Wetenschapspopularisator Hans de Rijk – beter bekend als Bruno Ernst – overleden

Hans de Rijk (links) naast de Vlaamse astronoom Marcel Minnaert, tijdens de opening van Volkssterrenwacht Simon Stevin in 1961. Credit: Sterrenwacht Tivoli

Deze week is Hans de Rijk overleden, de wetenschapspopularisator die we beter kennen onder z’n pseudoniem, Bruno Ernst. De Rijk was een natuurkundige, leraar wis- en natuurkunde en kosmografie, publicist en zoals gezegd wetenschapspopularisator. Hij werd internationaal bekend door zijn boeken over het werk van de graficus Maurits Escher. Hij publiceerde meer dan 250 werken onder zes pseudoniemen over onderwerpen die uiteenlopen van zonnewijzers en sterrenkunde tot kalligrafie en kunst. Zijn lijfspreuk was Nescius omnium curiosus sum (Ik weet niets maar ben nieuwsgierig naar alles). De Rijk was o.a. de oprichter in 1961 van de Volkssterrenwacht Simon Stevin te Oudenbosch, later Hoeven (Noord-Brabant), de eerste Nederlandse volkssterrenwacht (tegenwoordig is dat Sterrenwacht Tivoli). Tevens was hij de oprichter van het natuurkundetijdschrift Archimedes en van het wiskundetijdschrift voor scholieren Pythagoras. In 2008 won De Rijk de Eurekaprijs van NWO voor het beste oeuvre op het gebied van wetenschapscommunicatie. Er is ook een planetoïde naar hem genoemd, Planetoïde 11245 Hansderijk.

Ik ben net even gedoken in mijn voorraad boeken op zolder, want ik had ook nog een boek liggen van De Rijk alias Bruno Ernst, dat ik al sinds mensenheugenis (naar schatting ergens rond 1978 gekocht) in mijn bezit had. Hierboven een foto uit dat boek, Thieme’s Sterrenfotoboek. Het was in die tijd hét handboek voor de amateurastronomen, die zelf foto’s van hemellichamen wilden maken en voor fotografen die zich interesseerden voor sterrenkunde. Het was toen nog allemaal ‘natte fotografie’, waarbij we de doka’s in moesten duiken om alles uit de foto’s te halen, alles ver voor de digitale fotografie.

Hans de Rijk, rust in vrede! Bron: Wikipedia.

Kunnen astronomen de klimaatverandering beperken?

Credit: Tumisu/Pixabay.

Kunnen astronomen de klimaatverandering beperken? Daarover spraken Leids astronoom Leonard Burtscher en zijn collega’s op de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society. Voor het tweede jaar op rij was deze online. En volgens Burtscher moet dat vooral zo blijven. Tijdens een speciale sessie zette hij uiteen wat astronomen nog meer kunnen doen om het klimaatprobleem tegen te gaan. Een samenvatting is nu gepubliceerd in Nature Astronomy.

‘We kunnen moeilijk tegen het publiek en de politiek zeggen: “Er is geen Planeet B”, maar vervolgens wel op het vliegtuig springen voor de volgende internationale conferentie,’ aldus de auteurs. Samen met nog een aantal astronomen richtten zij in 2019 Astronomers for Planet Earth (A4E) op. Deze organisatie wil het vakgebied verduurzamen en helpt astronomen over de klimaatcrisis te communiceren. Dat doen ze bijvoorbeeld met behulp van workshops, conferenties en campagnes.

Begin bij jezelf, maar waar?

Om concrete stappen te kunnen zetten, berekende A4E de CO2-voetafdruk van verschillende astronomische entiteiten, zoals observatoria, instituten en conferenties. ‘Zo konden we de grootste boosdoeners eruit pikken,’ vertelt Burtscher. ‘Dat zijn elektriciteit, (intercontinentale) vluchten, nieuwe aankopen zoals computers, het verwarmen en koelen van gebouwen en bouwmaterialen.’ Verder zijn er regionale verschillen – het ene land wekt energie duurzamer op dan het ander – en verschillen per instituut – niet alle instituten zijn bijvoorbeeld goed bereikbaar per trein. Ook interessant: senior astronomen hebben een grotere voetafdruk dan beginnende astronomen. Dat komt omdat zij bijvoorbeeld vaker naar conferenties gaan.

