Boekrecensie Sekret Machines: Man ‘De alien als parasiet van de mens?’ (1/2)

Is de mens slechts een instrument in een parasitaire cyclus met aliens? Zit dit scenario voorgeprogrammeerd in ons, in ons DNA bijvoorbeeld, en is aliencontact een expressie van dit scenario? Deze ideëen bevatten de kern van het lijvige boek ‘Sekret Machines; Gods, Man, War’. Het boek is het tweede deel uit de gelijknamige trilogie, samengesteld en uitgegeven door To The Stars Academy of Arts and Science, waarin het UAP/alien-fenomeen m.b.t. wetenschappelijk onderzoek centraal staat. De auteurs zijn TTAAS‘ Tom DeLonge en Peter Levenda. Meer over TTAAS, zie deze AB en een overzicht van blogs over UAP’s zie deze Recap. Met deze blogs ‘De alien als parasiet van de mens?’ en ‘Gray’s anatomie of cyborg?’, wil ik de beladen vraagstukken belichten die het UAP/alien-onderzoek tarten. Voor alles betoogt het boek een multidisciplinaire aanpak van ‘het fenomeen’, en wil het het grote publiek bewegen tot het verlaten van hokjesdenken aangaande deze materie, wat tevens de reden is dat ik deze blogs presenteer. Een brede selectie aan onderzoeksvelden wordt geïntroduceerd – genetica, neurobiologie, psychologie, robotica – en gerelateerd aan het thema. Het boek noopt tot het verlaten van het universele, populaire beeld van een ‘vliegende schotel van onbekende, mogelijk buitenaardse, oorsprong’, het weerspiegelt slechts een fractie van ‘het fenomeen’. ‘Man’ zet helder uiteen, dat er sprake is van een scala aan onverklaarbare verschijnselen waarvan UAP/alien(contact) deel uitmaakt. (De klassieke driedeling ‘close encounters of the 1st, 2nd, en 3rd kind’ ooit door Allen J. Hynek bedacht, vertroebelt het beeld van UAP’s en aliens en staat dieper inzicht in de weg). In één adem wordt naast de empirische wetenschap, ook de ‘rejected knowledge’, kennis m.b.t. telepathie, remote viewing enz. in relatie tot ‘het fenomeen’ behandeld. Onder de noemer ‘paranormale fenomenen’ schuilde deze kennis eeuwenlang bij religieuze instituties, laatstgenoemden (be)- en veroordeelden de ‘lijders’ hieraan. De rol van deze instituties werd gemarginaliseerd, en de psychologie, vulde deels dit vacuüm. Blog 1 gaat in op de problematiek inzake de definitiebepaling van UAP/alien(contact), op ‘alienontvoeringen’ vanwege de direct aantoonbare fysiologische schade bij getroffen personen, alsook de opkomst van de zogenoemde ‘psy-ops’, geïnitieerd door het Amerikaanse militair apparaat na WOII. De politiek-sociaal-culturele context is die van de strijd om de wereldsuprematie, de, vanuit het  perspectief van het vrije westen dreigende communistische regimes, het wetenschappelijk onderzoek na WOII, het verschil in perceptie van religie in diverse politieke systemen, en o.a. taal- en media gerelateerde zaken die invloed hebben op de interpretatie van ‘het fenomeen’.

UFO-vorm wolkendek, credits; wikimedia commons

Sekret Machines definieert UAP’s als volgt: “Het gaat niet alleen om feitelijke waarnemingen – inclusief maar niet beperkt tot foto’s, film, radarsporen, enz., maar soms ook om fysiek contact met de aarde en met mensen op aarde. Het gaat om verschillende vormen van communicatie; schendingen van wat wij verstaan onder fysieke wetten; onmogelijke vormen van voortstuwing; psychologische desoriëntatie bij waarnemers; fysiek trauma voor waarnemers; anomalieën van alle soorten; paranormale gebeurtenissen, waaronder telepathie, telekinese, enz. resulterend in confusie in politieke militaire en industriële sectoren. Dit is een fenomeen dat zich al sinds de vroegste dagen van de opgetekende geschiedenis voordoet, vrijwel zonder noemenswaardige afwijkingen van tijdperk tot tijdperk. Dus om het te karakteriseren als UFO of UAP of vliegende schotels, enz., is hopeloos ontoereikend. In plaats daarvan willen we alle bovenstaande kenmerken en ervaringen onder de enkele rubriek van het ‘fenomeen’ onderbrengen.”

Indeling boek ‘Sekret Machines; Man’, tweeluik blogs, ‘Fight the future’
Het boek ‘Man’ is opgedeeld in drie delen van ieder vijf hoofdstukken en telt 423 bladzijden inclusief inhoud en bibliografie. Deeltitels zijn ‘Genetics and the ET-hypothesis’, ‘Consciousness’ en ‘Human-Machine Symbiosis’. Beladen vraagstukken worden gelanceerd: is DNA, drager van ons erfeljk materiaal, het ontwerp van een onbekende, al dan niet buitenaardse, intelligentie? En heeft zo’n intelligentie DNA al dan niet bewust verspreid o.a. hier op aarde, met de bedoeling het te laten floreren en het uiteindelijk in ‘eigen’ voordeel te gebruiken, m.a.w. is er sprake van een parasitaire relatie? En is dit gebeurd door een ‘EBE‘ (extraterrestrische biologische entiteit) of een ‘sentient machine’ i.d. vertaald als ‘bewustzijnsmachines’? En hoe bepaalt men wat het verschil is tussen deze? En als de mens slechts een met bewustzijn behepte machine is – gecreëerd door zo’n alien entiteit – zijn er personen onder ons die, mogelijk via een mind-control mechanisme, in staat zijn contact te leggen met dit ‘alien’ (zie o.a. het Hills-incident)? Is ‘reverse-engineering’ van dit mechanisme ooit overwogen voor aliencontact? Het boek speculeert ook over ‘alien anti-lichamen’, welke rebellie tegen ongewenste ‘alien-invloed’ zou vormen en betreedt zo, door hiermee een sprong te maken naar rassenleer, het mijnenveld van de eugenetica. Blog 2 stelt aliencontact ervaringen gerelateerd aan telepathie, neurobiologie en quantum mechanica centraal. I.p.v. op DNA-niveau wordt er op atomair niveau gekeken naar de stand van zaken m.b.t. kennis over het bewustzijn en de implicaties voor inzicht in het UAP/alien(contact). Vragen als; waar zetelt het bewustzijn? Evolueert ons bewustzijn verder? En is de vrije wil een mogelijke expressie van ‘rebellie’ tegen aliencontact? worden gesteld. Vervolgens wordt de anatomie van aliens in contactervaringen uitgelicht. Benadrukt wordt de gemene deler, de beschrijving van aliens als uniforme, empathieloze wezens. Deze is dominant, en duidt, aldus het boek, op aliens als ‘sentient machines’. Tenslotte wijst het boek op een mogelijke valkuil m.b.t. geavanceerde technologie. Onze verwoede pogingen tot het bouwen van cyborgs, à la Gray’s anatomie, is nu juist het doel van aliens die in een eindstadium van ontwikkeling staan. Wordt de mens al dan niet bewust gedwongen tot fabricatie van een empathieloze versie van zichzelf? Is dit het geval, aldus ‘Man’, zouden aliens de mens klem zetten in een parasitaire cyclus en ons als machine gebruiken om zelf verder te komen? En is deze staat van door onszelf gecreëerde ‘convergence’, de ‘human-machine symbiosis’ een eindpunt? En noopt dit alles ons tot, zoals de subtitel luidt van de X-filesfilm ‘Fight the future‘?

