6 februari 2012

Zijn zwarte gaten juist goed voor de vorming van sterren?

Filamenten van geïoniseerd gas in Centaurus A. Rechts zie je in blauw pasgevormde sterren. Helemaal rechts, buiten de opname, bevindt zich het zwarte gat.

De meeste sterrenstelsels herbergen een monsterlijk zwart gat in hun centrum. Van tijd tot tijd worden deze “ingeschakeld”, waarbij ze ineens grote hoeveelheden materiaal te verstouwen krijgen. Een deel van dit materiaal wordt weggeschoten in de vorm van hoogenergetische straalstromen, die miljoenen lichtjaren lang kunnen worden. Deze straalstromen ploegen door het galactische gas, dat hierbij wordt verhit en weggeblazen. Hierdoor kan een kleiner deel van dit gas gebruikt worden om nieuwe sterren te maken. Met andere woorden: supermassieve zwarte gaten zijn slecht voor de stervorming. Of toch niet?

Waarnemingen die verricht zijn bij Centaurus A, een (relatief dichtbij) actief sterrenstelsel op een afstand van 12 miljoen lichtjaar, laten een ander beeld zien. Dit sterrenstelsel bestaat uit een groot en massief kerngebied (inclusief een actief zwart gat), omringt door prominente stofringen. Men heeft de Hubble ruimtetelescoop gericht op het zogenaamde “binnenste filament”, een helder gebied dat zich dicht bij de straalstroom van het zwarte gat bevindt.

Volgens de gangbare theorie zou de straalstroom het gas in het filament moeten verhitten, waarbij stervorming wordt gehinderd. Dit blijkt voor de buitendelen van het filament inderdaad te kloppen. De binnendelen van het filament blijken echter volop nieuwe sterren te produceren. Schijnbaar zorgt de straalstroom van het zwarte gat ervoor dat het gas in de binnendelen voldoende wordt samengedrukt om nieuwe sterren te vormen, zonder dat het gas hiervoor te heet wordt.

Schijnbaar kunnen zwarte gaten zowel een negatieve als een positieve invloed hebben op de vorming van nieuwe sterren. Dat betekent dat de rol van zwarte gaten bij de evolutie van sterrenstelsels wellicht anders is dan gedacht. Deze ontdekking brengt ons dichterbij het oplossen van een grote puzzel: hoe hebben sterrenstelsels zich ontwikkelt tot hun huidige vorm?

:bron: Bron: RAS.

Zwarte gaten breken stervorming in zwaarste sterrenstelsels af


Met behulp van de APEX-telescoop hebben astronomen een sterk verband gevonden tussen de krachtigste uitbarstingen van stervorming in het vroege heelal en de zwaarste sterrenstelsels van nu. De hevige stervorming in de sterrenstelsels werd abrupt afgebroken, waardoor ze eindigden als de huidige zware – maar passieve – stelsels van ouder wordende sterren. De astronomen hebben ook de waarschijnlijke oorzaak voor het plotselinge einde van de ‘starbursts’ ontdekt: de opkomst van superzware zwarte gaten. Astronomen hebben waarnemingen van de LABOCA-camera van de door ESO beheerde 12-meter Atacama Pathfinder Experiment-telescoop (APEX) gecombineerd met metingen die verricht zijn met onder meer ESO’s Very Large Telescope en NASA’s Spitzer Space Telescope. Het doel was om te onderzoeken in hoeverre heldere, verre sterrenstelsels zich in groepen of clusters hebben verzameld. Hoe sterker sterrenstelsels geclusterd zijn, des te omvangrijker zijn hun halo’s van donkere materie – de onzichtbare materie die het overgrote deel van de massa van een sterrenstelsel vormt. De nieuwe resultaten zijn de meest nauwkeurige clustermetingen die ooit bij dit soort stelsels zijn gedaan. De sterrenstelsels zijn dermate ver weg dat hun licht er ongeveer tien miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. We zien hen dus zoals ze ongeveer tien miljard jaar geleden waren. De stelsels liggen allemaal in een gebied aan de hemel dat Extended Chandra Deep Field South heet, gelegen in het zuidelijke sterrenbeeld Oven (Fornax). Hieronder een video, waarin wordt ingezoomd op dat stukje aan de hemel.

