MiniBooNe bevestigt anomalie in neutrino-experiment

Credit: somerandompearsonsblog.blogspot.com / Symmetry Magazine.

Natuurkundigen van het MiniBooNe experiment van het beroemde Fermilab in de VS hebben een anomalie bevestigd in experimenten die bedoeld waren om neutrino-oscillaties te onderzoeken. Die oscillaties, waarbij de drie bekende soorten neutrino’s – elektron-, muon- en tau-neutrino’s – van de ene soort in de andere over kunnen gaan, waren tussen 1993 en 1998 onderzocht met het Liquid Scintillator Neutrino Detector (LSND) experiment in de VS en toen had men een anomalie waargenomen, een afwijking van de theoretische voorspelling: om de oscillaties tussen de drie ‘smaken’ neutrino’s te beschrijven waren er zeven parameters, waaronder de massa’s van de neutrino’s. Maar het LSND experiment paste niet in het model met de zeven parameters en de statistische betrouwbaarheid was 3,8 sigma, geen hoge betrouwbaarheid waar de natuurkundigen opgewonden van worden. Eén van de hypothetische verklaringen destijds van de anomalie: er zijn meer dan drie smaken neutrino’s.

OK en toen was daar het genoemde MiniBooNe, dat van recenter datum is (2002-2012) en daarvan zijn de resultaten deze week gepubliceerd:

Observation of a Significant Excess of Electron-Like Events in the MiniBooNE Short-Baseline Neutrino Experiment

De MiniBooNe experimenten bevestigen de in de jaren negentig waargenomen LSND anomalie en de betrouwbaarheid van de nieuwe waarnemingen is 4,8 sigma, net onder de grens van 5 sigma, waarmee wetenschappers iets als bewijs beschouwen. De LSND en MiniBooNe experimenten samen geven zelfs een betrouwbaarheid van 6,1 sigma, waarbij de kans dat de waarnemingen slechts op ruis berusten één op een miljard is! De gevolgen hiervan zijn groot: het bevestigt dat er iets is dat niet verklaard wordt door het Standaard Model van de natuurkunde.

Is er wellicht een vierde smaak neutrino, een steriel neutrino? Credit: Symmetry magazine.

Het kan betekenen dat er meer smaken neutrino’s zijn, waarbij men direct denkt aan zogeheten steriele neutrino’s, die ook worden voorgesteld als kandidaat-donkere materie deeltjes, óf dat er sprake is van een nieuw soort schending van symmetrie, zoiets als de zogeheten CPT schending. Bron: Backreaction + The Reference Frame.

Ewine van Dishoeck wint Kavli-prijs voor astrofysica

Ewine van Dishoeck (c) Elodie Burrillon

Hoe ontstaan sterren en planeten? Is er leven mogelijk buiten de aarde? Dit onderzoekt hoogleraar moleculaire astrofysica Ewine van Dishoeck van de Universiteit Leiden. Voor haar baanbrekende werk krijgt ze de prestigieuze Kavli-prijs in de categorie astrofysica: 1.000.000 dollar en een gouden medaille. Dat heeft de Noorse Academie van Wetenschappen en Letteren vandaag bekend gemaakt.

Ewine Van Dishoeck levert met waarnemingen, theorie en experimenten een belangrijke bijdrage aan de kennis over zogeheten interstellaire wolken, grote gas- en stofwolken die de geboorteplaatsen zijn van planeten en sterren. Ze liet zien hoe er in die interstellaire wolken moleculen ontstaan die zich verder ontwikkelen en samenklonteren tot de bouwstenen voor complete planetenstelsels zoals ons eigen zonnestelsel.