De koolstofvoetafdruk van astronomisch onderzoek zoals bepaald voor het International Centre for Radio Astronomy Research (ICRAR) in Perth, Australië14 (linksboven), voor het Max Planck Institute for Astronomy (MPIA) in Heidelberg, Duitsland15 (rechtsboven), voor de jaarlijkse bijeenkomst van de European Astronomical Society (EAS) 2019 in Lyon, Frankrijk5 (linksonder), en voor de European Southern Observatory (ESO)13 (rechtsonder).

Dit kunnen astronomen zelf doen

Aan de hand van deze inventarisatie komt A4E met twee belangrijke manieren om uitstoot te verminderen:

  1. Overstappen op duurzame energie
  2. Minder vliegen

Burtscher: ‘We moeten af van elektriciteit die draait op fossiele brandstoffen. Zo kunnen instituten en universiteiten bijvoorbeeld hun eigen zonnepanelen aanschaffen. Daarnaast kunnen ze overstappen op een groene energieleverancier, om tekorten aan te vullen met stroom opgewekt uit wind en water.’

En daarnaast dus: minder vaak in het vliegtuig stappen. ‘Vluchten naar bijvoorbeeld conferenties zijn verantwoordelijk voor 25 tot 50 procent van de uitstoot van instituten,’ zegt Burtscher. Maar als je naar de andere kant van de wereld moet, pak je niet zo makkelijk de trein. ‘De laatste anderhalf jaar hebben we echter bewezen dat we elkaar ook kunnen ontmoeten zonder te vliegen,’ zeggen de auteurs. ‘Het is niet alleen beter voor het milieu, maar ook inclusiever, toegankelijker, eerlijker en veiliger.’ Toch begrijpen de auteurs ook dat ontmoetingen met internationale collega’s een groot pluspunt zijn van het vak. ‘We zullen een cultuurshift moeten maken. We moeten over van ‘face-to-face tenzij niet mogelijk’ naar ‘online tenzij echt noodzakelijk’. A4E wil proberen deze beweging te versnellen.

Overtuig ook het brede publiek

‘We moeten ons grote bereik gebruiken om mensen te waarschuwen voor de schade die we onze aarde toebrengen.’

Maar A4E wil nog een stapje verder gaan. ‘Hoe mooi zou het zijn als we de ernst en noodzaak van de klimaatcrisis ook duidelijk konden maken aan het publiek, de politiek en beleidsmakers?’, schrijven ze in Nature Astronomy. ‘Juist omdat het publiek zo geïnteresseerd is in het heelal, hebben we een groter bereik dan welk wetenschappelijk vakgebied dan ook. We zijn daarom verplicht dat bereik voor het goede te gebruiken. We moeten het publiek waarschuwen voor de schade die we onze aarde aandoen. We zijn geen klimaatwetenschappers, maar juist dat maakt ons standpunt neutraal, het publiek vertrouwt ons. Daarom moeten we onze stem gebruiken om op te roepen tot actie en klimaatwetenschappers te steunen.’

Terug naar een beter normaal

Volgens de auteurs moeten we de veranderingen die ons zijn opgedrongen door de corona-pandemie gebruiken om een nieuw en beter normaal te definiëren. ‘Een normaal dat ecologisch duurzaam, inclusief en eerlijk is.’ Daarbij is het belangrijk dat onderzoekers op alle carrièreniveaus en uit alle landen gelijke kansen krijgen en het eens worden op elk niveau: institutioneel, nationaal en internationaal. ‘We moeten de virtuele tools omarmen waarmee we online kunnen samenwerken, pleiten voor een rechtvaardige overgang naar duurzame energie en weigeren terug te keren naar onze verspillende praktijken uit het verleden. Wij zijn de discipline die het scherpst inziet dat er geen Planeet B bestaat: onze daden moeten met deze waarheid stroken.’

Publicatie

Burtscher, L., Dalgleish, H., Barret, D. et al. Forging a sustainable future for astronomy. Nat Astron 5, 857–860 (2021).

Bron: Leiden Observatory.