Loading player…

In deze momentopnamen van het vroege heelal ondergaan de stelsels de meest intensieve vorm van stervorming die we kennen: een starburst. Door de massa’s van de halo’s van donkere materie rond de sterrenstelsels te meten, en computersimulaties te gebruiken die laten zien hoe zulke halo’s in de loop van de tijd groeien, hebben de astronomen ontdekt dat deze verre starburststelsels uit de begintijd van het heelal uiteindelijk zijn veranderd in elliptische reuzenstelsels – de zwaarste sterrenstelsels in het huidige heelal. “Het is voor het eerst dat we zo’n duidelijk verband hebben gevonden tussen de meest energierijke starburststelsels in het vroege heelal, en de zwaarste sterrenstelsels van nu”, aldus Ryan Hickox (Dartmouth College, VS, en Durham University, VK). Verder wijzen de nieuwe waarnemingen erop dat de heldere starbursts in deze verre sterrenstelsels slechts honderd miljoen jaar duren – erg kort naar kosmologische begrippen. Toch slagen de stelsels erin om in die korte tijd hun aantallen sterren te verdubbelen. Het plotselinge einde aan deze snelle groei is een van de dingen in de geschiedenis van sterrenstelsels die astronomen nog niet helemaal begrijpen. “We weten dat zware elliptische sterrenstelsels lang geleden nogal plotseling stopten met het produceren van sterren, en nu passief zijn. En wetenschappers vragen zich af wat krachtig genoeg kan zijn om de starburst van een compleet sterrenstelsel af te breken”, zegt teamlid Julie Wardlow (o.a. University of California at Irvine, VS). De resultaten van het team hebben een mogelijke verklaring opgeleverd: in dat stadium van de kosmische geschiedenis vertonen starburststelsels ongeveer dezelfde clustering als quasars, wat erop wijst dat ze zich in dezelfde halo’s van donkere materie bevinden. Quasars behoren tot de meest energierijke objecten in het heelal: het zijn galactische bakens van intense straling die worden aangedreven door een superzwaar zwart gat in hun kern. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de intense starbursts enorme hoeveelheden materie naar het zwarte gat toevoeren. Hierdoor zendt de quasar op zijn beurt krachtige uitbarstingen van energie uit, waarvan wordt aangenomen dat zij het nog in het sterrenstelsel aanwezige gas – het bouwmateriaal voor nieuwe sterren – wegblazen. Hierdoor valt het stervormingsproces stil. :bron: Bron: ESO.

De Event Horizon Telescope probeert de ‘schaduw’ van een zwart gat te zien

Impressie van een zwart gat van dichtbij

Komende woensdag – 18 januari 2012 – zullen sterrenkundigen van over de hele wereld in Tuscon (VS) discussiëren over de “Event Horizon Telescope”, de telescoop die ons hopelijk voor het eerst een blik zal geven op een zwart gat. Eh… een blik op een object dat volgens dezelfde sterrenkundigen alle licht dat er op valt absorbeert, is dat wel mogelijk? Kan je een zwart gat sowieso wel zien? Ja, strikt genomen is een zwart gat zelf onzichtbaar, want licht dat eenmaal de zogenaamde waarneemhorizon is gepasseerd, dat zal nooit en te nimmer meer het zwarte gat kunnen verlaten, omdat binnen die horizon de ontsnappingssnelheid groter dan de lichtsnelheid is. En toch denkt men met die Event Horizon Telescope (EHT) het zwarte gat te kunnen  fotograferen, dat wil zeggen diens zogenaamde schaduw. Dat is het gebied net buiten de waarneemhorizon, waar aangetrokken materie in een wervelende maalstroom is geraakt en waar het temperaturen van miljoenen graden kan bereiken. De materie kan daarom energierijke straling uitzenden in röntgen- en gammalicht, dat nog net kan ontsnappen. Met de EHT wil men die straling detecteren en daarmee voor het eerst de schaduw van een zwart gat. Het gaat daarbij om het zwarte gat in het centrum van het Melkwegstelsel, dat zich 26.000 lichtjaar van ons bevindt – het object SgrA* in het sterrenbeeld Boogschutter – en dat waarschijnlijk 4,3 miljoen zonmassa zwaar is. Om de schaduw daarvan te kunnen zien moet de telescoop een zeer groot oplossend vermogen hebben en de EHT moet dat vermogen krijgen omdat het de gehele aarde bestrijkt! De bedoeling is namelijk dat maar liefst 50 radiotelescopen verspreid over de gehele aarde middels de techniek van de interferometrie aan elkaar worden gekoppeld en dat ze samen één reusachtige telescoop zullen vormen. Sommigen van die 50 radiotelescopen zijn zelf ook weer samengesteld uit een reeks radiotelescopen, zoals de Combined Array for Research in Millimeter-wave Astronomy (CARMA) in Californië en de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in Chili. Volgens Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie zou de schaduw van een zwart gat perfect rond moeten zijn en het waarnemen ervan met de EHT zou een perfecte test van de ART zijn. Er bestaan overigens al plannen om ook het superzware zwart gat in het centrum van M87 te zien. :bron: Bron: Eurekalert.

