Hubble ziet een vijfvoudige quasar

Credit: ESA/Hubble & NASA, T. Treu.

Zo op het oog denk je dat je op de foto hierboven in het midden zes heldere stippen ziet. Twee in het midden en vier in de ring eromheen. Hubble heeft het kosmische tafereel gefotografeerd en wel met z’n Wide Field Camera 3 (WFC3). Nou klopt het dat je in die ring vier stippen ziet en dat zijn niet vier afzonderlijke objecten, nee het is maar één object en wel de quasar genaamd 2M1310-1714. Die staat ver achter de twee stippen in het midden, twee sterrenstelsels vlak bij elkaar die precies tussen de quasar en de aarde in staan en die met hun massa de ruimte er omheen verbuigen en die daarmee zorgen voor afbuiging én versterking van het licht van de quasar. Daardoor wordt dat beeld van de quasar in meerdere beeldjes gesplitst. Maar feitelijk zijn het niet vier beeldjes die gecreëerd zijn door de zwaartekrachtlens, nee het zijn er vijf! Dat vijfde beeld van de quasar moet je even zoeken: hij staat precies tussen de twee sterrenstelsels in het midden van de lens. Bekijk de foto in z’n grootste resolutie en je ziet dat vijfde beeldje al een vaag stipje precies tussen de twee stipjes van de sterrenstelsels. Bron: NASA.

Hubble legt het kosmisch vuurwerk van Eta Carina in ultraviolet licht prachtig vast

Credit:
NASA, ESA, N. Smith (University of Arizona, Tucson), and J. Morse (BoldlyGo Institute, New York)

Met de Hubble ruimtetelescoop hebben sterrenkundigen een foto van de Homunculusnevel rondom Eta Carina gemaakt, de bekende dubbelster in het zuidelijke sterrenbeeld Kiel (Carina), gelegen op een afstand van zo’n 7500 lichtjaar van de aarde. De dubbelster, waarvan er eentje een blauwe hyperreus van spectraaltype B is – zeg maar de dominante van het stel – is momenteel niet zichtbaar met het blote oog, want met een helderheid die schommelt tussen 6 en 8m is ‘ie net te zwak om te zien. Maar dat was in de negentiende eeuw wel anders. In 1838 begon een enorme uitbarsting van de ster, ‘de Grote Uitbarsting‘ genaamd, en z’n lichtkracht nam toen gestaag toe, tot ‘ie in 1843-44 zelfs -1m haalde, schijnaar bijna net zo helder als Sirius, de helderste ster aan de hemel. Bij die uitbarsting werden enorme gloeiendhete gas- en stofwolken uitgestoten en die hebben de Homunculusnevel opgeleverd. Die ligt op zijn beurt weer ingebed in de nog veel grotere Carinanevel. Met Hubble’s Wide Field Camera 3 (WFC3) hebben ze in ultraviolet licht de uit twee helften (‘lobben’) bestaande Homunculusnevel gefotografeerd en dat heeft men gedaan in een nog niet eerder bereikte resolutie. – hierboven het prachtige resultaat. In blauw zien we daarop het licht dat door magnesium wordt uitgezonden, terwijl de rode delen de stikstofrijke buitenste gaswolken betreft, waar de uitdijende schokgolf, die begon in 1838, door het interstellaire medium raast. Ook zijn naar alle kanten ‘spikes’ van licht te zien, waar het licht van Eta Carina door de stof- en gaswolken van de nevel heen schijnt. Hieronder een 3D-opname van de Homunculusnevel, gemaakt op basis van de WFC3 foto, die je met zo’n 3D bril kunt bekijken.

Credit: Jon Morse (University of Colorado), Kris Davidson (University of Minnesota), and NASA/ESA.

Eta Carinae heeft een massa van naar schatting 100-150 (!) keer die van de zon. Men denkt dat de hyperreus ergens in de ‘nabije’ toekomst als supernova kan exploderen. Het systeem Eta Carina zou mogelijk voor 1838 uit drie sterren hebben bestaan, maar het kan zijn dat de grootste van het trio één van de andere twee sterren verzwolg en dat daardoor de uitbarsting werd veroorzaakt. Mocht Eta Carina een supernova worden dan kan ‘ie een magnitude van -7,5 bereiken, zo helder dat er ’s nachts een boek bij gelezen kan worden. Hij staat op 7500 lichtjaar, dus die gebeurtenis zou inmiddels als kunnen hebben plaatsgevonden. Hieronder nog een video over de Hubble waarnemingen aan Eta Carina.

Bron: Hubble.

Hubble´s Wide Field Camera 3 doet ´t weer – sterker nog, hij was al die tijd gewoon OK

Credit: NASA.

Vorige week was daar het alarmerende bericht dat Hubble´s Wide Field Camera 3 (WFC3) op 8 januari plotseling was uitgevallen, nadat een te hoge elektrische spanning was gemeten, en de camera toen in een ‘veilige modus’ was terechtgekomen. Maar welk heugelijk nieuws kregen we gisteren te horen: dát de WFC3 het weer doet en eind deze week z’n wetenschappelijke waarnemingen gaat hervatten én dat ‘ie altijd picobello in orde was. Die meting was gewoon fout geweest, de telemetrische circuits die de elektronika aan boord van Hubble in de gaten moeten houden hadden verkeerde waardes voor de voltages gelezen. En dat is goed nieuws, want dat betekent dus dat de uit 2009 daterende camera weer snel ingezet kan worden. Technici gaan komende 48 tot 72 uur nog kijken of ze kunnen achterhalen waarom die verkeerde waardes werden uitgelezen en daarna gaat de WFC3 weer aan ’t werk. Bron: Hubble.

