Astrofotografie voor Dutchies – Youtube

De Dutchies-reeks

In 2015 begon ik op deze blog een reeks over Astrofotografie. Voor Dutchies. Niet omdat het alleen aan Nederlanders gericht is, maar meer omdat het bedoeld is als een kijkje in een doorgaans zeer kostbare hobby, vanuit het standpunt van iemand die geen geld wil uitgeven… zeg maar waar ons landje bekend om staat 😉

Deel 1: Een introductie
Deel 2: Sterrenbeelden en sterrensporen
Deel 3: Planeet en maanfotografie

Het is al weer een hele tijd geleden dat ik deze reeks van een nieuw deel voorzien heb. Sterker nog, al vele jaren staat een deel 4 in concept die zal gaan over Deepsky fotografie. Allerlei uiteenlopende redenen (excusen) zijn aan te voeren waardoor dit nooit afgemaakt is.

Intussen ben ik ook niet meer geheel op de goedkope toer verder gegaan. Toch is het nog altijd mijn wens om de reeks voort te zetten.

Youtube!

Gisteren heb ik een Youtube filmpje geupload waarin ik een gratis software pakket bespreek. Met het pakket kon ik in een veel kortere tijd resultaten bereiken die ook nog eens mooier blijken. In mijn ogen dan.

Een gratis programma, dus opnieuw de Dutchy way… Ik heb het daarom maar dezelfde naam gegeven als hier op het blog.

Twee-richtingsverkeer

Nu ik op deze blog naar mijn Youtube kanaal verwijs, wil ik dit ook de andere kant op doen. Het is mijn bedoeling ook video-versies te maken van sommige van mijn eerdere blogs.
Tegelijkertijd is het ook mijn bedoeling een blog-versie van de video over het gratis software pakket Siril te maken.

Tot snel (sneller dan de vorige keer tenminste…)

Israëlische maanlander crasht

Helaas is er een krater bij op de Maan. De lander “Beresheet” heeft bij het afdalen een storing gehad, waardoor het tegen de tijd dat deze verholpen was het niet meer mogelijk was voldoende af te remmen.

Met 134 meter per seconde (bijna 500 kilometer per uur) verticale snelheid knalde hij op het Maanlandschap. De horizontale snelheid was ook niet gering met ruim 3400 km/h.

Wel werd tijdens de landing een foto teruggeseind en ontvangen op Aarde, met hulp van NASA’s JPL.

Credit: SpaceIL

Ik hoop niet dat het juist daaraan lag, maar vlak nadat de foto teruggeseind werd, faalde een IMU (Inertial Measuring Unit – ofwel een gyroscoop om de beweging te meten).

De telemetrie op het linker scherm laat dit duidelijk zien. Zie 32:45 in de video (https://youtu.be/HMdUcchBYRA?t=1965)

Van 33:15 tot 34:18 blijft de horizontale snelheid steken op 901.7 m/s en de verticale op 24.8 m/s.

Daarna komt de telemetrie weer terug en is te zien dat in deze blackout de horizontale snelheid afgenomen tot 880.2 m/s, maar de verticale toegenomen tot 47.9 m/s.

Dat duidt er volgens mij op dat de lander te lang in de verkeerde oriëntatie zijn hoofdmotor aan het branden is geweest. Hij had al meer moeten bijsturen naar een verticale vuurrichting om de verticale snelheid in toom te houden. Of de hoofdmotor deed helemaal niets op dat moment. De brandstof hoeveelheid nam wel af gedurende die tijd.

Echter is vanaf het moment van terugkomen van de telemetriedata ook te zien dat zowel de horizontale als de verticale snelheid alleen nog maar toenemen tot het moment van impact (947 m/s horizontaal en 134.3 m/s verticaal)… De hoofdmotor gaf een storing meldt men en die doet het pas weer beneden 1km hoogte. Te laat…

De laatste foto

Er blijkt nog een laatste foto teruggeseind te zijn, zie ik zojuist bij de collega bloggers van “de werkgroep Maan en Planeten” en de Twitter streams van de Israelische ruimtevaartorganisatie.

Credit: SpaceIL

En als klap op de vuurpijl (misschien niet de beste uitdrukking in deze context) loven de originele bedenkers van de Moonshot Award alsnog de 1 miljoen dollar uit aan SpaceIL, als aanmoediging om te bouwen aan Beresheet2!

 

Het Canigou-effect

Even een waarschuwing vooraf. Deze blog is niet direct astro-gerelateerd, maar raakt toch een boel onderwerpen die enigszins astronomische betekenis hebben en het intrigeerde me zo dat ik de links en knipsels die ik verzamelde in een blog heb uitgewerkt. Deze blog is in ieder geval geen uitnodiging om de rondheid van de Aarde te bediscussiëren. Daarvoor ben je op deze website aan het verkeerde adres.

Het is alweer 3 jaar geleden dat ik deze blog in concept aanmaakte. Op de site spaceweather.com kwam ik destijds onderstaande foto tegen met het volgende bijschrift (vrij vertaald).

Op de avond van 1 november 2016 bekeek J.P. Pettit de zonsondergang vanuit Marseille, Frankrijk. Toen de zonneschijf op de horizon in het water van de Middellandse zee leek te zakken, zag hij het silhouette van een puntige bergketen… “Wat gek is,” zei Pettit, “want er zijn geen bergen in de Middellandse zee.” Dus nam hij deze foto als bewijs voor zijn waarneming:

Credit: J.P. Petitt

In de kijkrichting waar Pettit de foto maakte is pas na ruim 265 kilometer een bergketen te zien. En warempel, deze bergketen heeft dezelfde vorm als op de foto.

Credit: Google Earth

Hoe kan dit? Wat is hier aan de hand? In het artikel op spaceweather.com stond uiteraard al uitgelegd hoe het zat, maar verder onderzoek leidt je al gauw naar websites van aanhangers van het Platte-Aarde-geloof. Immers zulke afstanden zouden op een ronde Aarde toch niet zichtbaar zijn?

Hoe ver ligt de horizon dan?

Wanneer de atmosferische omstandigheden geen rol spelen en er geen obstakels zijn die je het zicht ontnemen, is de daadwerkelijke horizon voor iemand van 1.90 lang (hoog) ongeveer 5 kilometer van je verwijderd. Wanneer je het hogerop zoekt op bijvoorbeeld een uitkijk toren van zo’n 30 meter hoog dan verleng je je zichtveld tot ongeveer 20 kilometer. Voorbij de horizon, zorgt de kromming van de Aarde ervoor dat je niet verder kan kijken.