Één met de goden, grenslijn tussen leven en niet-leven
Het eerste boek ‘Gods‘ exploreerde vermeend aliencontact bij oude culturen. Het stelt dat de drang om wereldwijd beschavingen te laten ontstaan rond(om) architectuur en religieuze teksten die gelinkt waren aan hemelse figuren sterke aanwijzingen voor aliencontact vormen. Boek 2 Man’ daarentegen belicht, aan de hand van voorbeelden, de materie uit wetenschappelijk oogpunt. Gerenommeerde wetenschappers hebben vastgesteld dat er bij de door hen onderzochte aliencontact ervaringen sprake was fysieke en mentale trauma’s veroorzaakt door onverklaarbare fenomenen in de vorm van UAP/aliencontact. Een vooraanstaand Harvard Medical School psychiater prof. John Mack (1926-2004) onderzocht naast het PTSD trauma van het echtpaar Hills ten gevolge van UFO/aliencontact op 20 september 1961, nog honderden andere dergelijke zaken. Mack stelde, en ik citeer: “I would never say, yes, there are aliens taking people. I would say there is a compelling powerful phenomenon here that I can’t account for in any other way that is mysterious.” Psychiater en radioloog Dr. Chris Green onderzocht medische dossiers inzake het Rendlesham Forest UAP-incident in Engeland in december 1980. De conclusies waren verrassend. Verder is de ‘Directed panspermia’-theorie van geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick prominent in dit eerste deel; leidt de kennis over het DNA ons tot dieper inzicht in ‘het fenomeen’? Aldus gaat dit boek en blog, en ik citeer Harry Reid, uitgesproken apologeet van meer UAP-onderzoek en betrokken bij AATIP en TTAAS: This is about science and national security” .

DNA streng deposit photos

De theorie van Francis Crick e.a. waarin DNA mogelijk doelbewust gezaaid hier is op aarde om op een planeet te floreren wordt in ‘Man’ gecombineerd met het idee ‘dat aliens van deze ontwikkeling uiteindelijk profiteren’. Eenmaal gelanceerd in het boek werpt dit idee zijn licht vooruit in de discussie over de grenslijn tussen wat ‘leven’ en ‘niet-leven’ inhoudt. Nu de mens inmiddels zelf op het punt staat een machine naar zijn evenbeeld te creëeren, en, mogelijk in de toekomst m.b.v. AI, zelfs een met bewustzijn behepte machine (ervan uitgaande dat bewustzijn niet het exclusief terrein is van biologische structuren maar ook van geavanceerde machines) en, daar wij onszelf beschouwen als biologische entiteiten, we ons ook af moeten gaan vragen of deze UAP/aliens mogelijk niet slechts EBE’s zijn maar ‘sentient machines’. Zijn de ‘alien figuren uit onze persoonlijke ervaringen, van camera- of radarbeelden, mogelijk creaties van bewustzijnsmachines die hun tijd vooruit zijn? Hieruit spruit voort de vraag of wij, mensen, in de toekomst nog wel onderscheid kunnen maken tussen wel of niet organisch leven? En wat dan, als ‘wij’ geen onderscheid kunnen ontwaren? En kunnen ‘zij’ dit wel? Daarom noopt het boek met name de alienontvoeringszaken te bekijken, de slachtoffers vertonen de tekenen van fysiologisch contact met ‘het fenomeen’ en biedt mogelijk dieper inzicht in de materie dan ooggetuigenverslagen of beelden alleen. Gerespecteerde wetenschappers als Mack en Green, Hal Puthoff e.v.a. bestudeerden deze (neuro)biologische sporen, en het boek stelt, ik citeer: “It’s the ‘Man’ variable in Sekret Machines; it’s the Phenomenon leaving fingerprints at the scene of the crime.”