Sterrenkundige Amina Helmi ontvangt Lodewijk Woltjer Lecture award

Portretfoto van sterrenkundige Amina Helmi. (c) Amina Helmi

De Lodewijk Woltjer Lecture award 2021 is toegekend aan de Nederlandse astronoom prof. dr. Amina Helmi (Rijksuniversiteit Groningen). Deze prijs wordt door de European Astronomical Society (EAS) uitgereikt aan wetenschappers die een uitzonderlijke prestatie op hun vakgebied hebben geleverd. De prijs houdt in dat Amina Helmi de Woltjer-lezing tijdens de jaarlijkse EAS-conferentie mag houden, die dit jaar van 28 juni t/m 2 juli opnieuw virtueel in Leiden plaatsvindt. Ook ontvangt zij een medaille.

Sterrenkundige archeologie

Amina Helmi mag de lezing, die vernoemd is naar de befaamde Nederlandse astronoom Lodewijk Woltjer (1930-2019), houden vanwege haar uitzonderlijke carrière in de sterrenkunde, in het bijzonder op het gebied van galactische archeologie: de reconstructie van de geschiedenis van sterrenstelsels aan de hand van de huidige posities, bewegingen en samenstelling van sterren. Als sterrenkundig archeoloog zoekt ze naar overblijfselen van oude sterrenstelsels om aan de hand hiervan de evolutie van onze Melkweg te reconstrueren.

Helmi is hoogleraar Dynamica, structuur en vorming van de Melkweg aan het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, en adjunct-directeur van NOVA, de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie. In 2019 ontving ze de NWO-Spinozapremie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland.

European Astronomical Society

De EAS, die de Lodewijk Woltjer Lecture in 2010 in het leven riep als eerbetoon aan Lodewijk Woltjer, promoot de astronomie in Europa en bevordert de samenwerking tussen Europese onderzoeksinstituten op dit gebied.

Lodewijk Woltjer

De sterrenkundige Lodewijk Woltjer studeerde aan de Universiteit Leiden onder de beroemde sterrenkundige Jan Oort. Hij was de langstzittende directeur van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), van 1975-1987. Onder zijn leiderschap brak er een nieuw tijdperk voor de ESO aan waarin grote sprongen werden gemaakt in de ontwikkeling van geavanceerde technologie voor (optische) telescopen, zoals voor ESO’s Very Large Telescope (VLT). In 1994 en 1997 was Woltjer president van de International Astronomical Union (IAU). Bron: Astronomie.nl.

Elon Musk onthult meer details over locatie van eerste Marskolonie

Van 15 tot 18 oktober is de jaarlijkse Mars Society Convention 2020 gehouden, het was de 23ste editie. Ditmaal bestond de conferentie uit vele virtuele presentaties. Op 16 oktober gaf Elon Musk een uur durende presentatie over zijn Marsplannen. Musk onthulde hierbij meer over de locatie voor de eerste bewoonde basis op het oppervlak van Mars maar ging ook in op de vorderingen van het Starship. Musk benadrukte voor alles in de presentatie, dat het niet louter draait om om enkele astronauten naar Mars te brengen maar dat er gestreefd wordt naar een echte stad met honderden inwoners, de stad moet geheel zelfvoorzienend worden. Ook onderstreepte hij nog eens dat voor ruimtevaartuigen, het wat hem betreft alles draait om ‘re-usability’, alle rakettrappen van het Starship, zowel voor maan- als Marsreizen, zullen herbruikbaar moeten zijn. De gehele Marsonderneming is tot nu toe niet bepaald ‘smooth sailing’ geweest, zo stelde hij. Het is een complex geheel waar herbruikbaarheid van de raket, energie- en zuurstofproductie, het uitkiezen van een geschikte locatie, zowel voor de landing als de stad centraal staan, en een enorme puzzel zijn. De uitdaging is groot maar men werkt onverdroten door.
Lees verder

Prof. Hugo van Woerden op 94 jarige leeftijd overleden

Prof. dr. Hugo van Woerden, 1926-2020. Credit: Kapteyn Instituut.