Het onderzoek van Van Dishoeck is van groot belang om vast te stellen of er op andere planeten leven mogelijk is. Daarvoor moeten we namelijk allereerst weten welke moleculen er in zo’n wolk aanwezig zijn, en hoe ze met elkaar reageren. Op die manier kun je mogelijk bepalen welke organische verbindingen er op een nieuw te vormen planeet terecht kunnen komen, en of daaruit leven kan ontstaan. Van Dishoeck deed bovendien onderzoek naar een andere bouwsteen van het leven: water. Zo onderzocht ze waterreservoirs in de voorlopers van planetenstelsels en de waterdamp rond jonge sterren. Dat levert informatie op over de herkomst van het water op aarde.

Zijn we alleen?

‘Ik ben nog sprakeloos na het onverwachte telefoontje van de president van de Noorse Academie. Wat een fantastische eer, niet alleen voor mijzelf maar ook voor al mijn jonge medewerkers en collega’s wereldwijd,’ zegt Van Dishoeck. ‘Mede dankzij hun creativiteit en harde werk doet ons vakgebied nu mee in de Champions League van de sterrenkunde.’

‘Het gaat daarbij niet alleen om de pure wetenschap, maar ook om het feit dat we een bijdrage kunnen leveren aan de een van grootste vragen die de mensheid zich kan stellen: zijn wij alleen in het heelal?’

‘Ieder aspect van de astronomie veranderd’

De Kavli-prijs – die in 2008 voor het eerst werd uitgereikt – gaat steeds naar wetenschappers die ‘ons begrip van het bestaan’ vergroten. ‘Van Dishoecks onderzoek heeft vrijwel ieder aspect van de astronomie veranderd,’ zegt jurylid Robert Kennicutt daarover. ‘Haar vakgebied was ooit niet meer dan een klein onderzoeksgebied aan de randen van de astrofysica, maar dankzij haar is het nu een kernthema binnen de hele astronomie.’

Van Dishoeck won eerder al belangrijke prijzen en onderscheidingen. Zo kreeg ze bijvoorbeeld de Spinozapremie, de belangrijkste wetenschappelijke prijs van Nederland. Ook ontving ze een ERC Advanced Grant. In 2012 werd ze door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) benoemd tot Akademiehoogleraar. Van Dishoeck is op dit moment president elect van de International Astronomical Union (IAU).

De Kavli-prijs wordt iedere twee jaar uitgereikt door de Noorse Academie van Wetenschappen en Letteren aan winnaars in drie categorieën: astrofysica, nanowetenschappen en neurowetenschappen. De winnaars in iedere categorie krijgen een geldbedrag van een miljoen dollar en een gouden medaille. De plechtige uitreiking vindt plaats op 4 september in Oslo door koning Harald V van Noorwegen. Bron: Astronomie.nl.

2001: A Space Odyssey, opnieuw in de bioscoop

Keir Dullea en Gary Lockwood zijn de twee acteurs die de hoofdrollen  spelen in Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey, het science fiction epos, dat vanaf vandaag in 30 bioscopen in Nederland getoond wordt. Reeds 50 jaar geleden draaide deze film ook op het witte doek en Warner Bros heeft besloten als eerbetoon deze film in de originele 70mm print opnieuw uit te  geven. Lees verder

Meteorietenweekend op Sonnenborgh ter ere van 175 jaar meteoriet de ‘Utrecht’

Meteoriet ‘De Utrecht’ (foto: Sebastiaan de Vet)

In Nederland zijn tot nu toe 6 meteorieten ingeslagen. Eén daarvan – de grootste – kwam in 1843 in Utrecht neer. Op 2 juni a.s. is het 175 jaar geleden dat de ‘Utrecht’ insloeg en dat viert museum en sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht i.s.m. de Werkgroep Meteoren. Met een feestelijke inslaglustrum-avond op 2 juni en een Zondag met meteorieten op 3 juni.