Interpretatie UFO’s versus de ervaring van ‘het fenomeen’
Toen de as van WOII was neergedaald en de strijd om de politieke wereldsuprematie in volle hevigheid woedde, met o.a. de (atoom)wapenwedloop, de Korea-oorlog, de jacht op de ‘commies’ in de VS als gevolg, worstelde de VS met een storm aan UFO-meldingen. In het kielzog van deze strijd, ontsproten uiterst geheime defensie-projecten als ‘Manhattan’, ‘Vanguard’ en ‘MK-Ultra‘. Er moest met deze UFO-incidenten (met ‘Roswell‘ als bekendste) korte metten gemaakt worden. Het nationale luchtruim was ’the new frontier’, en moest gecontroleerd en verdedigd worden. De USAF werd in 1947 als zelfstandige defensietak opgericht, het publiek moest zich van alles wat zich in het luchtruim afspeelde afzijdig houden. In 1951 werd er op instigatie van de Amerikaanse regering project Sign (later Blue Book) opgericht. Privé UFO-groeperingen werden verboden, BB onderzocht de UFO-meldingen, de meeste werden uitgelegd als weerfenomenen of ballonnen, aliencontact werd afgedaan als hallucinatie, slaapparalyse of jeugdtrauma. Het is daarom dat ‘Man’, aan de hand van enkele bekende voorbeelden, de psychologische, neurologische en effecten t.g.v. UAP/aliencontact van de getroffen personen bespreekt in relatie tot hoe dit opgevat werd door de overheid, wetenschappers en het publiek. Stap voor stap toont het boek, met als eerste voorbeeld het echtpaar Hill, hoe hun zwaar traumatische ervaring met aliencontact afgedaan werd als jeugdtrauma maar uiteindelijk belandt op de professionele snijtafel van gerenommeerd Harvard psychiater professor John Mack. Het Hill-incident plaveide het pad voor een serieuzere en brede aanpak van het UAP/aliencontact fenomeen. Enerzijds was er dus de neiging om vanuit de wetenschap de UAP/aliencontact ervaringen serieuzer te nemen, anderzijds, zo benadrukt het boek, werd dit deels teniet gedaan door de door cultuur bepaalde kaders van taalgebruik, media, enz. los te laten op deze hoog mysterieuze persoonlijke ervaringen, ik citeer: “As we have seen in Sekret Machines; Gods, human beings perceive this Phenomenon in different ways depending on their cultural conditioning but the Phenomenon still exists as an event seperate from normal waking (and sleeping) reality and is perceived accordingly.” De ervaringen rammelen aan de gevestigde sociaal-culturele kaders. En de oorzaak van het zwaar geconditioneerde tegengeluid, aldus de auteurs ligt er deels in dat onze wetenschap de aan het bewustzijn gerelateerde velden als religie en mystiek links laat liggen, de mysterieuze ervaringen worden in ongeschikt jargon uitgedrukt. De Hills spraken terughoudend over hun ervaringen, deden dit in ‘cultuurbesmet’ taalgebruik, maar dit deed niets af aan de ervaring zelf. Een ervaring, even mysterieus, als ‘anders’ dan welke menselijke ervaring ook, ik citeer: “..that there is a ‘heavy consciousness’ aspect to the UFO experience is undeniable. In fact, it would seem that many of those who later claimed an abduction experience were UFO witnesses first, sometimes on the very same day, as in the case of the Hills. This is why it is so difficult to separate the observation of what appear to be very material, very physical aerial craft from the psychological effects they seem to produce in witnesses. This is a unique aspect of the Phenomenon, something that sets it apart from other types of human experiences.” Dit aspect dwingt, aldus het boek, tot het stellen van de wezenlijke vraag: “Is there a context for the alien abductee experience and to what extent is it related to the UFO phenomenon?” en wendt zich daarom tot twee zeer bekende UFO-incidenten waar de fysieke schade ten gevolge van een UAP-encounter onomstotelijk bewezen is.

UFO artistieke impressie credits; Pixabay

Het boek stelt dat tussen het waarnemen van UAP’s en de alienontvoeringen er een ‘intermediair’ type encounter is. UAP-encounters die (neuro)biologische schade veroorzaakten. Juist deze zijn van belang daar ze biologisch tastbaar bewijs aandragen van contact tussen mensen en ‘het fenomeen’. Deze biologische sporen zijn mogelijk veelzeggender dan videomateriaal en ooggetuigenverklaringen, en vormen a.h.w. de ‘vingerafdrukken’ van ‘het fenomeen’. De twee incidenten, Rendlesham Forest (26 en 28 december 1980) en Cash-Landrum (29 december 1980), speelden zich vrijwel gelijktijdig af maar in verschillende delen van de wereld, resp. Woodbridge (GB) en Texas (VS). Tijdens de encounters die door meerdere personen waargenomen werden raakten enkele van hen die nabij de UAP kwamen zeer ernstig gewond. In de nasleep van beide zaken hebben vooraanstaande neurobiologen de medische dossiers (het RF medisch rapport is zeer lang geheim gebleven) onder de loep genomen en deden onthutsende ontdekkingen. De medische schade die o.a. bij USAF Airman 1st class John Burroughs voor een defecte hartklep zorgde, was ontstaan t.g.v. elektromagnetische straling. In beide zaken werd de fysieke schade uiteindelijk t.g.v. een UAP-ontmoeting  gerapporteerd. De RF-rechtszaak leidde tot een ‘Catch-22‘ situatie voor het leger; dit kwam erop neer dat het leger wel moest toegeven dat de schade niet van hun militaire apparaten kwam, maar veroorzaakt werd door een UAP. Ook in de Cash-Landrum zaak werd geconcludeerd dat de schade aan de familie niet veroorzaakt was door een toestel of wapen van het leger maar door een UAP.