Het Kapteyn Instituut van de Universiteit van Groningen heeft laten weten dat vrijdag 4 september de Groningse sterrenkundige Hugo van Woerden op 94 jarige leeftijd is overleden. Emeritus hoogleraar Van Woerden was een van de oudste, nog levende Nederlandse sterrenkundigen, die zich vooral heeft bezig gehouden met radiosterrenkunde. Zijn proefschrift uit 1962 was in het Nederlands (vermoedelijk één van de laatsten in onze eigen taal) en ging over de neutrale waterstof in het sterrenbeeld Orion. Van Woerden was betrokken bij het in kaart brengen in de jaren vijftig van neutraal waterstof in onze Melkweg met behulp van de 21 cm lijn. In 2009 verscheen over dat baanbrekende werk ‘De Melkweg ontrafeld‘, een documentaire film van Maarten Roos. Naast zijn professioneel werk was Van Woerden ook actief in de amateur-sterrenkunde. Van 1992 tot 2002 was hij voorzitter van de (K)NVWS, op 22 juni 2002 werd hij erelid en erevoorzitter. Naar hem werd de Hugo van Woerdenprijs genoemd, een in 2011 ingestelde prijs die wordt toegekend aan jeugdleden van KNVWS lidorganisaties. In april 2014 nam hij deel aan de ceremonie van de opening van de vernieuwde 25 meter radiotelescoop van Dwingeloo. Bron: Kapteyn Instituut + Astronomie.nl.

Video: Marcel-Jan Krijgsman over recente ontwikkelingen in het zonnestelsel

Gisteravond heeft Marcel-Jan Krijgsman voor de landelijke Werkgroep Maan en Planeten middels een live stream een online presentatie gegeven over de recente ontwikkelingen in het zonnestelsel. De video duurt ruim twee uur (sla de eerste 4:50 over, waarin wat technische aanloopproblemen werden verholpen), waarin hij vertelt over wat er afgelopen half jaar allemaal gebeurd is aan onderzoek aan het zonnestelsel. De werkgroep heeft twee keer per jaar een bijeenkomst, waarin de leden elkaar presentaties over verschillende onderwerpen laten zien. Marcel-Jan heeft dan altijd een vast blokje met recente ontwikkelingen in het zonnestelsel, maar door de toestand rondom het coronavirus werd de geplande bijeenkomst afgezegd. Daarom heeft hij z’n presentatie online gedaan, waarbij de kijkers middels een chatfunctie ook live konden reageren. In z’n presentatie gaat Marcel-Jan onder andere in op de open dag bij ESTEC 2019, vloeibaar water op Mercurius, vulkanische activiteit op Venus, de inslagkrater van de Indiase maanlander Vikram (die gecrashd is), de maanrover VIPER waaraan door de NASA gewerkt wordt, de metingen van methaan op Mars (hetgeen een raadsel blijft) en nog veel meer! Kortom, een zeer boeiende en leerzame presentatie, die je hieronder kunt zien.

Sterrenkundige Margaret Burbidge op honderdjarige leeftijd overleden

Eleanor Margaret Burbidge (1919-2020).

De sterrenkundige Margaret Burbidge, die vooral bekend is van haar pionierswerk op het gebied van nucleosynthese in sterren, is onlangs op honderdjarige leeftijd overleden. Ze is vooral bekend vanwege het grote (108 p.) en vaak geciteerde artikel dat ze in 1957 samen met haar man Geoffrey Burbidge, William Fowler en Fred Hoyle schreef, Synthesis of The Elements in Stars – een vakartikel waar zelfs een Wikipedia-pagina aan gewijd is. In 2013 maakte het artikel deel uit van mijn (2e) blog over de ‘oerartikelen’ van de sterrenkunde.

In de jaren vijftig was nog niet duidelijk waar de elementen vandaan komen en het was de verdienste van B²FH, zoals het viertal ook wel genoemd wordt, dat voor het eerst de theorie vorm kreeg van stellaire nucleosynthese, de vorming van elementen in sterren. Naast haar werk als astrofysicus was Burbidge ook één van de belangrijkste en meest invloedrijke persoonlijkheden in de strijd tegen discriminatie van vrouwen in de sterrenkunde. Margaret Burbidge, RIP. Bron: Wikipedia en In the Dark.

Hoe de eerste foto van een zwart gat tot stand kwam

Raquel Fraga-Encinas bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens

Afgelopen vrijdag (1 november) was Raquel Fraga-Encinas te gast bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht om daar een lezing te geven over de allereerste foto van een zwart gat. Dat ging over de (inmiddels) beroemde foto van het zwarte gat in het centrum van het elliptische sterrenstelsel M87, het zwarte gat M87* (alias Powehi), die met de Even Horizon Telescope (EHT) gemaakt is. Het was voor mij een druk weekend (o.a. halve marathon zondag van de Drechtstedenloop in de druilerige regen), dus vandaar dat ik er nu pas toe kom kort verslag te doen van de lezing.