 2 juni: Inslaglustrum

Vier hét moment van inslaan van de ‘Utrecht’ op Sonnenborgh:

  • 19.30 uur: deuren open
  • 20.00 uur: inslagmoment & bubbels
  • 20.30 uur: lezing “Meteorietonderzoek en het vroege Zonnestelsel: de ‘Utrecht’ en andere Nederlandse meteorieten” door Leo Kriegsman (geoloog aan de Universiteit Utrecht en bij Naturalis)
  • 21.15 uur: lezing “Speuren naar vuurbollen: de vlammende aankondiging van nieuwe meteorieten” door Felix Bettonvil (projectmanager Sterrewacht Leiden)

Natuurlijk is de ‘Utrecht’ voor deze gelegenheid naar Sonnenborgh gehaald en met eigen ogen te bekijken. Vooraf reserveren voor zaterdag 2 juni wordt aanbevolen en kan via www.sonnenborgh.nl/meteorietenweekend.

3 juni: Zondag met meteorieten

Tussen 13.00 en 17.00 uur is Sonnenborgh geopend voor jong en oud met een vol meteorietenprogramma:

  • 14.00 en 15.30 uur: Magische Meteoren en Mysterieuze Meteorieten-show. Kom álles te weten over meteorieten.
  • doorlopend:               Meteoriet-of-niet? Is die steen uit jouw achtertuin misschien een meteoriet?
  • doorlopend :              Meteoriet-mondriaan knutselen. Boots het werk van een meteorietonderzoeker na!

Natuurlijk kun je ook op 3 juni de ‘Utrecht’ met eigen ogen bekijken. Daarnaast staan met mooi weer de telescopen opgesteld en kun je als toetje de zon bestuderen. Op 3 juni gelden de reguliere entreeprijzen. Vooraf reserveren is niet mogelijk. Meer info: www.sonnenborgh.nl/meteorietenweekend.

Een drukke buurt

De rijke omgeving van de Tarantulanevel in de Grote Magelhaense Wolk. Credit: ESO.

De helder gloeiende Tarantulanevel, ongeveer 160.000 lichtjaar van ons verwijderd, is de meest spectaculaire bezienswaardigheid van de Grote Magelhaense Wolk, een satellietstelsel van onze Melkweg. De VLT Survey Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili heeft dit gebied en zijn rijke omgeving in prachtige details vastgelegd. De foto toont een kosmisch landschap van sterrenhopen, gloeiende gaswolken en de verspreide restanten van supernova-explosies. Dit is de scherpste opname ooit van dit complete gebied.

Door gebruik te maken van de capaciteiten van de VLT Survey Telescope (VST) van de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili, hebben astronomen dit zeer gedetailleerde nieuwe beeld van de Tarantulanevel en de talrijke naburige nevels en sterrenhopen vastgelegd. De Tarantulanevel, ook bekend als 30 Doradus, is het helderste en meest actieve stervormingsgebied in de Lokale Groep van sterrenstelsels.

De Tarantulanevel, bovenaan deze foto, strekt zich uit over meer dan 1000 lichtjaar en bevindt zich in het sterrenbeeld Dorado (Goudvis) aan de verre zuidelijke hemel. Deze prachtige nevel maakt deel uit van de Grote Magelhaense Wolk, een ongeveer 14.000 lichtjaar groot dwergsterrenstelsel. De Grote Magelhaense Wolk is een van dichtstbijzijnde buren van de Melkweg.

De Tarantulanevel in het sterrenbeeld Goudvis. Credit:ESO, IAU and Sky & Telescope

In het hart van de Tarantulanevel staat een jonge, reusachtige sterrenhoop die NGC 2070 wordt genoemd. Dit is een actief stervormingsgebied waarvan de dichte kern, R136, enkele van de zwaarste en helderste sterren bevat die we kennen. De heldere gloed van de Tarantulanevel zelf werd in 1751 voor het eerst vastgelegd door de Franse astronoom Nicolas-Louis de Lacaille.