Zelf uitrekenen? Zie https://dizzib.github.io/earth/curve-calc/?d0=30&h0=10&unit=metric

Maar objecten die zelf hoog zijn, kan je dus op grotere afstanden zien doordat ze boven ‘jouw’ horizon uitsteken.

Zo is op deze foto van windmolens, die blijkbaar vanaf een strand genomen is, te zien dat slechts het bovendeel van de windmolens zichtbaar is. Stel dat deze windmolens 100 meter hoog zijn, dan bevinden deze zich waarschijnlijk op zo’n 35 kilometer uit de kust.

En hoe zit het dan met die verre berg? Even googelen leert dat de berg Canigou, zoals hij blijkt te heten, 2784 meter hoog is. Wanneer we dan deze gegevens invoeren in de eerder genoemde calculator komen we op een probleem.

De fotograaf zegt de foto genomen te hebben vanuit Marseille en noemt geen specifieke plek. Laten we daarom maar even uit gaan van gewoon vanaf het strand. Objecten op 265 kilometer afstand moeten een hoogte van minstens 5306 meter hebben om zichtbaar te worden. Volgens de Earth Curve Calculator website zou de top van de berg vanuit Marseille gezien zich dus ruim 2500 meter onder de horizon moeten bevinden. Toch zijn op de foto (waarschijnlijk vele) honderden meters van de berg te zien.

Atmosferische refractie

Dat is de term voor het effect wat hier eigenlijk plaatsvindt. De luchtlagen in onze atmosfeer werken als een prisma op de lichtstralen. Er vindt straalbreking plaats; Het afbuigen van de lichtstraal. Hierdoor lijkt de laagstaande zon hoger te staan dan dat dit in werkelijkheid het geval is. Op de horizon kan het effect oplopen tot een afwijking van een halve graad. En hoe hoger de waarnemer zich bevindt, hoe sterker dit effect.

Kortom, in de foto van Pettit zie je de zon die eigenlijk al achter de horizon verdwenen is, maar door de refractie kijk je als het ware om de kromming van de Aarde heen en zie je hem toch nog. En vanuit Marseille gezien gaat de Zon precies achter de Canigou onder, rond 2 november en 8 februari. Het silhouette wordt dan net zo ‘omhoog getild’ door de refractie.

Canigou-effect

De Canigou berg is veelvuldig vanuit Marseille gefotografeerd door ene Alain Origné, die er een hele achtergrond studie aan gewijd heeft. Zie voor een heleboel voorbeelden zijn website: http://canigou.allauch.free.fr/Photos-anims.htm en vergeet zeker niet ook de animaties te bekijken!

Sterker nog, deze Alain Origné was zeker niet de eerste die foto’s van de Canigou maakte vanuit Marseille. Al in 1808 beschreef de Hongaarse astronoom Baron Franz Xaver von Zach het fenomeen. Het duurde nog 90 jaar voordat ene Oscar Gross het op de gevoelige plaat vastlegde. Er zijn zoveel waarnemingen waardoor het zien van de berg vanuit Marseille een zekere bekendheid gekregen heeft. Daardoor heeft het zien van verre bergen voorbij de horizon de naam “Canigou-effect” gekregen.

Het record lange-afstand fotografie

Er zijn dus meer van die waarnemingen en op de website met de toepasselijke naam beyondhorizons.eu zijn een aantal van deze vergezichten verzameld. Zo staat het huidige record van een foto op Aarde van een ander object op Aarde op 443 kilometer! Dat is absurd ver voor een foto! Dat is de afstand van mijn woonplaats tot de Brandenburger Tor in Berlijn!

Lees hier het hele verhaal van deze record foto: https://beyondrange.wordpress.com/2016/08/03/pic-de-finestrelles-pic-gaspard-ecrins-443-km//

Credit: Marc Bret (Beyond Horizons team)

Als laatste nog even de prachtige website van Ulrich Deuschle die o.a. door beyondhorizons.eu gebruikt wordt voor het visualiseren van hun record foto. De site houdt rekening met de atmosferische refractie en kan zo ook het Canigou effect prima simuleren. Ik heb de gegevens van de Canigou foto ingevoerd en dat levert dan dit plaatje op. Klik hier voor het live-resultaat.

Opendag ESTEC 2017

Vandaag was ik bij de opendag van ESTEC, het European Space Research and Technology Centre. Dé plek waar nieuwe ruimtemissies worden ontwerpen, ontwikkeld en getest. Deze 8e oktober gingen de poorten voor het publiek open en mocht je op heel veel plekken rondkijken.

Matt Taylor
Ik begon mijn dag met een lezing van mede-Astroblogs-auteur Matt Taylor. Ik heb een beetje een zwak voor de Rosetta missie en daar is Matt “Project Scientist” van. Heel trots ben ik op een certificaat dat mij in mei 2015 opgestuurd werd door de ESA omdat ik een van de 150 inzenders was van de uiteindelijk gekozen naam voor de (eerste) landingsplek van Philae. Die naam werd Agilkia.

De lezing van Matt was inhoudelijk voor mij gesneden koek, maar om het uit de mond van een nauw betrokkene te horen is toch wel erg leuk. Matt was voor de gelegenheid gekleed in een stormtrooper-outfit uit Star Wars 😉

Er waren volop kinderen aanwezig en eentje durfde zelfs een vraag te stellen aan de stormtrooper 😉

 

Er waren wel meer Star Wars figuren. Een heel legioen zelfs! https://www.501st.nl/

Planetary Society
Na de lezing van Matt, ben ik gaan luisteren naar de Planetary Society op het open podium. Dat het weer goed meespeelde kwam goed uit, want dit was in de buitenlucht. De drie enthousiaste presentatoren van de Planetary Society vertelden gedreven over hun organisatie, over hun missie Light Sail en over de manieren waarop exo-planeten ontdekt worden.

André Kuipers
Daarna was het de beurt aan André “Kooipers” Kuipers, wiens naam een behoorlijke uitdaging blijkt voor niet Nederlands sprekenden 😉 Aan de hoeveelheid publiek was te merken dat André goed slaagt in zijn populariserende rol voor ESA en de ruimtevaart. Op deze foto zie je zijn vaste side-kick Sander Koenen en nog net links op de foto is de schrijver van dit stuk te zien 😉

Na deze lezingen ben ik voornamelijk gaan rondstruinen over het ESTEC terrein. Er is ook zoveel te zien! Laat de beelden maar voor zich spreken (met hier en daar een onderschriftje)

Een model van het ISS boven je hoofd in de High Bay van het Erasmus gebouw.

 

De ExoMars rover die straks 2 meter diep gaat boren op Mars

 

Columbus module

 

Schiaparelli, de lander die niet landde…

 

Stroopwafels. ESA’s grootste verslaving! 😉

 

Testcentrum

 

LEAF, Large European Acoustic Facility. Hier worden satellieten aan de extreme harde geluiden van een raket blootgesteld door gigantische speakers.