Eén van Hubble’s camera’s is uitgevallen en de shutdown vertraagt reparatie

De Hubble ruimtetelescoop. Credit: NASA.

Eén van de belangrijkste instrumenten aan boord van de Hubble ruimtetelescoop is op 8 januari j.l. uitgevallen. Het gaat om de Wide Field Camera 3 (WFC3), die dateert van 2009, toen ‘ie bij de laatste service missie werd geïnstalleerd. De Hubble ruimtetelescoop zelf dateert van 1990. Er is iets met de hardware van de WFC3 aan de hand waardoor de camera niet meer werkt – niet bekend is waardoor ‘ie uitviel. Er is in de camera wel elektronica die als backup kan dienen, wanneer de hoofd-elektronica uitvalt, maar vanwege de shutdown van de Amerikaanse overheid, die al sinds 22 december gaande is en die zoals het er nu naar uit ziet nog wel even kan duren, zijn de technisch specialisten niet in staat nu iets te doen aan Hubble. Door de shutdown mogen mensen die voor de overheid werken, zoals NASA specialisten, geen werkzaamheden verrichten, tenzij het noodgevallen betreft. Bekeken wordt of de NASA het uitvallen van de WFC3 als zo’n noodgeval beschouwt. De andere instrumenten van Hubble werken nog goed en zijn nog steeds druk bezig met wetenschappelijke waarnemingen. Bron: Nature.

Quasars ontstaan door galactische botsingen – zo volgt uit Hubble’s blik op jonge quasars

Credit: : NASA, ESA, and E. Glikman (Middlebury College, Vermont

Door gebruik te maken van de Wide Field Camera 3 van de Hubble ruimtetelescoop hebben sterrenkundigen in infraroodlicht waarnemingen kunnen verrichten, die laten zien dat quasars ontstaan door botsingen tussen sterrenstelsels. Men vermoedt al tientallen jaren dat actieve superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels de ware motor zijn van quasars, maar de vraag was altijd wat die zwarte gaten voedt, wat hun nou precies zo actief maakt. Dat blijken dus galactische botsingen te zijn, zo heeft de groep sterrenkundigen met onder andere Eilat Glikman (Middlebury College in Vermont, VS) ontdekt. Dat deden ze door met Hubble te kijken naar 11 quasars, die gehuld zijn in grote hoeveelheden stof. Normaal gesproken zijn de kleine quasars zéér helder, wel een biljoen keer zo helder als de zon, en daardoor overstralen ze compleet het hun omringende sterrenstelsel. Maar de door stof omgeven quasars worden getemperd in hun licht en daardoor zijn de sterrenstelsels eromheen beter zichtbaar – hierboven enkele van de waargenomen qusars, hieronder eentje ervan (QSO F2M 1036), waarvan het licht van de quasar zelf is afgeschermd.

Credit: : NASA, ESA, and E. Glikman (Middlebury College, Vermont

Resultaat van het onderzoek: alle onderzochte 11 quasars, die zo’n twaalf miljard jaar geleden bestonden ten tijde van het hoogtepunt van de stervorming in het heelal en die daarmee ‘jong’ te noemen zijn, zijn het resultaat van galactische botsingen. Door die botsingen valt er heel veel gas in de betrokken sterrenstelsels naar het centrale zwart gat en dat houdt diens omringende accretieschijf actief. Hier het vakartikel over de ontdekking, dat gisteren verscheen in the Astrophysical Journal. Bron: Hubble.

NGC 2841, een flocculent spiraalstelsel

Credit: NASA, ESA and the Hubble Heritage (STScI/AURA)-ESA/Hubble Collaboration

Zie hier de kern van NGC 2841, een spiraalsterrenstelsel in het sterrenbeeld Grote Beer, pakweg 46 miljoen lichtjaar van ons vandaan. NGC 2841 is niet zomaar een spiraalstelsel, het is een flocculent spiraalstelsel. Eh… flocculent? Yep, aan je ogen mankeert niets. Flocculent… geen idee of het juist vertaald is, of er sowieso een Nederlandse vertaling van het woord bestaat. Het kenmerk van flocculente spiraalstelsels is dat een duidelijke spiraalstructuur ontbreekt. Ze zijn een tikkeltje wollig, net zoals die schaapjeswolken. Daar zal die naam ook wel mee verband houden, want floccus is een wolkensoort. De tegenhanger van de flocculente spiraalstelsels zijn de ‘grote ontwerp spiraalstelsels’ – nee, ik verzin die namen niet – wiens spiraalstructuur heel duidelijk is. Bovenstaande foto – dubbelklikken voor een grote versie – is gemaakt met de Wide Field Camera 3 (WFC3) aan boord van de Hubble ruimtetelescoop. Die camera kan uitstekend ultraviolet licht waarnemen en dat komt in het geval van NGC 2841 uitstekend van pas. Het flocculente stelsel, qua afstand bij wijze van spreken in de achtertuin van de sterrenkundigen, toont namelijk een mix van actieve en niet actieve stervormingsgebieden. Vanuit die actieve gebieden wordt door de jonge, zware sterren een stoot UV-licht geproduceerd en WFC3 onderzoekt dat. Sterrenkundigen zijn geïnteresseerd in de vraag wat nou precies de stervorming op gang brengt en waarom het ene gebied wel stervorming kent en het andere gebied niet. Bron: Hubble.