Een andere sterrenhoop in de Tarantulanevel is de veel oudere Hodge 301, waarin naar schatting minstens veertig sterren als supernova zijn geëxplodeerd, waarbij gas over de omgeving is verspreid. Een voorbeeld van zo’n supernovarest is de superbel SNR N157B, die de open sterrenhoop NGC 2060 omsluit. Deze sterrenhoop werd in 1836 voor het eerst waargenomen door de Britse astronoom John Herschel, die gebruik maakte van een 47-cm spiegeltelescoop in Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. Aan de rand van de Tarantulanevel, aan de rechter onderkant, ligt de plek waar in 1987 de beroemde supernova SN 1987A [1] SN 1987A was de eerste nabije supernova die met moderne telescopen is waargenomen, en de helderste sinds Keplers Supernova in 1604. In de maanden na zijn ontdekking op 23 februari 1987 straalde … Continue reading verscheen.

Aan de linkerkant van de Tarantulanevel komen we de heldere open sterrenhoop NGC 2100 tegen. Deze bestaat uit een schitterende concentratie van blauwe sterren, omringd door rode sterren. Deze cluster werd in 1826 met een zelfgebouwde 23-cm spiegeltelescoop ontdekt door de Schotse astronoom James Dunlop, die toen in Australië werkte.

In het midden van de foto staat ??de sterrenhoop en emissienevel NGC 2074, een ander kolossaal stervormingsgebied dat door John Herschel is ontdekt. Als je goed kijkt, zie je een donkere zeepaardvormige stofstructuur – het ‘Zeepaard van de Grote Magelhaense Wolk’. Dit is een reusachtig complex van stofzuilen met een lengte van ongeveer 20 lichtjaar – bijna vier keer de afstand tussen de zon en de dichtstbijzijnde ster, Alfa Centauri. Deze structuur is gedoemd om in de loop van de komende miljoenen jaren te verdwijnen: naarmate zich meer sterren in de sterrenhoop vormen, worden de stofzuilen geleidelijk weggeblazen door het licht en de winden die deze sterren produceren.

De totstandkoming van deze foto is te danken aan OmegaCAM, de speciaal ontworpen 256-megapixel camera van de VST. De foto is opgebouwd uit OmegaCAM-opnamen die door vier verschillende kleurenfilters zijn gemaakt. Een van deze filters laat specifiek de rode gloed van geïoniseerde waterstof door [2]De H-alfa-emissielijn is een rode spectraallijn die ontstaat wanneer het elektron in een waterstofatoom energie verliest. Dit gebeurt in het waterstof rond hete jonge sterren wanneer het gas … Continue reading . Bron: ESO.

References[+]

References
1  SN 1987A was de eerste nabije supernova die met moderne telescopen is waargenomen, en de helderste sinds Keplers Supernova in 1604. In de maanden na zijn ontdekking op 23 februari 1987 straalde SN 1987A met de kracht van 100 miljoen zonnen.
2 De H-alfa-emissielijn is een rode spectraallijn die ontstaat wanneer het elektron in een waterstofatoom energie verliest. Dit gebeurt in het waterstof rond hete jonge sterren wanneer het gas geïoniseerd raakt door de intense ultraviolette straling, en elektronen zich vervolgens recombineren met protonen om weer atomen te vormen. Het vermogen van OmegaCAM om deze lijn te detecteren, stelt astronomen in staat om de fysica van reusachtige, sterren-vormende moleculaire wolken te onderzoeken.

Pluto mogelijk ontstaan door samenklontering van een miljard kometen

Pluto’s Sputnik Planitia. Credit: Image: NASA/JPL/New Horizons

Twee onderzoekers, Christopher Glein en Hunter Waite jr. van het Southwest Research Institute (SwRI), zijn op basis van waarnemingen gedaan met de New Horizons sonde, met de opzienbarende theorie gekomen dat Pluto mogelijk is gevormd door de samenklontering van wel een miljard kometen. Anders gezegd: de dwergplaneet Pluto is eigenlijk een enorme, uit z’n jasje gegroeide komeet! In het tijdschrift Icarus kwamen ze vorige week met dit artikel, waarin ze betogen dat alleen hun formatiemodel – het zogeheten ‘cosmochemical model of Pluto formation’ -de chemische samenstelling van Pluto kan verklaren, met name de aanwezigheid van moleculaire stikstof (N2) op Pluto, dat in vaste, bevroren vorm veel voorkomt op de witte vlaktes van Sputnik Planitia.