Hubble zoomt in op de dubbele kern van het Andromedastelsel

De dubbele kern van M31 in beeld gebracht door Hubble

Dát de kern van het naburige Andromedasterrenstelsel (M31) – op 2,5 miljoen lichtjaar afstand van onze eigen Melkweg gelegen – dubbel is dat weten de sterrenkundigen al een poosje. Maar nooit eerder werd die dubbele kern zo goed in beeld gebracht als door de Hubble ruimtetelescoop is gedaan. De foto is al op 15 en 16 juni 2007 gemaakt, maar nu pas komt men met deze foto naar buiten. Het was Hubble zelf die de ‘dubbelheid’ van de kern van het Andromedastelsel ontdekte. Sinds die tijd zijn talloze verklaringen bedacht en ook zijn er andere sterrenstelsels waargenomen met een dubbele kern. Op de foto zie je in blauw een compacte cluster van blauw sterren. De tweede kern van M31 is om die cluster heen te vinden. Linksboven de blauw cluster is de echte kern van M31 te vinden, waar het zwarte gat zich bevindt. Om dat zwarte gat heen bevindt zich een elliptische ring van oude, rode sterren. Net als in ons eigen Melkwegstelsel huist in de kern van M31 een superzwaar zwart gat van pakweg 100 miljoen zonmassa – een zwaargewicht vergeleken met ‘ons’ zwarte gat van slechts 4,3 miljoen zonmassa. De foto werd vandaag gepresenteerd op de 219e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas – zucht, de zoveelste presentatie die daar werd gegegeven. Morgen is de laatste dag van de AAS. OK en nou even opgelet allemaal. Behalve een foto is er ook een video gemaakt, waarin wordt ingezoomd op de dubbele kern.

:bron: Bron: Hubble.

Sterrenkundigen zien zwart gat gaskogels de ruimte in schieten

Een internationaal onderzoeksteam, onder wie astronomen van de Universiteit van Amsterdam, de Radboud Universiteit Nijmegen en ASTRON, hebben het moment vastgelegd waarop een zwart gat in de Melkweg supersnelle ‘kogels’ van gas de ruimte in schiet. De waarnemingen zijn gedaan met NASA’s Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) en de VLBA-radiotelescoop en werden gepresenteerd op de 219de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, VS. De bollen van geïoniseerd gas, die met een kwart van de lichtsnelheid naar buiten razen, komen uit een gebied net buiten de waarnemingshorizon van het zwarte gat, het punt waarachter niets meer kan ontsnappen. De astronomen keken naar het dubbelstersysteem H1743-322, dat op een afstand staat van 28.000 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Schorpioen, en medio 2009 uitbarstte:

Bovenste rij: de VLBA-radiowaarnemingen aan H1743-322, de middelste rij toont de RXTE-röntgenwaarnemingen en waar weer onder de bijbehorende animatie uit de video