 

Hertz-radiofrequentietestkamer (mooi scrabble woord)

 

Detail van de wand. Dit absorbeert radio en geluidsignalen van de buitenwereld, zodat de stilte van de ruimte nagebootst kan worden.

 

Rosetta model

 

En Philae

 

Detail van een landingspoot met de harpoenen (boortje)

 

In werkelijkheid zag het er niet uit als een boor. Hier een test-article

 

 

Een beetje merchandise…

 

 

Asteroid Day Update

Elk jaar op 30 juni is het sinds 2015 Asteroid Day. Deze datum is gekozen omdat het de dag is waarop in 1908 in Tunguska, Rusland een planetoïde in de dampkring tot ontploffing kwam en zo in één klap duidelijk maakte dat wij wonen op een kosmische schietschijf.

Asteroid day is op 3 december 2014 in het leven geroepen door o.a Brian May, de astronoom die wellicht bekender is van zijn gitaar virtuositeit in de band Queen. De andere oprichters zijn filmmaker Grigorij Richters, Danica Remy van de B612 foundation* en Apollo 9 astronaut Rusty Schweickart.

Vanaf augustus dit jaar is er een maandelijkse Youtube update over Planetoiden genaamd “Asteroid Day Update”, gemaakt door zelfbenoemd “Astronogamer” Scott Manley. Deze Scott Manley volg ik al jaren i.v.m. zijn interessante filmpjes waarin hij het computerspel Kerbal Space Program speelt waarmee je heel wat opsteekt over de (werking van) ruimtevaart. Dat heeft al eens eerder tot een blogposts van mij geleid. Scott zou je heel misschien ook kunnen kennen van zijn filmpjes over de historie van ontdekkingen van planetoïden.

Kortom, kijken. Er zijn ook prijzen te winnen in de vorm van een door Brian May gesigneerd T-shirt van de ESA AIM missie, waarover ik al eens eerder geblogged heb.

Augustus editie

September editie

  • De B612 foundation is genaamd naar de planetoïde waarop de kleine prins woont uit het bekende boek van Antoine de Saint-Exupéry.

De geschiedenis van het bewegende stipje

Stel je hebt een nachtje foto’s geschoten van de sterrenhemel. Misschien wel op de eenvoudige manier zoals ik eerder beschreef in mijn blogreeks “Astrofotografie voor Dutchies“. Stel dat je bij het uitzoeken van de foto’s ontdekt dat op een reeks foto’s een stipje zich lijkt te verplaatsen. Precies dat overkwam me een week geleden.

Heb ik een nieuwe planeet ontdekt? Nee zeker niet! Een planetoïde misschien? Nee, zeer onwaarschijnlijk allemaal. Maar hoe zoek je nu uit wat het wel is geweest? Nu, daarover gaat deze blog.

Verzamel de feiten

Allereerst is het vast te stellen welke eigenschappen de foto’s hebben. Welk tijdsbestek gaat het om? Is het lang geleden dat je de foto’s gemaakt hebt, dan is de zogenaamde EXIF-data van de originele foto’s een uitkomst. Hiermee vond ik bijvoorbeeld dat de 6 foto’s waaruit bovenstaande animatie bestaat, foto’s zijn van elk 2 seconden sluitertijd.

Dit leert ons dat het stipje niet bijster snel langs de hemel bewoog. Anders zou het wel een streepje geworden zijn. In diezelfde EXIF-data is te zien dat de eerste foto gemaakt werd om 21:39:24 en de laatste om 21:39:56. Tevens een bevestiging dat het een traag bewegend stipje betrof. Het stukje hemel dat het stipje aflegde is namelijk erg klein. De oplettende kijker ziet links van het stipje het welbekende ‘kleerhangertje’, ook bekend als Brocchi’s Cluster of Collinder 399.

Dit alles helpt ons nog niet echt met de identificatie. Daarvoor hebben hulp nodig. En wel in de vorm van een website die zich specialiseert in bewegende stipjes aan het hemels gewelf. Er zijn twee websites die zich goed lenen voor dit soort speurtochten. Voor satellieten (met name de relatief heldere) is heavens-above.com een prachtige site voor het voorspellen van de overkomst van satellieten. Maar omdat we het hier specifiek hebben over het opzoeken van een gebeurtenis in de geschiedenis is deze website minder geschikt. We weten immers ook nog niet zeker of het wel een satelliet betreft. Een beter geschikte website voor ons doeleind is calsky.com. Hiermee zijn naast satellieten ook andere objecten te vinden die zich voor zouden kunnen doen als bewegende stipjes…

Voor het gebruik van dergelijke sites hebben we nog één feitje nodig van de gemaakte foto’s en wel de locatie. De websites gebruiken dit als basis van hun berekeningen.

Calsky.com

De website calsky.com is er eentje die er uit ziet zoals het internet er vroeger uit zag, maar dat moet je niet als belemmering zien om het te gebruiken. Het is werkelijk een schatkamer aan informatie.

De juiste locatie ingeven doe je door aan de rechterzijde van de website te klikken op de geografische coördinaten. Vervolgens opent zich een pagina met daarin een Google Maps venster. Het is simpelweg een kwestie van de juiste locatie aanklikken. Hierna kan je op ‘Go’ klikken waarna de site voor al haar berekeningen de eerder aangeklikte locatie als basis gebruikt.

Vervolgens kunnen we gaan zoeken. Laten we er voor het gemak van uit gaan dat het een satelliet betrof. Toch het meest waarschijnlijke. Wel een trage, wat zou betekenen dat het er eentje is die in een verre baan om de Aarde draait. Hoe groter de afstand tot de Aarde, des te langzamer een satelliet zijn rondjes draait. Er is zelfs een, door Arthur C. Clarke ontdekte, specifieke afstand waarin satellieten net zo snel rond de aarde vallen als de Aarde rond zijn as draait, met als gevolg dat de satelliet een zogenaamde geo-stationaire satelliet is die steeds boven hetzelfde stukje Aarde ‘hangt’.

Wanneer je bovenaan de pagina op ‘Satellites’ klikt kom je op de pagina die van alles uitlegt over de satellieten die je kan ontdekken en hoe je ze het beste kan waarnemen. Daar hebben wij in dit geval even niets aan. De waarneming is immers al gedaan. Wat wij nodig hebben is een sub-menu van het satellieten-onderdeel van deze website.

Daar waar eerder slechts een handjevol opties getoond werd waar we op ‘Satellites’ klikten, staat nu een heel sub-menu met een uiteenlopende reeks opties.