Nieuwe voedingsbodem voor speculaties, aliencontact
Nadat project Blue Book in 1969 met het Condon-rapport afgesloten werd, ontstond er in de VS een nieuwe voedingsbodem voor wilde speculaties rondom UAP’s en alienontvoeringen. Het boek stelt dat als zijeffect van geo-politieke spanningen (Vietnam-oorlog), corruptie (Watergate), en de kernwapenwedloop er sluipenderwijs een soort venijnige cocktail ontstond waarin ‘het fenomeen’ gerelateerd werd aan afschrikwekkende, duivelse praktijken. Gelardeerd met deze vleug overgebleven religieuze hysterie – als restant van eeuwenlange oppermachtige godsdienstige invloeden – en gretig gevoed door een groot aanbod aan film- en tv-producties waarin thema’s als exorcisme, enz. centraal stonden neigde een vertroebeld beeld te ontstaan van de UAP/alien ervaringen van de slachtoffers. Het boek benadrukt dat juist in deze chaotische en gespannen politieke context met name het ‘angstaspect’ a.h.w. oplicht en mensen extra bevattelijk maakt voor een psychologisch fenomeen, ooit gedefinieerd door psychiater Carl Jung, dat het ‘acausal connecting principle’ genoemd wordt; mensen zijn altijd in staat geweest om relaties op te zetten tussen fenomenen die ogenschijnljk niet bestaan in een Newtoniaans wereldbeeld. Men ‘fabriceert’ verbanden en betekenis, en zo interpreteren we de wereld om ons heen, UFO’s zijn een voorbeeld hoe we onze realiteit interpreteren. De verbeelding neemt een enorme loop, en zo ging het ook met deze materie, er werd naar hartelust geïnterpreteerd en gespeculeerd. Het publiek moest, zonder toegang tot geheime dossiers, wel zijn toevlucht nemen tot eigen interpretatie. Hieruit ontsproten revelaties als de ‘hybride alien-mens‘, holografische projecties en implantaten door aliens gezet, enz. Echter, en ik citeer: “Basically speaking, a UFO is nothing more than a machine that appears and disappears according lo laws an motivations that are unknown to us; a sekret machine.” Dit alles stond solide onderzoek naar ‘het fenomeen’ in de weg.

Mentale deformatiestoornissen ‘DSM’s’ oorzaak UAP’s?
Kortom, in het vrij westen waar geloofsvrijheid heerste, de associatie van aliens met demonen vrij spel had, en de gespannen politieke situatie ’s werelds machtigste natie verdeelde, vielen de UAP/alien ervaringen aan speculatie ten prooi. Met de expansie van lucht- en ruimtevaart verkreeg destijds het luchtruim de hoogste prioriteit, en ‘UFO’ adepten kon men in dit verband niet gebruiken. Een oplossing in dit gecreëerd vacuüm waarin en ik citeer: “Civilian authorities realize, however, that personal experience can be in conflict with – or entirely opposed to- what the state considers ‘reality”, werd gezocht in de psychologie. Naast psycho-analyse, zou men nu ook de mentale gesteldheid gaan meten. Psychologisch onderzoek o.a. in de vorm van ‘DSM-1’ (diagnostic and statistical manual of mental disorders, geïnstigeerd niet vanuit de wetenschap maar vanuit defensie, DoD) moest UFO-ervaringen in harmonie brengen met de ‘sactioned reality of science and state’. Het is het leger dat de wetenschap inzet of iets wel of niet tot de geaccepteerde realiteit behoort. Officieel luidde het devies dat DSM-experimenten noodzakelijk was soldaten voor dienstontwijking te weerhouden. De experimenten namen in de loop van de tijd steeds extremere vormen aan, zie o.a. het MK-Ultra project. Deze DSM-1 werd ingezet voor mind-control, de beheersing van de massa m.b.v. een geaccepteerde vorm van wetenschap. M.b.v. dit objectieve meten van iemands ‘sanity’ konden de UAP/alien verschijningen rustig naar het rijk der fabelen gewezen worden, en personen ‘behept’ met deze ervaringen in de DSM-1 hoek stoppen. Echter de UAP-meldingen bleven binnenstromen, ‘het fenomeen’ rammelt harder aan de kaders van het wetenschappelijk-sociaal geaccepteerde, dan dat de psychologie ze teniet kan doen. De bak met DSM-1 zaken bleek over te lopen, compleet gezonde personen lijden niet collectief aan mentale deformatiestoornissen. Men schoof deze problematiek voor zich uit, en ik citeer: “This relinquishing (afstand doen van) of authority on behalf of trusted instituions may serve a short-term goal, but in the long term it has eroded public confidence in the abilityof the state or its component parts to inform, protest, and defend them” Dit alles zou uiteindelijk de opmaat betekenen voor officieel onderzoek in de vorm van AATIP.

Felix Ziegel, USSR, astronoom, ufo-onderzoeker credits; wikimedia

Nationale veiligheid is breekpunt, leidt o.a. tot AATIP, UAP’s in de Sovjet-Unie
Konden individuen met persoonlijke UAP/alienervaringen die botsten met de ‘gesanctioneerde realiteit’ nog met een ‘DSM-1’ kluitje in het riet gestuurd worden, het DoD had wel degelijk zelf een levensgroot probleem aangaande de UAP-meldingen. De opbloei van lucht- en ruimtevaart moest de veiligheid van het luchtruim waarborgen. En in het kielzog hiervan die van nucleaire wapens en installaties. Ruim voor AATIP geinitieerd werd, werd er reeds uitgebreid gerapporteerd over uitval van deze installaties n.a.v. UAP’s, zowel in de VS als in USSR. De angst die burgers ervaarden n.a.v. UAP/alien(contact) ervaringen was één ding, maar (lucht)defensie was andere koek, en zo ik citeer: “Yes, this is a dangerous phenomenon with the capability of instigating global nuclear concflict. We have to begin a serious study with goal of protecting citizens.” Dit bleek een opmaat naar toekomstig officieel onderzoek van overheidswege, AATIP.  Het is interessant, aldus de auteurs, een vergelijk te maken tussen wat in die tijd als ‘het vrije westen’ bekend stond en de communistisch geleide regimes i.v.m. ‘het fenomeen’. In het westen werd naast de psychologische verklaringen (DSM) ook nog de invloed van religie gevoeld, deels leidde dit bijgeloof en, resulterend in hoon en spot fungeerde dit a.h.w. als censuur richting de slachtoffers van aliencontact. Het was juist in de communistische regimes, waar de antireligieuze wind doorheen waaide, dat UFO/alien-fenomenen ver van  bijgeloof afbleef. En waar alles m.b.t. dit thema in het westen grotendeels het ‘gek’ of ‘bijgeloof’- stempel opgedrukt kreeg, kreeg dat in de USSR geen kans. De tweedeling in dit land m.b.t. dit thema schepte duideljkheid, de Sovjets rapporteerden of natuurlijke fenomenen of raketcomponenten. De overige, onopgeloste 10% werd onder het kopje ‘paranormale fenomenen’ ingedeeld. Het was juist de Sovjet-Unie, die niet geassocieerd wilde worden met het door Amerikaanse defensie bedachte ‘UFO’, die de benaming ‘paranormaal fenomeen’ bedacht. Hierdoor gaf de USSR ruimte dit thema binnen het veld van de ‘rejected knowledge’ te plaatsen, en bleef ver van bijgeloof. Door deze methodische aanpak ging de Sovjet-Unie zo mogelijk nog een stap verder en exploreerde de communicatiemogelijkheden met ‘aliens’, ik citeer: “In fact the presence of UFO’s over Soviet military bases became so well known and to an extent predictable, that methods were developed by the Soviet military to determine whether communication with these objects was possible,” en verder: “So to insist that the Phenomenon is a culturally conditioned hoax is to ignore the evidence,” en “the interpretation of the Phenomenon may very well be the result of prevailing cultural attitudes but the Phenomenon does exist and does challenge the resoucrces of goverments both capitalist and communist.”