De dubbelster bestaat uit een gewone ster en een zwart gat. De twee draaien in een aantal dagen om elkaar heen en staan zo dicht bij elkaar dat het zwarte gat continu een stroom van materie opzuigt vanaf de ster. Het stromende gas vormt een afgeplatte accretieschijf om het zwarte gat heen, die een gebied van miljoen kilometers beslaat, verscheidende malen groter dan onze zon. Als materie naar binnen wervelt, wordt het samengeperst en verhit tot miljoenen graden en gaat het röntgenstraling uitzenden. Een deel van het invallende materiaal verlaat de accretieschijf weer als een jet die in twee tegengestelde richtingen naar buiten blaast. Meestal bevat de jet een constante stroom van deeltjes, maar af en toe worden er gigantische gaskogels met een enorme snelheid weggeslingerd. Begin juni 2009 onderging H1743-322 zo’n overgang, en RXTE, VLBA en de Australia Telescope Compact Array (ATCA) legden veranderingen vast in de röntgen- en radio-emissie van de dubbelster. Van 28 mei tot 2 juni waren die vrij stabiel – al namen de cyclische röntgenvariaties toe, maar op 4 juni zag de ATCA dat de radio-emissie significant minder werd. Toen RXTE op 5 juni weer keek, waren de variaties verdwenen. Op dezelfde dag nam de radiostraling toe. De VLBA zag een heldere gasbel naar buiten schieten in de richting van de jet. Een dag later werd een tweede gaskogel gezien, in tegenovergestelde richting. Hieronder een video, waarin de uitbarsting wordt nagebootst.

Tot nu toe dachten astronomen dat de kogels werden afgevuurd op het moment van de radio-uitbarsting, maar uit de VLBI-waarnemingen blijkt dat ze al op 3 juni werden afgeschoten, twee dagen voordat de opvlamming in radiostraling plaatsvond. Het onderzoek biedt nieuwe aanknopingspunten voor de manier waarop een jet aangaat en wat er vervolgend precies gebeurt. Co-auteur Diego Altamirano (UvA) is benieuwd of het resultaat universeel is en of de geplande vervolgwaarnemingen uitwijzen of het ook voor andere zwarte gaten geldt. Sommige superzware zwarte gaten hebben veel krachtiger jets dan andere en een van de ideeën is dat de rotatie van het zwarte gat het verschil bepaalt. “Maar nu zien we bij een enkele uitbarsting van een röntgendubbelster twee soorten jets, waarbij de rotatie zeker niet is gewijzigd”, zegt Sera Markoff (UvA). “Dat betekent dat hier andere fysica aan het werk is. Objecten zoals H1743-322 kunnen ons begrip van dit verschijnsel verruimen, voor alle maten zwarte gaten”, aldus Markoff. :bron: Bron: Nova.

Opgelet, morgen staat de aarde het dichtste bij de zon

Perihelium en aphelium

Allemaal even opgelet: morgen – donderdag 5 januari 2012 – staat de aarde het dichtste bij de zon. Z’n baan is niet helemaal cirkelvormig en om twee uur ‘s middags die dag staat de aarde in haar ‘perihelium’, het punt het dichtste bij de zon. De afstand bedraagt dan 0,983284 AE (Astronomische Eenheid, de afstand aarde-zon), 147 miljoen km. Over een half jaartje, pakweg op 5 juli om 6 uur, staat de aarde in het ‘aphelium, het punt het verste van de zon. Dán bedraagt de afstand 1,016675 AE, 152 miljoen km. Eh perihelium in de winter, aphelium in de zomer, moet dat niet andersom zijn, gelet op het weer? Tsja, dat zou je wel denken. Maar het punt is dat ons klimaat niet afhankelijk is van de afstand van de zon, maar van de schuine stand van de aardas, die 23° uit het lood staat. De invloed van die 5 miljoen km verschil tussen perihelium en aphelium is minimaal. :bron: Bron: Sterrengids 2012.

Astronomen observeren de ‘hartslag’ van een piepklein zwart gat

GRS 1915, waargenomen met Chandra en RXTE gedurende 8 uren.