Waarnemingen gedaan met het Ralph instrument van New Horizons, met indicaties van de aanwezigheid van methaan (CH4), stikstof (N2), koolmonoxide (CO) en water (H2O) ijs. Credit: NASA/Johns Hopkins University Applied Physics Laboratory/Southwest Research Institute.

Naast de overvloedige hoeveelheid stikstof moeten wetenschappers ook verklaren waarom er weinig koolmonxide is. De oplossing: Pluto is 4,6 miljard jaar geleden ontstaan door het samenklonteren van pakweg één miljard kometen, die qua samenstelling veel leken op de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Voor dit model keken Glein en Waite ook naar de gegevens die met de Europese Rosetta sonde waren verzameld van die komeet, 67P. Bron: Centauri Dreams + Gizmodo.

Mogelijk nieuw middel gevonden tegen negatieve effecten van kosmische straling

Dr. Susanna Rosi van de Universiteit van Californië, San Francisco  heeft met haar team onderzoek gedaan naar het schadelijk effect van  kosmische straling op muizen. Het project, gefinancierd door NASA, werd uitgevoerd in het NASA Scientific Radiation Lab te Brookhaven (NY). De behandeling  met een nieuw middel genaamd PLX 5622 bleek effectief te  zijn tegen  beschadiging van de hersenen als gevolg van kosmische straling. Lees verder

Het opwarmertje van dé foto van zwart gat Sagittarius A* is verschenen

Credit: Eduardo Ros/Thomas Krichbaum (MPIfR)

Vol verwachting klopt ons hart. Ergens komende maanden wordt dé foto gepubliceerd van Sagittarius A* (kortweg Sgr A), het superzware zwarte gat in het centrum van ons Melkwegstelsel, de foto waar pakweg tien telescopen over de gehele wereld, samen de Event Horizon Telescope (EHT) geheten, in 2017 én 2018 mee bezig zijn geweest. De gegevens van die telescopen worden nu geanalyseerd en via de techniek der Very Long Baseline Interferometry (VLBI) geïntegreerd tot één superfoto. Als opwarmertje kwam vorige week dit artikel tot ons, waarin de waarnemingen worden gepresenteerd die al in 2013 waren gedaan door een mini-EHT versie, een viertal radiotelescopen op Hawaï, in Arizona, in Californië en de 12 m grote APEX radiotelescoop in Chili. De vijf jaar oude gegevens zijn door het EHT-team geanalyseerd en daaruit kwamen verrassend scherpe structuren van Sgr A naar voren, structuren die slechts drie keer groter waren dan de waarneemhorizon van het ruim vier miljoen zonsmassa zware zwart gat, da’s ongeveer 36 miljoen km – dichterbij dan de afstand zon-Mercurius. Da’s een formidabele resolutie, zeker als je de afstand tot Sgr A* beschouwt, 27.000 lichtjaren van de aarde. De waarnemingen werden gedaan bij een golflengte van 1,3mm (frekwentie 230 GHz). Het was met name door de toevoeging van de APEX telescoop in Chili, waardoor de zogeheten interferometrische basislijn tot 10.000 km kon worden verlengd, dat deze resolutie kon worden gehaald.

April 2017 werd door de EHT naar Sgr A* gekeken, aangevuld in december met waarnemingen door de South Pole Telescope (SHT) op de Zuidpool en dit jaar nog door een telescoop op Groenland. Al die waarnemingen zijn zoals gezegd in bewerking en het grote wachten is op het resultaat daarvan. Bron: Max Planck Instituut.