Aliens als projectie mensbeeld of autonome wezens?
Het boek stelt dat de problematiek rondom ‘het fenomeen’ deels een gevolg is van de rigide driedeling van Allen Hynek. Deze indeling volstaat niet, en ontaardt veelal in het direct linken van een UFO met ‘little green/gray men’. We projecteren een mens/machine beeld, een eigenbeeld op een mysterieus fenomeen dat mogelijk absoluut niets van doen heeft met hoe en wat wij zelf onder machines verstaan.  We zien ‘ze’ omdat we ‘ze’ wel moeten zien, een UFO als een bewust gecontroleerde machine. We creëeren zo de alien als een ‘liminal figuur‘, opdat onze onze geest zich rond het feit kan werpen dat er een fenomeen bestaat waarvoor geen andere rationele verklaring bestaat, ‘het fenomeen’ wordt geantropomorfiseerd. Stel, aldus het boek, dat we het nu eens omdraaien. Dat, in het licht van het creationisme bezien, – een god die mensen naar zijn evenbeeld ‘maakt’ – het ‘mensenras’ inderdaad eens voor als een machine project voor aliens, behept met micro niveau communicatie (de persoonlijke aliencontact-ervaringen gaan vaak gepaard met communicatie in beelden). En bij deze ervaringen is ook dominant de beschrijving dat aliens deze mensmachine als marionet, als simulacra van autonome wezens, die gefikst moeten worden beziet. De mens als ‘golem‘? (In de Joodse Golem-legende, is dit een creatie met een implantaat voor bescherming). Het is dan omgekeerd, de aliens zijn de ‘actual autonomous beings’? Zij bezitten superieuze eigenschappen en technologie en wij zijn de ‘golems’. De rol van implantaten gaat next-level’,  i.p.v. een trackmechanisme zou het een ‘activitatie van een menswezen’ of ‘controlesysteem’ kunnen zijn. Het waren de gedragswetenschapper John Lilly die reeds in de jaren ’60 bij dieren met ‘remote control’ implantaten experimenteerde en de astronoom en UFO-onderzoeker Jacque Vallée die UFO/aliencontact reeds als een multidisciplinair controlesysteem definieerde. O.a. de CIA experimenteerde tot in extremis met deze materie, van het wissen van geheugen, implantaten, hypnose, drugs (MK-Ultra) i.v.m. UAP/aliencontactproblematiek. De hamvraag, aldus het boek, waar komt al deze kennis vandaan? Is het door de mens opgedane kennis of is het kennis die voortkomt uit contact met ‘het fenomeen’? Kortom, draaide dit alles om ‘reverse engineering’ van alienmateriaal? Was er bij de CIA e.a. slechts sprake van inspiratie door verhalen over alienhybrides enz. of zou de CIA reden gehad hebben deze materie te geloven?

Allen Hynek (l) en collega astronoom en UFO deskundige Jacques Vallee credits; wikipedia

Ray Kurzweil, UAP als manifestatie voor de mens zich te prepareren voor transhumane staat?
Hoe dan ook, of wij ‘geknutselde’ bewustzijnsmachines zijn of geëevolueerde, hier of vanuit elders, biologische entiteiten, we leven inmiddels in een tijdperk waarin meer dan ooit de mens als een ‘machine’ beschouwd wordt waarin je tot op microniveau aan kunt knutselen, om het oneerbiedig uit te drukken. Google Engineering-hoofd, futuroloog en schrijver Ray Kurzweil heeft in de afgelopen jaren bijvoorbeeld breed zijn licht laten schijnen over de mogelijkheden die het component DNA biedt in o.a. de medische wereld. Het is niet dat Kurzweil ooit verwees naar alien implantaten maar dit ‘geknutsel’ aan het DNA, en al de eerdere mind-control projecten, lijken een signaal, en aldus het boek, is het alsof alle wereldwijd talrijke UAP/aliencontact ervaringen neergelegd in de verklaringen, hun licht vooruitwierpen op wat komen gaat, ik citeer: “Instead, one could make the argument that the abductee phenomenon was a visceral manifestion of those same programs, a bleed-through of the secret projects into the fears of the general population.” En vervolgt: “This juxtapostion of emotions is evidence of the type of ‘high strangeness’ that accompanies the Phenomenon, as if human beings are being made to experience a kind of psychological state for which there is no known precedent.”  Is technologie verlichting of de grootst mogelijke spirituele beproeving? En brengt het de mens aan de vooravond van een mentale staat die ongekend is, al dan niet geactiveerd door ‘het fenomeen’? Een fenomeen dat alle familiaire, emotionele gemoedstoestanden overstijgt, maar dat een eigen ruimte en regels creëert.