Een internationaal team van astronomen onder leiding van Diego Altamirano (Universiteit van Amsterdam) heeft een kandidaat geïdentificeerd voor kleinst bekende zwarte gat. Met NASA’s röntgentelescoop X-Ray Timing Explorer (RXTE) observeerden ze het typische röntgenpatroon van ‘hartslagen’ – zo genoemd omdat ze lijken op een elektrocardiogram – dat één keer eerder is waargenomen bij een zwart gat. Het dubbelstersysteem IGR J17091-3624 is vernoemd naar de astronomische coördinaten van zijn positie aan de hemel, en bevindt zich in de richting van het sterrenbeeld Schorpioen. Het bestaat uit een normale ster en een zwart gat dat waarschijnlijk minder weegt dan drie keer de massa van de zon. Het bevindt zich in de buurt van de theoretische ondergrens van een zwart gat zoals dat kan ontstaan door de ineenstorting van een ster. De röntgenstraling wordt opgewekt wanneer gas van de normale ster naar het zwarte gat stroomt en een schijf daaromheen vormt. In de schijf wordt het verhit tot miljoenen graden, heet genoeg om röntgenstraling uit te zenden. Deze schijven vertonen veranderingen in energie en intensiteit op tijdschalen van milliseconden tot maanden. “Deze veranderingen zijn de vingerafdrukken van complexe fysische processen die plaatsvinden als het gas naar het zwarte gat stroomt en een wisselwerking daarmee aangaat”, zegt eerste auteur Diego Altamirano (UvA). De snelste veranderingen treden vermoedelijk op nabij de waarnemingshorizon van het zwarte gat, het punt waarop niets meer, zelfs geen licht, kan ontsnappen. Astronomen ontdekten IGR J17091-3624 tijdens een uitbarsting van röntgenstraling in 2003. Archiefdata van diverse ruimtemissies tonen aan dat het zwarte gat om de paar jaar actief wordt, voor het laatst afgelopen februari. De recordhouder voor dit type zwarte gaten is GRS 1915+105. Die dubbelster is uniek in de wijze waarop het meer dan een dozijn verschillende sterk gestructureerde patronen laat zien, niet alleen hartslagen, die in lengte variëren van seconden tot uren. “We denken dat de meeste patronen cycli representeren van opeenhoping en uitstoten van gas in een instabiele schijf. Twee van die cycli – in de zogeheten rho en bèta-klasse – waren uniek voor GRS 1915, dus dat we nu in een ander zwart gat vrijwel dezelfde cycli zien, is opwindend”, zegt coauteur Tomaso Belloni (Brera Observatory, Merate, Italië). De rho-klasse-schommelingen zijn zo helder in het röntgen dat astronomen ze omschrijven als de ‘hartslag’ van zwarte gaten. De sterke magneetvelden bij de waarnemingshorizon van GRS 1915 blazen een deel van het gas met bijna de lichtsnelheid weg in twee ‘jets’ (straalstromen) in tegenovergestelde richting. Iedere hartslag vormen de jets zich en verdwijnen weer; de pieken van de hartslag corresponderen met de sterkste jets. Veranderingen in het röntgenspectrum tijdens elke hartslag laten zien dat de binnenste delen van de schijf voldoende straling uitzenden om het gas weg te ‘duwen’. Dat veroorzaakt een sterke, naar buiten gerichte wind die de inwaartse stroom stopt en voor korte tijd het zwarte gat ‘uithongert’ en de jet afsluit. Dat laatste correspondeert met de zwakste straling. Uiteindelijk wordt het binnenste deel van de schijf zo helder en heet, dat het in elkaar stort en in de richting van het zwarte gat duikt. Daarmee komt de jet weer op gang en begint de cyclus opnieuw. Zo’n hele cyclus kan in slechts 40 seconden plaatsvinden. Er is geen direct bewijs dat IGR J17091 een jet met geladen deeltjes heeft, maar de hartslag suggereert dat zich hier een soortgelijk proces afspeelt. In de volgende video worden de twee systemen van GRS 1915 en IGR J17091 met elkaar vergeleken.

Volgens de astronomen is het opvallend dat de hartslag-emissie 20 keer zo zwak kan zijn als bij GRS 1915 en de cyclus soms acht keer zo snel, slechts 5 seconden. GRS 1915 is ongeveer 14 zonsmassa’s zwaar, waarmee het een van de zwaarste stellaire zwarte gaten is. Na zes maanden onderzoek met RXTE-data om IGR J17091 te vergelijken met GRS 1915, concluderen de sterrenkundigen dat IGR J17091 maar een heel klein zwart gat is. Altamirano trekt de vergelijking met de hartslag van een olifant en een muis: “de hartslag van een muis is veel sneller, en dat geldt ook voor de hartslag van het veel lichtere zwarte gat dat wij hebben onderzocht”. In termen van grootte, en onder bepaalde aannames, wordt de waarnemingshorizon van IGR J17091 vastgesteld op slechts zo’n 18 kilometer, terwijl de diameter van GRS 1915 ruim 40 kilometer is. De analyse is slechts het begin van een veel groter onderzoek om de twee systemen te vergelijken. Daarbij zullen de astronomen ook gebruik maken van NASA’s Swift satelliet en het Europese röntgenobservatorium XMM-Newton. :bron: Bron: Nova.