Op de kaart

Wat we nodig hebben is een sterrenkaartje van het gebiedje op de foto met daarin getekend de passerende satellieten op het tijdstip waarop de foto’s gemaakt zijn. Star Chart is dus de menu optie waar we voor gaan.

Je komt dan op een pagina met een paar belangrijke onderdelen. Allereerst staat linksboven een belangrijke optie om de zoekresultaten te beperken. Anders zien we door alle stippen de sterren niet meer 😉

We moeten rekening houden met een eventuele onnauwkeurigheid / onjuistheid van de interne klok van de camera.

De tijdstippen uit de EXIF-data moeten we dus met een beetje marge nemen.

In het voorbeeld heb ik de website opdracht gegeven te gaan rekenen vanaf 21:25 en gedurende een half uur daarna voor elke 30 seconden een satelliet positie te berekenen. Het uitnodigende knopje ‘Go’ laten we nog even voor wat het is en we beperken de zoekresultaten nog wat verder door aan te geven welk stukje hemel we willen doorzoeken.

We weten al dat in hetzelfde beeldveld ook Collinder 399 (het kleerhangertje) te vinden is en dus gaf ik Cr399 in het ‘pointing’ gedeelte en ik stelde de Field of View in op 10 graden. De laatste instelling die ik maakte was de ‘Limiting Magnitude’ opkrikken. De magnitude is de helderheid van het te zoeken object. Hoe hoger het getal, des te lichtzwakker het is. De lichtzwakste objecten die calsky.com kan vinden hebben magnitude 11.

We hebben een kandidaat

Na op het ‘Go’ knopje geklikt te hebben verschijnt een mooi kaartje en zie daar, op precies de juiste plek staat een lijntje ingetekend (en een boel andere lijntjes). Boven het kaartje staat een grijs kader en bij het aanwijzen van het lijntje met je muis, verschijnt in dit kader informatie over het object.

Nog een iets ingezoomd kaartje van alleen de betreffende satelliet:

Tijdsdruk

Er is overigens wel een klein beetje tijdsdruk bij de CalSky website. De berekeningen die de website doet kosten waarschijnlijk een boel rekenkracht en dit in combinatie met dat het een gratis website is maakt dat de eigenaren van deze populaire website enkele maatregelen hebben moeten treffen. Zo heb je als niet betalende gebruiker van de site een beperkte tijd om je zoektocht uit te voeren. Doorgaans is dit overigens meer dan genoeg. En mocht je onverhoopt toch onderstaande melding in beeld krijgen, dan moet je even een uurtje wachten voor je weer verder mag.

De geschiedenis van het stipje

Het vinden van de naam van zo’n bewegende pixel op je foto is natuurlijk leuk. Nog leuker is het om de geschiedenis na te pluizen. Soms kom je namelijk juweeltjes tegen!

Zo blijkt het stipje in de foto’s dus de naam ‘Asiasat 1 Rocket (1990-030-B)’ te dragen. Dit is een prachtig cryptische naam die een aantal hints in zich heeft. Zo is dit dus niet een satelliet, maar een raket-trap die in de ruimte achtergebleven is bij het in de ruimte brengen van de Asiasat 1 satelliet. Een beetje speuren en Googelen leerde mij dat deze satelliet niet één, maar twee keer de ruimte is ingebracht!

Bruce McCandless tijdens de eerste ‘vlucht’ met een MMU – Credit: NASA

De eerste keer gebeurde dat vanuit een Space Shuttle. In februari 1984 werd de satelliet – toen nog Westar VI geheten – losgelaten vanuit de payload bay van de Challenger tijdens STS-41B missie, de 10e missie van de Space Shuttle en de vierde van de Challenger.

Een missie met iconische gebeurtenissen. Zo werd deze beroemde foto gemaakt van de eerste keer dat een astronaut een EVA deed, zonder met een draad aan z’n ruimteschip vast te zitten. Die missie eindigde in de eerste landing op Kennedy Space Center in het bestaan van de Shuttle.

Westar VI zat tezamen met de PALAPA-B2 satelliet op een Payload Assist Module-D bevestigd, die de satellieten in de juiste baan moest brengen. Dit ging echter fout, waardoor de satellieten in een extreem lage baan rond de Aarde kwamen.

 

Dale Gardner met een MMU op weg naar de Westar VI satelliet Credit: NASA

In november van hetzelfde jaar was het de Discovery, die bij de STS-51A missie beide satellieten weer uit de ruimte plukten. Om precies te zijn waren het de astronauten Dale A. Gardner en Joseph P. Allen die middels een MMU (manned maneuvering unit) – een door jets aangedreven ruimtepak – de satellieten vastgrepen en naar de Shuttle brachten. Dit was tevens ook de allerlaatste keer dat een MMU gebruikt werd, want na de ramp met de Challenger in 1986 werd het gebruik ervan te riskant gevonden.

Terug op Aarde werd Westar VI verkocht aan het AsiaSat consortium, die de satelliet zijn nieuwe naam gaven, Asiasat 1. Deze werd op 7 april 1990 op een Chinese Long March 3 raket gelanceerd vanaf Xichang Space Center (Songlin), Sichuan, China.

En van deze raket zagen we dus een rakettrap richting het “kleerhangertje” bewegen op 5 september. Toch bijzonder leuk om zo’n stukje geschiedenis op te duikelen.

 

Bronnen:
https://www.calsky.com/cs.cgi
http://www.n2yo.com/satellite/?s=20558
http://space.skyrocket.de/doc_sdat/asiasat-1.htm
https://en.wikipedia.org/wiki/Long_March_3
https://en.wikipedia.org/wiki/AsiaSat
http://www.nasa.gov/mission_pages/sh…s/sts-41B.html
http://www.nasa.gov/mission_pages/sh…s/sts-51A.html

Astrofotografie voor Dutchies – Deel 3

Planeet- en Maanfotografie

In dit derde deel van de blogserie “Astrofotografie voor Dutchies” is voor het eerst de telescoop aan de beurt. De sterrenbeelden uit het vorige deel vereisten een groot blikveld, maar bij planeten willen we juist een klein blikveld en flinke zoom. Heb je geen telescoop dan is het qua planeten waarschijnlijk alleen leuk om Jupiter in je beeld te zetten en je camera op maximum zoom te zetten. Met een beetje geluk krijg je dan Jupiter en zijn vier helderste manen op de gevoelige plaat. En uiteraard onze eigen Maan moeten we niet vergeten!