Cyborg, term bedacht door Nathan Kline, 1960 credits; wikimedia

Rebellie tegen de ‘goden’ die ons maakten
Of ‘het fenomeen’ al dan niet een manifestie is van alien bewustzijnmachines die contact zoeken via bepaalde uitgekozen personen, of anderzijds het resultaat is van CIA-technologie in de vorm van mind-control programma’s die op hun beurt mogelijk weer ‘afgekeken’ zouden kunnen zijn van alientechnologie, er zou, zo stelt ‘Man’, een revolte mogelijk moeten zijn tegen deze beproeving. Net zoals in de oudheid ook de mens het monster/God/? bevocht dat hem gecreëerd had, of in ieder geval ageerde tegen zijn scheppers, de pogingen waren tevergeefs. Maar in de toekomst, op het punt dat er nauwelijks meer onderscheid te maken is tussen een op een natuurlijk manier geëvolueerd wezen of een simulacra of cyborg, openbaart zich bij ons dan een soort superbewustzijn, is er sprake van een evolutie m.b.t. het bewustzijn en is onze vrije wil mogelijk een manifestie van deze rebellie? Het boek stelt en ik citeer: “We were asked to consider that some ethnicities might be carriers of specific genes that were resistant to alien manipulation and that genocide was an alien-inspired or alien-directed program to weed out any potential problems; obstacles to alien control lurking in the human gene pool as it had evolved on our planet.” Als voorbeelden draagt het boek de hybride erwtenplanten van Gregor Mendel aan en de ark van Noach, de meest gewenste exemplaren worden uitverkoren. Het boek betreedt zo het veld van de eugenetica en oppert, wat nu als er genen zijn bijvoorbeeld gelegen in ons junk-DNA die potentieel gevaarlijk voor aliens zouden zijn? M.a.w. wat als de mensheid (of een etniciteit) ‘alien anti-lichamen’ ontwikkelt die onkwetsbaar maken voor wat het ook is dat ‘het fenomeen’ voor ons in petto heeft, een voorbeeld is een ‘alienhybride’ programma. En verder, zou ‘het fenomeen’ reeds maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat de mens zich hier meer en meer bewust van wordt. Een maatregel, zo speculeert het boek, die een mechanisme of kracht dat leidt tot een voor de mens soort ‘superbewustzijn’ van deze aanwezigheid, ontregelt. En het boek gaat dan next-level, en stelt dat polarisatie op aarde tussen mensen een opzet is van dit programma dat ‘het fenomeen’ voor ons uitgerold heeft. Alles hoogst speculatief, echter, dienen deze geopperde vraagstukken, zo bendrukt het boek, als aanzet voor verdere studie en multidisciplinair onderzoek.

Alienation
Dit alles heeft tot gevolg aldus het boek dat zich een mogelijke verklaring aandient, dat van de mens als slaaf, al sinds mensenheugenis waren verhalen rond dat de mens gecreëerd is om als slaaf van zijn schepper te dienen. In het boek wordt gesteld dat de mens, op welke manier dan ook hier op aarde terecht gekomen, we een transitie, een overgang hebben doorgemaakt van een stadium waarin we ooit als samenwerken wezens met de ons omringende natuur een eenheid vormden, we zelf scheppers werden, hierbij werd het heersen over de planeet het devies. De wetenschap en technologie gaf ons de middelen daarvoor. En overkomt ons, eender als het Adam en Eva verging, die van gasten in het paradijs, waar ze alles konden nemen behalve één ding, hiervoor gegestraft werden. Dit verklaart volgens het boek het gevoel van ‘vervreemding’, een fundamenteel sentiment, de mens is een ‘gevangene van de realiteit’. Organisch leven mag dan floreren op deze planeet, echter er zijn onnoemelijk veel aspecten aan het leven, geweld, honger, enz. die in veler ogen tot niets dient. De mens lijkt, ook al evolueerde het net als al het andere leven vanuit de Big Bang naar onze huidige staat, een anomalie van de natuur, en leidt aan een psychische conditie van ‘vervreemding’, en stelt: “Our alienation from our surroundings is not the result of our contrary nature as human beings; it is due to something far more profound.”  En mogelijk ligt dit in: “…some genetic memory that has been encoded and retained. Junk DNA perhaps; and like the stone the builders rejected, it may be the cornerstone of our particular temple.”

DNA en ‘directed panspermia’, superbewustzijn
De evolutietheorie van Darwin is in de wetenschap een feitelijk gegeven, er zijn nog enkele missing links betreffende mutaties, speciatie, echter de theorie staat als een huis. Het creationisme leeft bij een steeds kleinere groep en het ‘Intelligent Design’-theorie wordt momenteel verkend. Het was geneticus en nobelprijswinnaar Francis Crick (1916-2004), die, in het bezit van een zeer respectabelel palmares, het zich kon permitteren flink ‘out-of-the-box’ te denken. Het was Crick die stelde dat het leven op aarde mogelijk niet spontaan geëvolueerd was maar met opzet gezaaid, het was de theorie van de ‘directed panspermia’ die Crick opperde. Met collega-geneticus Leslie Orgel onderzocht hij jarenlang hoe een handvol aminozuren leven kon creëeren en in het kielzog hiervan wat de rol van bewustzijn in dit proces was. Zij stelden dat, gezien het uniforme en gestructueerde model van het DNA-molecuul, dat dit molecuul wel ontworpen moest zijn. Het DNA dat het mogelijk maakte dat het leven evolueerde van meer eenvoudige vormen naar zeer complexe vormen noopte Crick ook te bedenken dat ons bewustzijn, net als ons fysiek mogelijk meebeweegt in de evolutie, naar een superbewustzijn. En, zo vroeg Crick zich af, zijn de ‘ontwerpers van DNA’ in het bezit van identiek DNA. De jacht op bewijzen voor deze vorm van panspermie was geopend, maar is nog niet opgehelderd. Support verkreeg de theorie van enkele Russische mathematici die verder zochten in het DNA-molecuul en meer ontdekten over de structuur, ze ontdekten onder meer de zogenoemde start- en stopcodons. Crick concludeerde, ook al is er geen sluitend bewijs, dat de genetische code niet willekeurig geëvolueerd kan zijn.