Dé eerste foto van zwart gat, M87*, gemaakt met de EHT. (c) EHT Collaboration.

De EHT is een radiotelescoop, die feitelijk bestaat uit acht over de gehele wereld verspreid staande telescopen [1]Dat zijn de Submillimeter Telescope in Arizona, het Atacama Large Millimeter Array en het Atacama Pathfinder Experiment in Chili, het Submillimeter Array en de James Clerk Maxwell Telescope in … Continue reading , werkend volgens het principe van de Very Long Baseline Interferometry (VLBI). Zoals Fraga in haar zeer boeiende lezing schetste is de ‘aperture synthesis’, die gebruikt wordt bij de VLBI, ontwikkeld door de Britse radiosterrenkundige Martin Ryle. Het is een techniek die niet alleen in de sterrenkunde wordt toegepast, maar ook in andere sectoren, zoals de medische wereld bij tomografie en CAT scanning.

Fraga is sterrenkundige bij de Radboud Universiteit, waar ze werkt in het team van Heino Falcke, die één van de initiatiefnemers is geweest van de EHT. Het team achter de EHT is een samenwerkingsverband van meer dan 300 sterrenkundigen [2]… die afgelopen weekend in de VS de 2020 Breakthrough Prize in Fundamental Physics uitgereikt kregen. en op 10 april dit jaar maakten ze via verschillende persconferenties, die tegelijk werden gehouden, hun eerste resultaat bekend, een foto van de fotonengordel rond de waarnemingshorizon van het superzware zwarte gat en van de schaduw van die horizon van het 6,5 miljard zonsmassa zware zwarte gat M87*.  Die foto kwam niet zo maar tot stand en het duurde ná de vijf opnamedagen in 2017 meer dan een jaar hard werken van correleren en calibreren van de verzamelde data (zie afbeelding hieronder).

Credit: Siggraph.

 

Dat op 10 april géén foto werd gepresenteerd van het superzware zwarte gat Sgr A* in het centrum van ons Melkwegstelsel, maar wel van het zwarte gat M87, kwam best wel als een verrassing voor velen, een verrassing die ook heel lang en heel goed geheim is gehouden door de 347 EHT-wetenschappers. Fraga legde uit waarom het M87* werd die als eerste werd gefotografeerd en niet Sgr A*. Dat kwam door het grillige karakter van Sgr A*, die zo dichtbij ons staat (27.000 lichtjaar versus 55 miljoen lichtjaar voor M87), dat alle activiteit in z’n omgeving tot veel meer ‘fuzzyness’ leidt, wazige, blurred foto’s. Dat men nu bezig is om van Sgr A geen foto te maken, maar een video, was al eerder bekend, maar Fraga wilde geen enkel tipje van de sluier daarover oplichten – niet echt verrassend, haha…

Raquel Fraga-Encinas bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens

Afijn, alle details van de lezing zal hier verder niet geven, maar laat ik afsluiten met de melding dat ik het een zeer leerzame en boeiende lezing vond. Als de foto/video van Sgr A* gepubliceerd is (hetgeen in ieder geval dit jaar niet zal gebeuren, verzekerde Fraga ons) dan zullen we haar weer vragen een lezing daarover te verzorgen.

References[+]

References
1 Dat zijn de Submillimeter Telescope in Arizona, het Atacama Large Millimeter Array en het Atacama Pathfinder Experiment in Chili, het Submillimeter Array en de James Clerk Maxwell Telescope in Hawaï, de Large Millimeter Telescope in Mexico, de South Pole Telescope op de Zuidpool, en de IRAM 30m telescope in Spanje.
2 … die afgelopen weekend in de VS de 2020 Breakthrough Prize in Fundamental Physics uitgereikt kregen.

Waarom James Peebles meer dan verdiend de Nobelprijs gewonnen heeft

Credit: Planck (https://www.cosmos.esa.int/web/planck/picture-gallery)

De Nobelprijs voor de Natuurwetenschappen 2019 is zoals eerder gemeld gewonnen door James Peebles voor z’n theoretische ontdekkingen over het ontstaan en de evolutie van het heelal en Michel Mayor en Didier Queloz voor hun ontdekking in 1995 van de eerste exoplaneet om een andere ster dan de zon, de Jupiterachtige planeet Pegasi 51b. Van dit drietal wil ik hier even ingaan op het werk van Peebles, die ook wel de ‘Vader van de fysieke kosmologie’ wordt genoemd en da’s niet voor niets. Hieronder som ik een rijtje met zijn belangrijkste publicaties op, die hem zijn grote reputatie hebben bezorgd en die het winnen van de Nobelprijs meer dan verdiend maken.