Camera en telescoop

Heb je wel een telescoop dan is het zaak de camera en telescoop met elkaar te koppelen. Er zijn in principe drie methoden om een camera te combineren met een telescoop.Allereerst is er de ‘oculair-projectie‘. Daarbij zorg je dat de camerasensor (of film) precies op de juiste plek voor het oculair is gepositioneerd. De camera neemt dan als het ware de taak van je oog over. Er is geen optiek van de camera in gebruik. Het licht wat door het oculair vergroot en gefocused wordt, valt rechtsreeks op de camera-sensor.Wil je een zo groot mogelijk beeldveld, dan zal je het oculair ook weg moeten laten. Er is dan sprake van het zogenaamde ‘direct brandpunt fotografie‘. Hierbij is de camera – wederom zonder eigen cameraoptiek – rechtstreeks in het brandpunt van de telescoop gemonteerd.De laatste optie die je hebt is het meest geschikt voor mensen die niet beschikken over een spiegelreflex camera (of andere camera waarvan de lenzen verwijderd kunnen worden). Je kan je camera dan, net als bij de oculair projectie voor een oculair positioneren. Alleen dit keer is er naast het oculair ook nog een optiek van de camera in gebruik. Dit heet de ‘afocaal-methode‘. Dit is de methode die ik gebruik.Met de afocaal methode, in de vogel-wereld vooral bekend als digiscoping, kan je astrofotografie bedrijven met compactcamera’s en zelfs smartphones zijn prima in staat prachtige foto’s te maken!

Maan van 30 september 2015.
Resultaat van een filmpje met een iPhone 4s door een 25mm Kelner oculair in mijn telescoop.
Klik hier voor het filmpje.

Uitlijnen

Het uitlijnen van de camera voor het oculair is een precies werkje. Als je zelf al eens door een telescoop gekeken hebt, weet je hoe nauwkeurig het erop aan komt dat je met je oog precies op de goede plek door het oculair kijkt. Voor de camera is het niet anders! Bij alle drie de methoden die hierboven benoemd werden is dit belangrijk. Bij de afocaal-methode is het echter – naar mijn bescheiden mening – het moeilijkst. Er is immers zoveel optiek tussen sensor en de telescoop aanwezig dat dit alles perfect op één lijn moet zitten, wil je een zo perfect mogelijke foto kunnen maken.Voor de oculair-projectie en direct-focus methode werk je met een spiegelreflex(achtige) camera waarop normaal een lens bevestigd is. Op dit bevestigingspunt kan je vaak een adapter schroeven waarmee je de camera als een oculair in je focusser schuift. Aangezien bij de afocaal-methode er geen camera met afneembare lensen gebruikt wordt, zal hier wat creativiteit vereist zijn.

Adapters

Zoals zojuist aangestipt zijn er dus adapters op de markt waarmee je jouw camera aan je telescoop kan koppelen. Voor de oculair-projectie en direct-focus methode heb je een zgn. T2 ring nodig die past op jouw camera. Dit is een ring die op de plaats waar normaal je lens zit vastklikt aan de body van je camera. Je camera wordt nu dmv deze ring voorzien van een standaard schroefdraad waar je allerlei accessoires op kunt schroeven. Een van dit soort accessoires is een adapter die ervoor zorgt dat je de camera (al dan niet met oculair-projectie) kan aansluiten in je telescoop-focusser.Voor afocaal fotografie heb ik zelf een adapter in elkaar geknutseld waarbij ik het oculair in een gat in een plankje klem. Aan het plankje is een aluminium plaat bevestigd waarin een sleuf zit met een kwart-inch schroef welke onder in de camera past.

Boven: mijn ‘plankje’. Die is soms best zwaar gebleken.
Onder: een elegante oplossing met een stuk PVC pijp dat met vilt klemmend gemaakt is,
zoals ‘uitgevonden’ door Astroforum.nl gebruiker ‘Skysurfer’

Filmen vs Fotograferen

Om een planeet middels een telescoop te fotograferen wordt in de meeste gevallen gekozen voor filmen. Vaak gebruikt men dan een speciale camera die als oculair in de focusser past. Of men knutselt een buisje aan een webcam zodat deze in de focusser past. Een Philips Toucam schijnt een populaire keus te zijn.Ikzelf maak uiteraard gebruik van mijn trouwe compactcamera, maar ook ik maak filmpjes in plaats van foto’s bij het vastleggen van bijvoorbeeld Jupiter. Een filmpje is immers niets anders dan een snelle aaneenschakeling van foto’s. Een seconde filmen staat gelijk aan 30 fotootjes bij mijn camera. 30 fps (frames-per-second) dus. De hierboven genoemde speciale camera’s – en sommige webcams – kunnen nog veel meer beeldjes per seconde opslaan. Het voordeel hiervan wordt later in deze blog duidelijk.Overbodig om te noemen waarschijnlijk, maar zorg er bij het filmen voor dat de planeet scherp in beeld is en niet overbelicht wordt in het filmpje. We hebben namelijk niets aan overbelichte filmpjes, wanneer je in de bewerking bepaalde details naar voren wil kunnen halen.Hieronder een ruwe opname van Jupiter. Het geluidje wat je steeds hoort is het bijstellen van de scherpstelling. Hiervoor heb ik een klein motortje aan de telescoop bevestigd.

Bewerken

De bewerking dan. Dit is een tijdrovende stap. Vooral wanneer je – zoals ik – gebruik maakt van een compact camera in een afocale opstelling. Er zullen namelijk een aantal ‘probleempjes’ zijn met de gemaakte film(s).Zo waren mijn eerste filmpjes gemaakt zonder een volgmotor. De planeetschijf moest ik zelf in beeld houden en zodoende is in zo’n filmpje de planeetschijf heel de tijd heen en weer aan het bewegen door het beeldveld (of er uit aan het vliegen als ik even niet op heb gelet).De individuele videobeeldjes kan je met speciale software laten combineren. Dit wordt ‘stacken’ genoemd. Zo wordt een gemiddelde van alle beeldjes gecreëerd wat de ruis in de individuele afbeeldingen wegfiltert. Hoe meer beeldjes je stapelt, des te beter wordt de signaal-ruis verhouding. Dit is ook de reden waarom het filmen in een hoge fps (frames-per-seconde) aan te raden valt.In het geval van Jupiter moeten we ook nog rekening houden met de snelle rotatie van de planeet. Jupiter draait in 10 uur om haar as en dus moeten we niet te lang filmen. Veel langer dan 2 minuten moet je niet filmen. Anders zal het stacken een gemiddelden opleveren wat niet scherp is. Jupiter is dan immers zo ver verdraaid dat er te veel verschil zit tussen het eerste en het laatste beeldje waarmee gestacked wordt.