Xenon1T: geen donkere materie gezien, wel scherpere limieten gehaald

Vandaag hebben onderzoekers van het XENON-samenwerkingsverband nieuwe resultaten van het meest gevoelige donkere-materie-experiment ter wereld gepresenteerd, acht keer gevoeliger dan soortgelijke eerdere experimenten. Wetenschappers wereldwijd keken uit naar de XENON1T-resultaten. De afbeeldingen hieronder zijn uit de presentatie van onderzoeksleider M. Lindner (Max Planck Instituut), die vanochtend de resultaten bekendmaakte.

Credit: Xenon1T Collaboration

Het nieuwe resultaat is gebaseerd op een ongeëvenaarde hoeveelheid meetgegevens en komt overeen met de verwachting van alleen achtergrondruis in de detector. Dat betekent dat er geen signalen van donkere materie werden gezien. De XENON1T-detector, gevuld met vloeibaar xenon, bevindt zich diep onder de grond in het Laboratori Nazionali del Gran Sasso in Italië. Hier speuren onderzoekers naar donkere materie in de vorm van WIMP’s (Weakly interacting Massive Particles). WIMP’s zijn een categorie van donkere-materiedeeltjes die worden gezocht met experimenten zoals XENON1T, maar ook bij de Large Hadron Collider (LHC) op CERN in Genève, en in de ruimte. Het feit dat bij de XENON1T-meting geen aanwijzingen voor WIMP’s zijn gevonden, vormt de basis voor verder theoretisch en experimenteel onderzoek.

Nikhef levert binnen het XENON1T-samenwerkingsverband belangrijke bijdragen, zowel aan instrumentatie als aan data-analyse.

Patrick Decowski, programmaleider van de onderzoeksgroep Donkere Materie bij Nikhef en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam: “XENON1T zet met deze resultaten een nieuwe limiet op de wisselwerking tussen WIMP’s en gewone materie. Het experiment zelf doet het geweldig, maar mogelijk hebben WIMP’s een nog kleinere kans dan we al dachten om tegen gewone materie aan te botsen. Een andere mogelijkheid is dat donkere materie bestaat uit een ander soort subatomair deeltje. Ook daar zijn we met XENON1T naar op zoek.”

De XENON1T-resultaten zijn gebaseerd op een meting van 279 dagen met maar liefst 1300 kilogram aan vloeibaar xenon. Het experiment heeft de laagste achtergrondruis ooit in dit soort experimenten bereikt.

Credit: Xenon1T Collaboration

Auke-Pieter Colijn, senior onderzoeker bij Nikhef en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht: “Natuurlijk hadden we gehoopt donkere-materiedeeltjes te vinden, maar ze laten zich moeilijk vangen. Over een jaar hebben we een verbeterde detector die tien keer gevoeliger is en dan zijn we hopelijk alsnog de natuur te slim af. ”

Stan Bentvelsen, directeur Nikhef: “Onderzoek aan donkere materie is ongelooflijk spannend en met dit resultaat is de speurtocht een fors stuk opgeschoven. We hopen allemaal op een positief resultaat; een ontdekking van donkere materie zal de deeltjesfysica compleet overhoop halen, en motiveert ook toekomstig onderzoek met nieuwe versnellers naar verdere fysica voorbij het Standaard Model.“

Donkere materie

Donkere materie is één van de basisbestanddelen van het heelal. Er bestaat vijf keer meer donkere materie dan gewone materie. Vele astronomische metingen hebben het bestaan van donkere materie bevestigd. Wereldwijd proberen onderzoeksgroepen botsingen van subatomaire donkere-materiedeeltjes met gewone materie waar te nemen in extreem gevoelige detectoren. Waarnemingen van deze botsingen zouden niet alleen het bestaan van donkere-materiedeeltjes rechtstreeks bevestigen, maar ook de gelegenheid geven om belangrijke eigenschappen te meten. Naar verwachting bewegen per seconde ongeveer een miljard donkere-materiedeeltjes door elk van ons heen. De wisselwerking tussen donkere-materiedeeltjes en gewone materie is echter zo zwak dat ze tot nu toe aan directe detectie zijn ontsnapt. Dit stelt wetenschappers voor de uitdaging om steeds gevoeligere detectoren te bouwen.