  • In 1965 publiceerden R.H. Dicke, P.J.E. Peebles, P.G. Roll en D.T. Wilkinson (Princeton) het artikel “Cosmic Black-Body Radiation“, waarin het viertal inging op het bestaan van een kosmische achtergrond van straling (CMB), die zou resteren van de hete oerknal. Die achtergrond was eerder al geopperd door Alpher, Herman en Gamow, maar Dicke, Peebles, Roll en Wilkinson wisten er voor het eerst berekeningen aan te doen, die uitwezen dat de straling daadwerkelijk kon worden waargenomen. Sterker nog: het artikel van het Princeton-viertal in The Astrophysical Journal werd gevolgd door het artikel van A. A. Penzias en R. W. Wilson, “A Measurement of Excess Antenna Temperature at 4080 Mc/s“, waarin zij melding maken van de waarneming van die straling. Zij kregen daar in 1978 de Nobelprijs voor.
  • Later in 1965 publiceerde Peebles het artikel “The Black-Body Radiation Content of the Universe and the Formation of Galaxies“. Daarin beschrijft hij hoe de CMB de formatie van sterrenstelsels heeft beïnvloed. De straling in het vroege heelal zou in eerste instantie die vorming tegengehouden hebben, maar toen de temperatuur ervan daalde als gevolg van de uitdijing van het heelal zouden er instabiliteiten in de materie kunnen ontstaan, waar de dichtheid hoger was en waaruit sterrenstelsels konden ontstaan.
  • In 1966 kwam Peebles met artikelen over de nucleosynthese, het ontstaan van de lichte elementen tijdens de oerknal, deze en deze. In dat tweede artikel berekende hij bijvoorbeeld dat als de hedendaagse temperatuur van de CMB 3K is dat de hoeveelheid helium in het heelal dan 26-28% is van de totale baryonische massa. Nu weten we dat die hoeveelheid 25% is, dus een behoorlijk goede inschatting van Peebles.
  • In 1970 publiceerde Peebles samen met J.T.Yu het artikel “Primeval Adiabatic Perturbation in an Expanding Universe“, waarin ze ingingen op de minieme temperatuursvariaties in de CMB, die het gevolg zijn van geluidsgolven die door de materie in het vroege heelal heen gingen, materie die toen in de vorm van plasma was. Die variaties zijn later daadwerkelijk waargenomen, zoals door satellieten als COBE, WMAP en Planck (zie de afbeelding bovenaan, die de temperatuursvariaties in de CMB weergeeft, volgens de 2018 data van Planck).
    Een tijdlijn van het heelal van links de oerknal tot rechts het hedendaagse heelal Credit: The Nobel Prize organization
  • Peebles heeft ook veel werk verricht aan donkere materie. Zo schreef hij in 1973 samen met J.P. Ostriker het artikel
    A Numerical Study of the Stability of Flattened Galaxies: or, can Cold Galaxies Survive?” Daarin betogen ze dat sterrenstelsels zoals ons Melkwegstelsel een enorme halo moeten hebben van donkere materie, zonder welke de sterrenstelsels niet stabiel zouden zijn.
  • In 1982 komt peebles met het artikel “Large-scale background temperature and mass fluctuations due to scale-invariant primeval perturbations“, waarin hij zegt dat donkere materie koud moet zijn, Cold Dark Matter (CDM). Het zou gaan om niet-relativistische (d.w.z. langzaam bewegende), massieve en slecht reagerende deeltjes – later zou men spreken van WIMP’s, weakly interactive massive particles. Het ontstaan en de evolutie van (clusters van) sterrenstelsels zouden er door beïnvloed worden.
  • In 1984 komt Peebles in twee artikelen met een herinvoering van de Kosmologische Constante, die Einstein in 1917 had ingevoerd om een stabiel heelal te krijgen, deze en deze. In die artikelen beschrijft Peebles de Kosmologische Constante als de balans tussen de gemeten dichtheid van materie in het heelal en de beperkingen die de ‘vlakheid’ van het heelal op grote schaal met zich meebrengt (het heelal zou niet gekromd zijn, maar vlak, ‘flat’ in het Engels). Met de artikelen uit 1982 en 1984 legt Peebles de basis voor hét hedendaagse heelalmodel, het Lambda CDM model, waarin sprake is van een heelal met donkere energie (Lambda, da’s de Kosmologische Constante) en koude, donkere materie.