VLT laat zien hoe gaswolk bij zwart gat uiteengereten wordt


Astronomen hebben, met ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili, een gaswolk van enkele aardmassa’s ontdekt, die steeds sneller in de richting van het zwarte gat in het centrum van de Melkweg beweegt. Het is voor het eerst dat wordt waargenomen hoe zo’n tot ondergang gedoemde gaswolk een superzwaar zwart gat nadert. De resultaten worden op 5 januari 2012 in het tijdschrift Nature gepubliceerd. Tijdens een twintig jaar durend onderzoeksprogramma met ESO-telescopen, waarbij de bewegingen van sterren rond het superzware zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel worden gevolgd, heeft een team van astronomen onder leiding van Reinhard Genzel van het Max-Planck-Institut für extraterrestrische Physik (MPE) in Garching, Duitsland, een uniek nieuw object ontdekt dat met grote snelheid op het zwarte gat af stevent (zie de foto’s hieronder).

De huidige snelheid van dit object bedraagt meer dan acht miljoen kilometer per uur, wat bijna tweemaal zo snel is als zeven jaar geleden. Het volgt een zeer langgerekte baan en zal medio 2013 op een afstand van slechts ongeveer 36 lichtuur oftewel veertig miljard kilometer langs de waarnemingshorizon van het zwarte gat scheren. Naar astronomische maatstaven is dat een zeer dichte nadering. Het object is veel koeler dan de omringende sterren (slechts ongeveer 280 graden Celsius) en bestaat grotendeels uit waterstof en helium. Het is een stofrijke wolk van geïoniseerd gas die ongeveer drie keer zo zwaar is als de aarde. Het gas is door de sterke ultraviolette straling van de hete sterren in het dichtbevolkte hart van de Melkweg aan het gloeien gebracht. De huidige dichtheid van de gaswolk is veel groter dan die van het hete gas rond het zwarte gat. Maar naarmate de wolk het hongerige monster dichter nadert, zal hij door de toenemende druk van buitenaf verder worden samengeperst. Tegelijkertijd zal de enorme zwaartekrachtsaantrekking van het zwarte gat, dat een massa van vier miljoen zonsmassa’s heeft, de naderende gaswolk verder versnellen en uitrekken. Het idee van een astronaut die in de buurt van een zwart gat tot een sliert spaghetti wordt uitgerekt kennen we uit de sciencefiction. Maar bij de nu ontdekte gaswolk kunnen we het ook echt zien gebeuren. Hij zal dit avontuur niet overleven“, zegt Stefan Gillessen (MPE), eerste auteur van het Nature-artikel. De randen van de wolk, die naar verwachting binnen enkele jaren volledig uiteen zal vallen, beginnen al te rafelen. De astronomen zien duidelijke aanwijzingen dat de gaswolk tussen 2008 en 2011 steeds verder is verscheurd. Naar verwachting zal de gaswolk, naarmate de ontmoeting met het zwarte gat in 2013 nadert, ook steeds heter worden en waarschijnlijk ook röntgenstraling gaan uitzenden. Er is momenteel verder weinig materiaal in de buurt van het zwarte gat, dus deze nieuwe prooi zal zijn belangrijkste brandstof zijn voor de komende jaren. Een mogelijke verklaring voor de vorming van de gaswolk is dat zijn materiaal afkomstig is van naburige jonge, zware sterren die, ten gevolge van hevige sterrenwinden, snel massa verliezen. Zulke sterren blazen letterlijk hun gas weg. De gaswolk kan zijn ontstaan uit de botsende sterrenwinden van een bekende dubbelster die om het centrale zwarte gat draait. Hieronder een video over de ontdekte gaswolk, ESOcast 39.

:bron: Bron: ESO.