Software

Wanneer ik een avondje heb zitten filmen betreft het vaak bestanden van een uur of langer. In het geval van Jupiter zal ik het dus moeten opknippen in vele kortere stukjes. De gemakkelijkste manier die ik tot nu toe ontdekt heb gaat middels van het gratis programma VirtualDub. Het bronbestand open je in het programma en je slaat het vervolgens op via de optie ‘Save segmented AVI’. Daar kan je ingeven hoeveel frames de segementen maximaal mogen hebben. Bij mijn camera, met 30 fps, zit ik na 2 minuten op 3600 frames. Wanneer ik dus 3600 ingeef, is het resultaat een heleboel files van 2 minuten lengte.Een tweede stukje software, wat uiteraard ook gratis verkrijgbaar is, heet PIPP. Dit staat voor Planetary Imaging PreProcessor. Het programma stelt mij in staat om de planeet te centreren in elk beeldje. Zo stabiliseert het beeld en worden vervolgstappen bij het bewerken eenvoudiger. PIPP heeft echter nog een handig truukje in huis. Zo kan je het resultaat laten ‘croppen’, wat zoveel betekent als het wegsnijden van onnodige informatie. Dit versnelt het stacken want er is immers minder onnodige beeldinformatie die het derde programma, wat we gaan gebruiken, heeft te verwerken.Hetzelfde filmpje als hierboven, maar dan gecentreerd door PIPP:

Dat derde programma is de stacking-software. Uiteraard wederom gratis. Er zijn twee populaire programma’s in omloop, te weten Registax en Autostakkert. Beide programma’s werken relatief eenvoudig en er zijn op een boel websites in Tutorial-vorm beschreven. Soms zelfs in het Nederlands, want Registax is van de hand van Cor Berrevoets en Autostakkert is geschreven door Emil Kraaikamp.Het stacking process analyseert een filmpje en sorteert de frames op kwaliteit. Ook zal er uitgelijnd moeten worden, anders zal na stapelen er een onbruikbare brij ontstaan. Voor dit uitlijnen is een aantal ‘alignpoints’ nodig die het programma helpt om deze punten in elk frame op dezelfde plaats in de afbeelding te positioneren. Daarna begint het daadwerkelijke stacken en zal een resultaat naar je harde schijf worden weggeschreven. Hoeveel frames gebruikt worden in het uiteindelijke bestand hangt af van de instellingen die je maakt. Zo kan je bijvoorbeeld kiezen voor een bepaald percentage van de beste frames uit het filmpje.

Het gemiddelde van de 600 meest duidelijke beeldjes uit het filmpje

Het uiteindelijke resultaat na stacken is dus een gemiddelde. Zelf heb ik bemerkt dat als laatste stap Registax heel goed in staat is om dit gemiddelde vervolgens te verscherpen. Dit is een magisch moment vind ik zelf altijd. Registax biedt zogenoemde wavelet image processing. Hierbij worden ingewikkelde wiskundige bewerkingen losgelaten op de gestackte afbeelding zodat de overeenkomende details die zich in elk laagje van de stack bevinden, geaccentueerd kunnen worden. Zo kan een afbeelding van Jupiter die na stacken een bijna egaal bolletje oplevert, opeens de prachtige details in de wolkenbanden prijsgeven!

Het resultaat van wavelet-verscherping met Registax

De Maan

Nu hebben we het in deze blog wel steeds over Jupiter, maar onze dichtste ‘buur’ de Maan moeten we natuurlijk niet vergeten. Met minimale middelen zijn veel kraters al prachtig te zien. Vooral wanneer de Maan niet ‘vol’ is, zijn op de dag-nacht lijn (de terminator) vele details zichtbaar. Zou je daar op de Maan staan, dan staat de zon laag aan de horizon waardoor lange schaduwen geworpen worden. Dat is ook de reden waarom bij volle maan, er een stuk minder interessante dingen te bekijken zijn. Met de zon recht boven het maanoppervlak zijn er nauwelijks schaduwen die het maan reliëf verklappen.Met behulp van het stacken zijn details, die zich verstoppen achter de wiebelende luchtonrust van onze aardse atmosfeer, tevoorschijn te toveren. De maanfoto aan het begin van deze blog is bijvoorbeeld het resultaat van zo’n gestackt filmpje. De iPhone hield ik al filmend voor het oculair.

Zoals altijd, zijn alle astro-foto’s in deze blog gemaakt met mijn Canon SX220 HS compact camera (en 1x iPhone). De gebruikte telescoop is een 114/900 Newton (merk Revue) uit de jaren 70/80 en het gebruikte oculair in de bovenstaande voorbeelden (muv de maanfoto) is een 20mm Huygens oculair.

Op naar deel 4

Deze editie is al weer veel te uitgebreid geworden. Het volgende deel zal gaan over Deep Sky fotografie en ook hier komt weer een boel software om de hoek kijken. Net als in deze blog zal ik de software en hun werking kort beschrijven. Voor een detailbeschrijving van de te doorlopen stappen is het beter naar tutorials te zoeken op internet. Ook bronnen zoals bijvoorbeeld het Nederlandse Astroforum moeten daarbij vooral niet overgeslagen worden.

Falcon-9 onderdelen drijven bij Engeland

Vandaag werd een groot drijvend stuk metaal gevonden nabij de Scilly-eilanden ten zuidwesten van het Verenigd Koninkrijk. Daarop was tussen de zeepokken een Amerikaanse vlag te herkennen. Na schoonmaak blijkt het waarschijnlijk een deel te zijn van de in juni ontplofte Falcon-9 raket.

De onderdelen hebben er een reis bijna 6600 kilometer op zitten en zijn gevonden tussen de eilanden Tresco en Bryher. Misschien dat er onderdelen de Nederlandse kust bereikt hebben… Zijn er Astroblogs-lezers die zich Sil de Strandjutter voelen?

 

Bron: http://www.bbc.com/news/uk-england-cornwall-34941462

Ontdek de Ruimte

Deze week is van maandag 2 t/m vrijdag 6 november om 19.25 uur op NPO Zapp, de reeks “Ontdek de Ruimte” met André Kuipers te zien. Er zijn al twee afleveringen achter de rug op het moment van schrijven.

Samen met Sidekick Bart Meijer, worden de geheimen van de Astronomie en het heelal ontrafeld. Het concept lijkt in mijn ogen een beetje op het befaamde Cosmos. Een aanrader!

De afleveringen zijn terug te zien via uitzending-gemist.

Ma 2 nov 2015 19:29 – Het Heelal
In deze eerste aflevering maken we een reis door het immens grote heelal. Astronaut André Kuipers laat zien welke plek onze planeet heeft tussen al die fonkelende sterren. En we zien hoe ruimtetelescopen de mysteries van het heelal ontrafelen. Bart Meijer duikt op aarde in de wereld van de supertelescopen.

