Pink Floyd + Coldplay Go to Space

We werden deze week verblijd met twee muziekvideo’s van niet de minste bands, te weten Pink Floyd en Coldplay. En laten ze nou beiden een verband hebben met de ruimte! Pink Floyd viert dat ze twintig jaar geleden met het album The Division Bell kwamen, het tweede album van Pink Floyd onder David Gilmour. Op dat album staat het nummer ‘Marooned’ en daarvan is nu die video gemaakt, waarbij gebruik is gemaakt van beelden die astronauten vanuit het ISS hebben gemaakt. Hieronder die video.

Voor de liefhebbers: op 30 juni a.s. komt er een jubileumversie van The Division Bell! OK en dan Coldplay, ook geen onbekende voor ons. Deze week kwamen zij met de videoclip van het nummer ‘Sky full of stars’ en in die video maken ze gebruik van foto’s van de sterrenhemel

‘Winderige’ reuzensterren eindigen met een knal

Credit: Avishay Gal-Yam, Weizmann Institute of Science.

Voor het eerst hebben astronomen kunnen aantonen dat Wolf-Rayetsterren hun korte leven afsluiten met een supernova-explosie. Dat blijkt uit waarnemingen van een supernova die in mei 2013 in het ongeveer 360 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel UGC 9379 te zien was.Een Wolf-Rayetster is meer dan twintig keer zo groot als de zon en minstens vijf keer zo heet. Zo’n kolossale ster bevat relatief weinig waterstof en produceert een intense ‘sterrenwind’ van deeltjes. Al een tijdje bestond het vermoeden dat Wolf-Rayetsterren op explosieve wijze aan hun eind komen. Maar het keiharde bewijs daarvoor ontbrak tot nog toe.Een internationaal team van astronomen, onder wie de Nederlander Paul Vreeswijk, heeft nu echter vastgesteld dat de voorloper van supernova 2013cu vrijwel zeker een Wolf-Rayetster was. Dat volgt uit spectroscopisch onderzoek van de naaste omgeving van de ster, dat nog geen zestien uur na het begin van de explosie werd verricht.Het onderzoek laat zien dat de eigenschappen van de ontplofte ster overeenkomen met die van een stikstofrijke Wolf-Rayetster. Ook vertoonde de ster kort vóór de explosie al een toegenomen massaverlies, precies zoals de modellen van ontploffende Wolf-Rayetsterren voorspellen. Bron: Astronomie.nl.

De Laatste Mens op de Maan

Credit: NASA/JSC

Wie de eerste mens op de maan was weet iedereen, dat was Neil Alden Armstrong, die op 21 juli 1969 om 02.56 uur UTC voet op de maan zette en daarmee geschiedenis maakte. Maar er is ook een laatste mens die voet op de maan zette en zolang er geen nieuwe mensen naar de maan gaan blijft die rol weggelegd voor Apollo 17 astronaut Eugene Andrew

blijft die rol weggelegd voor Apollo 17 astronaut Eugene Andrew “Geneâ Cernan, die op 14 december 1972 om 05:40 uur UTC na een verblijf van bijna twee en een halve dag de maanbodem verliet en weer in de Lunar Module Challenger stapte. Cernan leeft nog steeds, 80 jaar inmiddels en nog vol energie. Over hem is een documentaire gemaakt, “The Last Man on the Moon van het Britse Mark Stewart Productions. De documentaire duurt bijna honderd minuten en hij komt in ieder geval in Groot-Brittannië uit en wellicht ook elders. Hieronder de boeiende trailer.

The Last Man on the Moon -Trailer from Mark Stewart Productions on Vimeo.

Bron: Universe Today.

Een sterrenhoop in het zog van de Kiel

Credit: ESO/G. Beccari

Deze kleurrijke nieuwe opname, gemaakt met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili, toont de sterrenhoop NGC 3590. De sterren steken helder af tegen een een spectaculair landschap van donkere plekken van stof en kleurrijke wolken van gloeiend gas. Deze kleine stellaire samenscholing sterren geeft astronomen aanwijzingen over de manier waarop sterren ontstaan en evolueren, en over de structuur van de spiraalarmen van onze Melkweg. NGC 3590 is een kleine open sterrenhoop, op ongeveer 7500 lichtjaar van de aarde, in het zuidelijke sterrenbeeld Kiel (Carina). Het is een verzameling van enkele tientallen sterren die losjes bij elkaar worden gehouden door de zwaartekracht. De sterren zijn ruwweg 35 miljoen jaar oud.

De sterrenhoop NGC 3590 in het sterrenbeeld Kiel. Credit:ESO, IAU and Sky & Telescope

De sterrenhoop is niet alleen mooi om te zien, hij is ook heel bruikbaar voor astronomen. Door deze en nabijgelegen sterrenhopen te onderzoeken, komen astronomen meer te weten over de eigenschappen van de spiraalschijf van ons sterrenstelsel, de Melkweg. NGC 3590 bevindt zich in het grootste segment van een spiraalarm die vanuit onze positie in de Melkweg te zien is: de Carina-spiraalstructuur. De Melkweg heeft verschillende spiraalarmen – wijde bogen van gas en sterren die aan het galactisch centrum ontspringen. Deze armen – twee omvangrijke met grote aantallen sterren, en twee kleine die minder dichtbevolkt zijn – zijn genoemd naar de sterrenbeelden waarin ze het meest opvallend zijn. De Carina-spiraalstructuur vertoont zich vanaf de aarde als een hemelgebied dat wemelt van de sterren in de kleine Carina-Sagittarius-arm.

De naam van deze arm – Carina betekent ‘(scheeps)kiel’ – is heel toepasselijk. Spiraalarmen zijn feitelijk golven van bijeengeveegde gaswolken en sterren die zich door de schijf van de Melkweg voortplanten. Zulke golven veroorzaken ‘babybooms’ van sterren en laten sterrenhopen als NGC 3590 in hun kielzog achter. Door jonge sterren als die in NGC 3590 op te sporen en waar te nemen is het mogelijk om de afstanden van de verschillende delen van deze spiraalarm te bepalen, wat ons meer vertelt over zijn structuur. Open sterrenhopen bevatten doorgaans enkele tientallen tot duizenden sterren, en verschaffen astronomen aanwijzingen over de stellaire evolutie. De sterren in een sterrenhoop als NGC 3590 zijn ongeveer gelijktijdig ontstaan uit één en dezelfde gaswolk. Hierdoor zijn deze objecten uitermate geschikt voor het toetsen van theorieën over het ontstaan en de levensloop van sterren.

Deze opname van de Wide Field Imager (WFI) van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op La Silla toont zowel de sterrenhoop als de omringende gaswolken. Deze laatste vertonen oranje en rode tinten ten gevolge van de straling van nabije hete sterren. Dankzij het grote beeldveld van WFI zijn ook kolossale aantallen achtergrondsterren op de foto te zien. Om de kleurenpracht van de sterrenhoop te kunnen vastleggen zijn opnamen door verschillende kleurfilters gemaakt. De foto is opgebouwd uit een combinatie van opnamen in het zichtbare en infrarode deel van het spectrum, en een opname die gemaakt is met een speciaal filter dat alleen licht afkomstig van gloeiend waterstofgas doorlaat. Bron: ESO.