Sterrenkundigen vinden twee súper-superzware zwarte gaten

Impressie van een superzwaar zwart gat in de kern van een elliptisch sterrenstelsel

Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om in de kernen van de elliptische sterrenstelsels NGC 3842 (sterrenbeeld Leeuw) en NGC 4889 (sterrenbeeld Haar van Berenice) twee kolossale superzware zwarte gaten te ontdekken. De moloch in NGC 3842 is 9,7 miljard (!) keer zo zwaar als de zon en die in NGC 4889 is minstens net zo zwaar. De waarneemhorizon van beide zwarte gaten – de grens waarbinnen de ontsnappingssnelheid groter is dan de lichtsnelheid en daarmee ontsnappen niet meer mogelijk is, zelfs voor lichtdeeltjes – is 200 keer zo groot als de afstand aarde-zon en vijf keer zo groot als de afstand Pluto-zon. Hun aantrekkingskracht is tot op een fenominabele afstand van 4000 lichtjaar ‘voelbaar’. De zwarte gaten werden ontdekt door een team van sterrenkundigen van de Universiteit van Berkeley in Californië met behulp van de giga-telescopen van Gemini Noord en Keck II op Hawaï. Ze maten de snelheid van de sterren vlakbij de zwarte gaten en door het simpelweg toepassen van de wetten van Kepler en Newton kon men de massa van de zwarte gaten berekenen. In alle publicaties wordt gemeld dat met deze ontdekking het super-superzware zwarte gat in M87 van z’n troon valt. Deze is 6,6 miljard zonmassa’s zwaar en daarmee zouden de exemplaren in NGC 3842 en NGC 4889 nu de zwaarste zijn. Maar er huist is de ‘blazar’ OJ 287 een zwart gat dat met een geschatte massa van 18 miljard zonmassa nóg zwaarder is. Bij mijn weten zijn er nog geen berichten dat deze recordhouder onterecht is, dus voorlopig moeten de giganten in NGC 3842 en – 4889 het met de tweede plaats doen. Sterrenkundigen breken zich het hoofd om de link te verklaren tussen de massa van de zwarte gaten en de ontwikkeling van de hun omringende sterrenstelsels. Er leek een lineair verband te zijn tussen die twee – hoe zwaarder het sterrenstelsel, des te zwaarder het centrale zwart gat – met er worden te vaak uitzonderingen op deze regel ontdekt. Men denkt nu dat de zwarte gaten in de kern van de grootste sterrenstelsels anders groeien dan die in de kern van sterrenstelsels. Komende donderdag verschijnt er een artikel over in het vakblad Nature. :bron: Bron: Science Daily + NRC-Handelsblad, 6 december 2011.

Wat weten we eigenlijk niet van zwart gat Cygnus X-1?

Cygnus X-1, links in dat kleine vierkantje, rechts een impressie

Hij wordt ook wel zwart gat nummer 1 genoemd, het allereerste object aan de hemel dat ontmaskerd werd als zwart gat: Cygnus X-1 in het sterrenbeeld Zwaan. In 1971 werd met behulp van de Westerbork Synthese Radiotelescoop (WSRT) radiostraling afkomstig van Cygnus X-1 ontdekt. Toen werd duidelijk dat Cygnus X-1 eigenlijk een dubbelster is: de zichtbare component is de zeer zware, blauwe ster AGK2 +35 1910, ook wel HDE 226868 genoemd. De andere, niet zichtbare component, is een stellair zwart gat, eentje die ontstaan is nadat de kern van een zware ster na een supernova-explosie ineen klapte. Onlangs zijn sterrenkundigen er in geslaagd om met een bataljon aan röntgensatellieten - Chandra, de Rossi X-ray Timing Explorer en de Advanced Satellite for Cosmology and Astrophysics om precies te zijn – een paar eigenschappen van Cygnus X-1 heel precies vast te stellen. Ten eerste de rotatie: de waarneemhorizon rondom Cygnus X-1 – da’s de grens waarbinnen de ontsnappingssnelheid hoger is dan de lichsnelheid en je dus niet meer kunt ontsnappen, tenzij je een FTL-neutrino bent, hahaha, maar dit even terzijde – blijkt 800 keer per seconde om het zwarte gat te draaien. Verder blijkt de massa van Cygnus X-1 14,8 zonmassa’s te bedragen. Tenslotte kon men met behulp van waarnemingen met de National Radio Observatory’s Very Long Baseline Array (VLBA) heel nauwkeurig de afstand van Cygnus X-1 tot de aarde bepalen: 6070 lichtjaren. Wowie, wat weten we nog niet van Cygnus X-1? :bron: Bron: Chandra.

Switch to our mobile site