Di 3 nov 2015 19:25 – Mensen in de ruimte
André Kuipers vertelt alles over de raketten waarmee mensen op ontdekkingsreis door de ruimte gaan. En hij neemt ons mee naar het internationale ruimtestation, ISS, waar hij meer dan 200 dagen woonde en werkte. Op aarde onderzoekt Bart Meijer hoe het voelt om astronaut te zijn. Zou hij zelf de ruimte in kunnen?

Astrofotografie voor Dutchies – Deel 2

Sterrenbeelden

Het vorige deel van deze blogserie gaf een introductie tot het fotograferen van de nachtelijke hemel – de Astrofotografie. Wat er allemaal mogelijk is met simpele middelen, beschreven vanuit het oogpunt van de auteur. Een simpele compact camera, een simpele telescoop, en een eenvoudig camerastatief. Niets meer, niets minder!

Deze ‘aflevering’ van de reeks zal gaan over het fotograferen van de sterrenbeelden. De telescoop zullen we hiervoor niet nodig hebben, want we willen meestal zoveel mogelijk van de nachtelijke hemel op de foto zetten. Een statief voor de camera is wel handig, hoewel een zakje gevuld met rijstkorrels ook al werkt.

Kiezen van het onderwerp

Voor het fotograferen van sterrenbeelden zijn denk ik twee zaken belangrijk. Ten eerste moet je een beetje weten wat je wilt gaan fotograferen. Of anders gezegd, je moet weten waarop je de camera wilt richten. Een handig hulpmiddel hierbij is het gratis programma Stellarium. Is op bijna elk type computer te installeren en brengt – geheel in lijn met de titel van deze blogreeks – volledig gratis een planetarium binnen jouw handbereik.

Locatie instellen kan door op F6 te drukken waarna je de GPS locatie kan invoeren.

Om te zorgen dat Stellarium de sterenhemel tekent zoals het eruit ziet vanaf jouw locatie, zal je Stellarium eerst moeten laten weten waar jij je bevindt. Het best gaat dit door middel van coördinaten. Deze vindt je het gemakkelijkst door even in Google Maps de plek te zoeken waar je wilt gaan fotograferen. Door met de rechter-muisknop op de kaart te klikken op jouw fotografeerlocatie, en vervolgens te kiezen voor “wat is hier?”, zal Google Maps je in een klein venstertje tonen welke coördinaat bij de aangeklikte plek hoort. Deze kan je dan invoeren in Stellarium, waarna je een zo exact mogelijke voorspelling kan doen van de plaats van de sterrenbeelden. Stellarium biedt een heleboel interessante mogelijkheden, die ik in een andere blog nog eens uit de doeken zal doen.

Instellen van de camera

Als je dan weet welke sterrenbeelden er aan de hemel staan is het tweede wat belangrijk is, het instellen van de camera. Scherpstellen is bijvoorbeeld een probleem, want voor de camera is er niets om op scherp te stellen… Eigenlijk zijn nagenoeg alle automatische functies van de camera waardeloos geworden voor het maken van nachtelijke foto’s. Het beste is dan ook om de camera op de ‘handmatig’-stand te zetten. Vaak ik dit te kiezen door een draaiknop naar de ‘M’-stand te zetten.Scherpstellen zal de camera niet uit zichzelf kunnen. Daarnaast bevinden de sterren zich oneindig veel verder dan objecten waar je overdag op scherp stelt. ‘Oneindig’ is dan ook de instelling die je moet zien te vinden op je camera. Op mijn Canon gaat dit door de MF (Manual Focus) stand te selecteren en vervolgens het wieltje te draaien tot het verticale balkje helemaal tot aan het lemniscaat-symbool gevuld is.

Een tweede probleem waar de camera mee van doen zal krijgen is de hoeveelheid licht die de camera zal opvangen. Beter gezegd, het gebrek daar aan. Een camera zal overdag de hoeveelheid invallend licht beperken dmv het diafragma. ’s Nachts hebben we daar geen klap aan en dus zal het diafragma zo ver mogelijk open moeten staan. Kies daarvoor een zo laag mogelijk F-getal in de handmatig-stand, want hoe lager het nummer, hoe groter de opening.

Zelfs met het diafragma helemaal open zal een foto van de nachtelijke hemel waarschijnlijk helemaal zwart worden als we niet ook de laatste twee instellingen maken. Deze twee instellingen – ik heb het over de ISO-instelling en de sluitertijd – hebben sterk met elkaar te maken. Simpel gezegd zal een een foto met een hoge ISO-instelling maar een korte sluitertijd net zoveel licht hebben kunnen vangen als een foto met een lage ISO-instelling maar een lange sluitertijd.Goed, we hebben een camera op een stuk hemel gericht waar ons favoriete sterrenbeeld zich bevindt. We hebben de camera ingesteld op handmatig, de focus op ‘oneindig’ gedwongen, het diafragma helemaal open en een sluitertijd van de maximaal in te stellen waarde, 15 seconden. Mijn Canon heeft vervolgens alle ISO waarden boven 100 ‘onbeschikbaar’ gemaakt. Blijkbaar mag ik niet met hogere ISO waarden schieten met zo’n lange sluitertijd. Geen idee waarom. Maar daar is een oplossing voor. Gewoon je camera hacken… 😉 Daarover zometeen meer. Eerst maar eens een foto schieten. Het komende voorbeeld is niet echt een sterrenbeeld en zelfs een van de objecten die Messier op zijn beroemde lijst zette. Ik heb er echter een aantal voorbeeld foto’s van die het volgende punt (de sluitertijd) goed illustreren.

De Pleiaden op 15 seconden bij 100 ISO.

Deze foto van de Pleiaden toont de sterren als kleine streepjes. Als lezer van dit blog is de kans groot dat het je niet verrast dat dit het gevolg is van het draaien van de aarde. De poolster bevindt zich van het Noordelijk halfrond af gezien het dichtst bij het denkbeeldige draaipunt en zal op foto’s met lange sluitertijden dus nauwelijks bewegen. Hoe verder van de poolster af, des te langer zal het streepje zijn. In +/- 24 uur legt een ster zijn ‘geprojecteerde’ weg rond de poolster af dus je kan ongeveer uitrekenen hoe lang de streepjes worden bij een bepaalde belichting. Andersom geredeneerd kan je ook uitrekenen hoe lang de sluitertijd maximaal mag zijn, voor het opvalt dat er streepjes ontstaan.