Lichtzeilsonde Credits; Breakthrough Initiatives

Aliens en ‘ons’ DNA
In het licht bezien dat talloze personen met UAP/aliencontact ervaringen de aliens beschrijven als empathieloze, robotachtige wezens die ogenschijnlijk geen interesse hebben in onze gevoelens maar direct naar het lichaam gaan om te onderzoeken, lijkt dit een soort naadloos te passen in de gedachte die het boek oppert dat aliens parasieten zouden zijn en in de Crick’s panspermie theorie. Wat nu, zo stelt dit deel tenslotte, als, en ik citeer; “What if ’the Others’ own genetic evolution has reached some kind of end stage?” Is er mogelijk sprake van een aliencultuur die aan inteelt lijdt, m.a.w. zien ze zich gedwongen hun DNA een ‘reset’ te moeten bewerkstelligen, aangezien ‘ze’ zelf op een evolutionair dood spoor zitten. Het zijn slechts speculaties, stof tot nieuwe studies, een platform voor verder ondezoek, echter, zo stellen de auteurs, inmiddels staat de mens, al dan niet behept ‘alien’ of natuurlijk geëvolueerd DNA, op het punt met behulp van geavanceerde technieken als CRISPR, zwermen robotsondes naar andere stersystemen (Breakthrough Starshot), zelf ons DNA dieper dan ooit te onderzoeken, te bewerken en dieper dan ooit de ruimte in te brengen. Zijn we originele verspreiders of verspreiden we slechts opnieuw deze fascinerende, ingenieuze bouwstenen van leven, terug naar waar het vandaan komt? In deel 2 behandel ik het UAP/alienfenomeen gerelateerd aan de de thema’s ‘Consciousness’ en Human-Machine Symbiosis’, met als titel ‘Gray’s anatomie of cyborg?’. Bron: Sekret Machines: Gods, Man, War

Prebiotische moleculen in protosterren Serpens SMM1-a en IRAS 16293B ontdekt

Een team astronomen van de Amerikaanse Cornell universiteit heeft met behulp van de ALMA-telescoop in Chili enkele essentiële ingrediënten voor leven gevonden bij twee protosterren. Het betreft de prebiotische moleculen ‘methylisocyanaat en ‘glycolonitril’ aangetroffen bij de sterren-in-spé Serpens SMM1-a en IRAS 16293B. De vondst van deze moleculen in een jong, zich vormend systeem betekent dat als die systemen ooit planeten gaan ontwikkelen, en die planeten de juiste omstandigheden voor leven bezitten, er tenminste twee van de essentiële ingrediënten voor de bouwstenen van het leven aanwezig zijn.  Lees verder

Grootschalig biomedisch onderzoek onder astronauten geeft meer inzicht in biologische gevaren bij bemande ruimtevaart

Nanotechnologie, tweelingstudie en het verouderingsproces waren enkele centrale thema’s in een groot onderzoek naar de biologische gevaren van de ruimtevaart. Maar liefst 59 astronauten en 200 moleculair- cel- en nanobiologen waren bij dit onderzoek betrokken, resulterend in 29 wetenschappelijke artikelen, gepubliceerd in verscheidene journals, waaronder Cell, CellReports, iScience en Cells and Patterns.* De betrokken partijen waren NASA’s GeneLab en Ames, het ISS National Laboratory, de farmaceuten Novartis en Eli Lilly, alsook de universiteiten van Californië (San Francisco), Colorado en diverse onderzoeksinsituten waaronder het Instituto Italiano di Tecnologia te Pontedera en het Houston Methodist Research Institute. Onderstaand belicht ik er een zestal m.b.t. DNA, medicijndistributie door nanobuisjes, en fysieke aandoeningen waar elke astronaut mee te maken krijgt als botontkalking en spiermassaverlies.

Lees verder

Tweeling onderzoek bij astronauten Mark en Scott Kelly levert opmerkelijke resultaten 

De NASA astronauten Mark en Scott Kelly (21 februari 1964, Orange, New Jersey, VS) zijn een eeneiige tweeling van 55 jaar oud. Beiden hebben geruime tijd in het ISS doorgebracht. Scott in totaal wat langer (543 dagen in totaal, 4 missies) dan Mark (54 dagen, 4 missies). NASA heeft de afgelopen twee jaar 10 onderzoeksteams ingezet om uitgebreid fysiologisch onderzoek te doen op deze tweeling astronaut dat, zo is recent gebleken, opmerkelijke resultaten opleverde. Voor fysiologisch* onderzoek in de ruimtevaart ligt het voor de hand om vergelijkbaar studiemateriaal te kiezen. Een tweeling is daarvoor ideaal. NASA voerde dan ook een uitgebreide studie uit om de genen en algehele fysiologische toestand van Mark en Scott Kelly te vergelijken. Scott ging een jaar de ruimte in en Mark fungeerde als vergelijkingsmateriaal hier op aarde.

Lees verder

Detectie DNA in Mars bodemmonsters mogelijk gemaakt door FISHBot instrument

NASA wetenschapster Melissa Floyd, van het Goddard Space Flight Center R&D afdeling, is bezig een instrument te ontwikkelen genaamd – FISHBot – dat microben kan detecteren en identificeren in bodemmonsters van planeten waaronder Mars. Het instrument wordt volledig gerobotiseerd en de zoektocht naar buitenaards leven zal hiermee een flinke stimulans krijgen. Lees verder

Ontbrekende bouwsteen van het leven aangetoond in ‘kunstmatige komeet’

Ribose vormt zich in de ijsmantels rond stofdeeltjes door de inwerking van uv-straling op eenvoudige moleculen als water, methanol en ammoniak. (Credit: Cornelia Meinert (CNRS) & Andy Christie (Slimfilms.com))