De XENON1T-detector

XENON1T bevindt zich in het Laboratori Nazionali del Gran Sasso in Italië, het grootste ondergrondse laboratorium ter wereld. De centrale XENON1T-detector is een cilindrisch vat gevuld met vloeibaar xenon. Het zit in een cryostaat in het midden van een watertank van 10 meter diameter en hoogte, om het experiment zoveel mogelijk af te schermen van natuurlijke radioactiviteit. De cryostaat houdt het xenon op een temperatuur van -95 °C. De berg boven het laboratorium schermt de detector verder af voor verstoringen door kosmische stralen. Een botsing tussen donkere materie en xenon resulteert in een minuscule lichtflits. De lichtflitsjes geven informatie over de positie en de energie van het gebotste deeltje; ze worden gebruikt om te bepalen of de flits is ontstaan door een donkere-materiedeeltje of niet.

Credit: Xenon1T Collaboration

XENON1T werd eind 2015 in bedrijf genomen, en is vier ordes van grootte gevoeliger dan XENON10. Dat was het eerste donkere-materie-experiment dat door het XENON-samenwerkingsverband in 2005 is gebouwd. De grotere gevoeligheid van XENON1T is bereikt door de hoeveelheid vloeibaar xenon voor de donkere-materieanalyse van 5 kilogram naar 1300 kilogram te verhogen, en de achtergrondruis van natuurlijke radioactiviteit met een factor 5000 verder te onderdrukken.

Toekomst

XENON1T blijft met hoge gevoeligheid meetgegevens verzamelen en naar donkere-materiedeeltjes zoeken totdat het experiment geüpgraded zal worden naar XENONnT. XENONnT zal met een vier keer zo grote massa van xenon en met tien keer minder achtergrond vanaf 2019 de zoektocht naar donkere-materiedeeltjes voortzetten. Bron: Nikhef

Alan Bean, de vierde man op de maan, overleden

Credit: NASA

In Houston is de Amerikaanse astronaut Alan Bean op 86-jarige leeftijd overleden. Hij stierf zaterdag in het Houston Methodist Hospital in Houston, Texas. Hij was in november 1969 de vierde ruimtevaarder die voet op de maan zette. Na een vlucht met de Apollo 12 zette Bean een half uur na zijn collega Charles Conrad voet op de maan. Tijdens hun expeditie namen ze delen van de onbemande vlucht Surveyor 3 mee terug zodat die op aarde konden worden bestudeerd. Op de maan werd, naast het eerste maanwagentje en een paar filmrolletjes, ook de vlag van Beans middelbare school achtergelaten.

De Texaan Bean werd opgeleid tot luchtvaartkundige aan de Universiteit van Texas. Hij diende vier jaar als gevechtspiloot en werd daarna testpiloot bij de marine. In 1963 selecteerde de NASA hem voor de reis met de Apollo 12. Van die missie overleed vorig jaar november astronaut Richard ‘Dick’ Gordon.

Maanstof en steentjes

Na zijn pensioen in 1981 ging hij schilderen. Bean verwerkte in zijn kunstwerken maanstof en maansteentjes. “Alan Bean heeft ooit gezegd dat hij het leukste leven ter wereld had”, zei een woordvoerder van de NASA vanavond. “Dat is een geruststellende gedachte nu we rouwen om zijn heengaan.” Bron: NOS.