren in de kern van Omega Centauri. Door de preciese meting van die lokatie kon men vervolgens de beweging van die sterren in kaart brengen. Dat vervolgens extrapolerend kon men tot het moment 10.000 jaar na nu een voorspelling maken hoe de beweging van al die sterren er uit zal zien. Niet alleen een knap staaltje van waarneemkunst, maar ook van computerprogrammering om dat allemaal uit te rekenen. De voorspelde beweging de komende 10.000 jaar zie je niet alleen in de afbeelding hiernaast, maar ook in de geproduceerde video hieronder. Daarin wordt eerst ingezoomd op de kern van Omega Centauri en aan ‘t einde van het filmpje volgt de berekende beweging. Het eigenlijke doel van Hubble’s onderzoek aan de bolhoop was overigens niet om die beweging te voorspellen, maar om te zien of aan de hand van die bewegingen bewezen kan worden dat er een middelzwaar zwart gat in het centrum van de bolhoop zit. En kon dat bewezen worden? Nee, integendeel. Dat wil zeggen dat de aanwijzingen voor het bestaan ervan zwakker zijn geworden en àls er toch een zwart gat voorkomt dan moet het een stuk lichter zijn dan men eerst dacht.

Meer over deze waarneming aan de bolhoop Omega Centauri is te vinden in deze video, waarin je o.a. de twee astronomen aan het woord ziet die het onderzoek hebben uitgevoerd, Jay Anderson en Roeland van der Marel, beiden van het Space Telescope Science Institute in Baltimore, VS. :bron: Bron: Hubble.

NGC 1806, een prachtige bolvormige sterrenhoop


Deze fonkelende hoop van duizenden sterren is NGC 1806, een bolvormige sterrenhoop – kortweg bolhoop – die in 1836 ontdekt werd door John Herschel, die op dat moment in Zuid-Afrika verbleef om een catalogus op te stellen van objecten aan de zuidelijke sterrenhemel. De Hubble ruimtetelescoop richtte onlangs z’n Advanced Camera for Surveys (ACS) op de bolhoop, met verschillende belichtingstijden in verschillende kleurfilters (770 sec, 720 sec en 688 sec in blauw, geel, respectievelijk nabij-infrarood) en dat leverde bovenstaand juweeltje van een foto op. Wil je ‘m uitprinten en thuis levensgroot op je plafond plakken, dan is hier het origineel in tif-formaat, 25 Mb groot. Overigens, NGC 1806 is een bolhoop die NIET bij ons eigen Melkwegstelsel hoort. De scherpte van de foto bekijkend zou je dat wel veronderstellen, maar NGC 1806 ligt maar liefst 170.000 lichtjaar ver weg. Deze bolhoop behoort namelijk tot de Grote Magelhaense Wolk, een satelliet-stelsel van onze Melkweg. :bron: Bron: Hubble/ESA.

Wowie, Omega Centauri achter Saturnus’ F-ring


Cassini heeft ‘t weer geflikt hoor, hij heeft een superwondermooie foto afgeleverd. Ik heb al vaker juweeltjes van dat om Saturnus vliegende apparaat gepubliceerd, maar de hierbovenstaande is weergaloos. We zien de zogenaamde F-ring van Saturnus en rechtsonder nog een stukje A-ring, inclusief de zwarte Keelerscheiding. Cassini nam deze en twaalf andere foto’s op 29 maart 2009 met telkens drie minuten tussenpoze. En wat zien we daar achter de F-ring in beeld? Da’s de bekende bolvormige sterrenhoop Omega Centauri, een verzameling van naar schatting zo’n 5 miljoen sterren, vijftig keer zo veel als de gemiddelde bolvormige sterrenhoop die “maar” 100.000 zonsmassa’s zwaar is. Schitterende combi, nietwaar? Bedenk welk gigantisch afstandsverschil er is tussen ruimtevaartuig, planeet en bolhoop. Tussen Cassini en Saturnus was op het moment van de opname 1,2 miljoen km afstand. Omega Centauri ligt 15.800 lichtjaar van ons vandaan, da’s 12 miljard keer verder weg. 8-O Van alle dertien opnames hebben ze – uiteraard – een compilatievideo gemaakt en die zie je hier. Kijken!

Als je goed kijkt zie je zelfs de sterren van Omega Centauri door de Keelerscheiding heen! :bron: Bron: The Young Astronomers.

Switch to our mobile site