Op 1 seconden en 100 ISO (en bewerkt om de sterren zichtbaar te maken)

Om gemakkelijk uit te rekenen hoeveel seconden je kan belichten zonder streep-vorming kan je de zogenaamde 500 regel gebruiken. Wanneer je het getal 500 deelt door de brandpuntsafstand (in mm) van de lens van je camera en afrondt naar beneden, vind je de maximale sluitertijd die mogelijk is.Voor het voorbeeld van de Pleiaden komt dit rekensommetje op 500 / 392 ˜ 1 seconden. Met 1 seconden sluitertijd zijn de sterren van de Pleiaden inderdaad nette puntjes geworden. Ze zijn echter ook zo lichtzwak, dat ik de foto heb moeten bewerken om de sterren zichtbaar(der) te maken. Dat bewerken komt later uitgebreid aan bod.  Wanneer je de camera mee kan laten bewegen met de beweging van de sterren, kan je langere sluitertijden inzetten. Voor het fotograferen van sterrenbeelden is dat niet direct noodzakelijk, tenzij je bijvoorbeeld een overzichtsfoto wilt maken waarop ook enkele nevels dan zichtbaar zijn. Het toepassen van een volgmotor zal ik beschrijven in het deel dat gaat over het fotograferen van nevels en dergelijke.

Sterrensporen

Je kan echter ook zonder volgen een prachtige foto maken waarbij je lange sluitertijden hanteert. Je creëert dan foto’s met sterrensporen. Vooral wanneer je ervoor zorgt dat er ook iets interessants op de voorgrond in beeld komt kan je dan prachtige foto’s maken.

Sterrensporen boven de 3.6-meter ESO telescoop, die HARPS, the High Accuracy Radial velocity Planet Searcher huisvest.
Een van ’s werelds belangrijkste exoplanetenjagers. Als je goed kijkt zal het je misschien opvallen
dat dit de zuidelijke sterrenhemel is. Er geen poolster waar omheen alles lijkt te draaien – Credit: ESO/A.Santerne

Ik kan hierover uitgebreid schrijven, maar dat heeft een zekere Nando Harmsen op zijn website al gedaan, dus ik volsta even met een linkje naar zijn uitleg. Wel schrijft Nando met een spiegelreflexcamera als uitgangspunt. Wil je dit soort foto’s maken met een Canon compact camera – zoals ik dat doe – dan is het wellicht nodig je camera voor de gek te houden.

Powershot voor de gek houden

Zoals ik eerder schreef, laat mijn Canon compactcamera bepaalde instellingen niet toe. Zo kan je standaard slechts lange sluitertijd-foto’s (> 1 seconden) maken met een maximale ISO waarde van 100. Een andere mogelijkheid die mijn compactcamera standaard niet kan is het opslaan van RAW bestanden. De compactcamera slaat in plaats daarvan een JPG bestand op wat door de camera al automatisch bijgesneden en bewerkt is. Je mist daardoor de mogelijkheid om dat bewerken zelf te doen. Heb je dus een Canon camera die ‘last’ heeft van de bovenstaande twee euvels, dan is de Canon Hackers Development Kit een oplossing.Je moet ten eerste precies weten welke camera je hebt en welke software-versie de camera gebruikt (het is eigenlijk gewoon een computer zo’n camera…) Je moet daarvoor even een bestandje aanmaken op de SD kaart dat de naam ver.req heeft. Gewoon een leeg bestandje, meer niet. Vervolgens moet je met die SD kaart erin de camera aanzetten in de ‘afspeelmodus’ (op mijn camera doe je dat door de ‘play’ knop ingedrukt te houden tot de camera aan gaat. Wanneer je dan de FUNC.SET en DISP knoppen tegelijkertijd indrukt verschijnt er op de display informatie over de software versie van de camera. Deze informatie zoek je vervolgens op in deze tabel waar je een linkje vindt naar de uitbreidingssoftware die geschikt is voor jouw camera. De laatste stap is de software op het SD kaartje plaatsen. Wanneer je vervolgens het kaartje weer in de camera stopt, maar dan met het schuifje in de stand die normaal de kaart tegen schrijven beveiligt, dan zal de camera nu als het goed is opstarten met de uitgebreide instellingsmogelijkheden.Voor astrofotografie gebruik ik de volgende ‘nieuwe’ mogelijkheden:

  1. RAW bestanden
  2. Langere sluitertijden
  3. Geen ISO beperking bij sluitertijden langer dan 1 seconde
  4. Interval timer (foto’s blijven maken met de huidige instellingen)

10 minuten op ISO 800. Die twee strepen er dwars door, zijn twee vliegtuigen die door het beeldveld vlogen. In tegenstelling tot de ESO foto hierboven is nu duidelijk te zien dat deze op het Noorderlijk halfrond gefotografeerd is. Die centrale stip-vormige ster is Polaris, de poolster

Sterrenbeelden, daar ging het toch over?

Goed, wat een verhaal. En nog niet eens een sterrenbeeld als voorbeeld getoond. Ja, in de allereerste afbeelding met daarop de sterrenhemel boven de koepel van de Cosmos sterrenwacht is het sterrenbeeld Stier te ontdekken. Eerst maar eens even wat meer voorbeeldjes tonen die ik met mijn Powershot schoot. De foto’s heb ik bewerkt tot kleine animaties zodat de sterrenbeelden verduidelijkt worden.

klik op de afbeelding om de sterrenbeelden in te laten tekenen
Stier met Pleiaden, Voerman, Perseus en een stukje Orion boven de Cosmos Sterrenwacht te Lattrop.
15 seconden op ISO 100

klik op de afbeelding om de sterrenbeelden in te laten tekenen
Perseus, Cassiopeia, Voerman en Andromeda met zelfs de Andromeda nevel in beeld
14 foto’s van 16 seconden op ISO 2000 gestacked met DeepSkyStacker.

klik op de afbeelding om de sterrenbeelden in te laten tekenen
De Melkweg van Cassiopeia tot de Zwaan. Ook op deze foto is de Andromedanevel terug te vinden.
Dit zijn 9 foto’s van elk 16 seconden op ISO 2000, wederom gestacked met DeepSkyStacker.

In de foto’s hierboven zie je tweemaal in het bijschrift staan dat er ‘gestacked’ is met DeepSkyStacker. Dit is een bewerkingstechniek die foto’s op elkaar stapelt en zo het beste uit alle individuele foto’s combineert. DeepSkyStacker is geheel in lijn met deze blogreeks op z’n Dutch gratis en voor niets ;)Hoe ik dit programma inzet zal ik in het deel over deepsky-objecten gaan uitleggen, want deze blogpost is al veel te lang aan het worden. Ik had ook de intentie om met grotere regelmaat delen te publiceren, maar het schieten van de bovenstaande foto’s vereiste een paar heldere nachten 😉 Op de ESO-foto na, is alles uit deze blog geschoten met een Canon Powershot SX220 HS compactcamera.