Wetenschappers hebben voor het eerst aangetoond dat kometenijs een goede voedingsbodem is voor ribose – een van de bouwstenen van genetisch materiaal in levende organismen. Daartoe hebben zij experimenten gedaan met kunstmatig ijs dat de samenstelling van kometen benadert (Science, 8 april).Het genetische materiaal van alle levende organismen op aarde bestaat uit de nucleïnezuren DNA en RNA. Aangenomen wordt dat het primitievere RNA – ribonucleïnezuur – aan de basis heeft gestaan van het leven op aarde.Volgens sommige wetenschappers zijn de moleculaire bouwstenen voor dat leven afgeleverd door kometen en planetoïden. In meteorieten – brokstukken van planetoïden – en kunstmatig kometenijs in laboratoria zijn inderdaad diverse aminozuren en nucleobasen aangetroffen. Maar ribose, een belangrijk bestanddeel van RNA, kon tot nu toe niet worden aangetoond.Bij het nieuwe onderzoek is dat nu wél gelukt. Volgens de wetenschappers versterkt dat het vermoeden dat kometen een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van organische moleculen waaruit leven kan ontstaan – ook op andere plekken dan de aarde.Het kunstmatige kometenijs bestond uit een mengsel van water, methanol en ammoniak, dat de wetenschappers onder vacuüm lieten afkoelen tot 200 graden onder nul. Op die manier werden stofdeeltjes met een ijsmantel aangemaakt – het ruwe, korrelachtige materiaal waaruit kometen bestaan.Dit materiaal werd blootgesteld aan ultraviolette straling, net als in de moleculaire wolken in de ruimte waar deze korrels van nature ontstaan. Na afloop van het experiment werden in het ijs diverse suikers gedetecteerd, waaronder ribose.Bron: Astronomie.nl.

Kunnen we donkere materie detecteren met DNA?

Zou zou de detector van DNA-donkere materie moeten werken. credit: Andrzej Drukier et al. 2012

Zo’n 22% van de totale hoeveelheid massa/energie van het heelal schijnt er uit te bestaan: donkere materie. De rest bestaat uit donkere energie (74%) en gewone materie (4%). Dát donkere materie bestaat weten we uit indirecte wijze, door de gravitationele werking van donkere materie, zoals overtuigend te zien is aan de vele waargenomen zwaartekrachtslenzen bij ver verwijderde clusters van sterrenstelsels. Directe detectie van deeltjes donkere materie is tot op heden nog niet gelukt, al zijn er talloze experimenten verspreid over de gehele wereld gaande, zoals XENON100EDELWEISSCDMSCoGeNTDAMA-LIBRA. Bij al die experimenten gebruikt men vaten gevuld met een bepaalde substantie, waarvan men hoopt dat passerende WIMP’s – weakly interactive massive particles, de veronderstelde kandidaten van donkere materie – reageren met de deeltjes van die substantie. Zoals in het geval van CRESST, waarbij een tank gevuld is met calcium- en wolframaat-kristallen. Maar zoals gezegd: noppes resultaat tot nu toe. Vandaar dat Katherine Freese, natuurkundige op de Universiteit of Michigan in Ann Arbor, naar een zeer ongebruikelijke methode grijpt. Zij wil namelijk een detector bouwen, waarin DNA wordt gebruikt om WIMP’s te detecteren. 😯 Yep, Desoxyribonucleïnezuur, de belangrijkste chemische drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen. Hier het artikel over die detector, beschreven door Freese en enkele collegae. Het idee is als volgt: in de detector wordt een dunne folie van goud gebruikt. Aan dat folie hangen zeer dunne strengen met echt DNA. Een passerende WIMP zou af en toe kunnen reageren met de goudatomen. Die worden dan uit het folie gekegeld en zij snijden vervolgens enkele van de DNA-strengen door. Aan de hand van de doorgesneden strengen kan precies de richting van de WIMP worden bepaald.

WIMP’s en het menselijk lichaam

Waar DNA al niet goed voor is! Credits: Robots & Machines.

Freeze en haar collega Christopher Savage hadden eerder dit jaar al eens uitgerekend hoe vaak een WIMP reageert op een menselijk lichaam. Ze namen een gemiddeld lichaam van 70 kg als uitgangspunt, welke voor het grootste gedeelte schijnt te bestaan uit zuurstof (61%). Daar lieten ze vervolgens enkele varianten van WIMP’s op los. Iedere minuut vliegen er miljarden WIMP’s door je lichaam, zonder dat je er erg in hebt en zonder dat ze reageren op een deeltje in je lichaam. En toch gebeurt er volgens het duo af en toe een interactie: in het geval van WIMP’s met een massa van 60 GeV is dat ongeveer 10 keer per jaar, bij lichtere 10-20 GeV WIMP’s. En er komt niet eens goud bij van pas. DNA is kennelijk erg geschikt om donkere materie te detecteren. Freeze denkt dat de door te bouwen detector ongeveer duizend keer gevoeliger zal zijn dan de huidige detectoren. Nou, ik ben benieuwd. Bron: Science News.

Nou is ’t zeker: er zit geen arseen in het DNA van bacterie GFAJ-1

De bacterie GFAJ-1. Credit: NASA/Jodi Switzer Blum

Vanochtend verschenen twee artikelen in het vakblad Science, die het lot bezegelden van ‘wonderbacterie’ GFAJ-1, de bacterie in het Mono Meer in Californië, waarvan anderhalf jaar geleden met veel tamtam op een door de NASA georganiseerde persconferentie bekend werd gemaakt dat het DNA ervan niet op fosfor zou zijn gebaseerd, maar op arseen. Dat zou een unicum zijn, want al het andere leven op aarde heeft DNA dat op fosfor is gebaseerd. Leven elders in het heelal zou wellicht ook op arseen kunnen zijn gebaseerd. Maar direct na de bekendmaking kwam er de nodige kritiek en in februari kwam een Canadees-Amerikaanse onderzoeksgroep met een voorlopige experimentele weerlegging van het onderzoek van Felisa Wolfe-Simon, die destijds op de persconferentie de ‘vondst’ bekendmaakte. Vandaag werd het onderzoek officieel gepubliceerd, samen met dat van een Zwitserse groep, in Science. Conclusie van beide artikelen: GFAJ-1 kan weliswaar tegen hoge concentraties arseen, maar het is niet ingebouwd in z’n fosfor. De Zwitserse groep denkt dat de NASA-onderzoekers met vervuild materiaal werkten. De publicatie in Science is opmerkelijk: het is in hetzelfde blad dat anderhalf jaar geleden het resultaat van de groep van Wolfe-Simon werd gepubliceerd. Bron: NRC-Handelsblad, 9 juli 2012.