Tenslotte nog een video van de voordracht die James Peebles gaf in juni 2014 tijdens een symposium over de geschiedenis van de donkere materie. Tijdens dat symposium had ik een interview met Peebles en Michael Turner. De video zegt dat die voordracht in 2013 was, maar dat klopt niet (tenzij Einstein vanuit het hiernamaals tijdens die voordracht een tijdsdillatatie van een jaar naar de aarde heeft gezonden).

Bron: Astrobites + Francis Naukas.

En dat is drie!

Credit: Wikipedia

De bekendmaking gisteren dat Jim Peebles voor z’n werk aan de oerknal de Nobelprijs voor de Natuurwetenschappen 2019 heeft gewonnen (samen met Michel Mayor en Didier Queloz voor hun ontdekking van de eerste exoplaneet om een andere ster dan de zon) betekende ook voor de Astroblogs goed nieuws. Niet alleen omdat de toekenning opnieuw een prachtige en meer dan terechte blijk van waardering is voor het werk dat de sterrenkundigen in het algemeen en deze drie sterrenkundigen in het bijzonder hebben gedaan voor onze kijk op het heelal, maar ook omdat het betekent dat wij van de Astroblogs afgelopen jaren al drie keer kennis hebben kunnen maken met Nobelprijswinnaars. En da’s best bijzonder, toch?

Brian Schmidt (winnaar in 2011)

Daar sta ik dan samen met Brian Schmidt

Brian Schmidt won de Nobelprijs in 2011 vanwege zijn ontdekking in 1998 met behulp van waarnemingen aan type Ia supernovae dat het heelal versneld uitdijt, een waarneming die erop wees dat er zoiets als donkere energie bestaat. Schmidt won die Nobelprijs samen met Adam Riess en Saul Perlmutter, die in een ander team dezelfde waarneming deden. Ik ontmoette Schmidt twee keer, de eerste keer op 19 december 2012, toen hij in Leiden een lezing hield over zijn ontdekking. Bij die gelegenheid vroeg ik Schmidt of hij z’n handtekening wilde zetten op de allereerste pagina van het artikel dat hij en z’n team in 1998 hadden gepubliceerd. En jawel, dat deed ‘ie. 🙂 Hier een kort relaas van die ontmoeting.

Dit jaar kwam ik Schmidt opnieuw tegen en wel tijdens de bekendmaking op 10 april in Brussel van de allereerste foto die wetenschappers ooit van een zwart gat hebben gemaakt. Jan Brandt maakte daar de foto van mij en Schmidt, die je hierboven ziet.

Joe Taylor (winnaar in 1993)

Jan, Daniela, Joe Taylor en ik (credit foto: Theo Dekkers).

In 1993 won Joe Taylor samen met Russel Hulse de Nobelprijs omdat ze in 1974 op indirecte wijze zwaartekrachtsgolven had ontdekt. April 2014 sprak ik Taylor, toen hij de gerenoveerde 25 meter radiotelescoop van Dwingeloo in Drenthe opende. Ik had voor de gelegenheid het artikel van Hulse en Taylor uit 1975 over de ontdekking van PSR B1913+16 meegenomen en vroeg ik hem of hij daar z’n handtekening op wilde zetten. En jawel, dat deed ‘ie. 😀

Jim Peebles (winnaar 2019)

Jim Peebles (r), Michael Turner (m), uw nederig scribent, mét rode broek (l).

Op zondag 22 juni 2014 sprak ik Jim Peebles samen met Michael Turner in de Koepelkerk tijdens het symposium over donkere materie. Ik sprak hen daar onder andere over de kosmische microgolf-achtergrondstraling (CMB) en over de betrouwbaarheid van de metingen van het BICEP2 team (kort daarvoor bekendgemaakt). Hier de Astroblog over dat interview.