Bestaan nieuwe planeet in het circumbinaire systeem Kepler-47 bevestigd

Impressie van het systeem kepler-47. Credit: NASA/JPL-Caltech/T. Pyle

Er zijn op dit moment 23 exoplaneten bekend, die draaien om twee sterren – á la de planeet Tatooïne uit de Star Wars filmserie. Die sterren worden circumbinaire systemen genoemd en de meeste van die systemen hebben maar één exoplaneet. De uitzondering is Kepler-47, 3340 lichtjaar van ons vandaan en NN Serpentis, 1670 lichtjaar verderop. Tot recent dacht men dat er rond Kepler-47 twee exoplaneten draaien, Kepler-47b en -c, maar nu is daar door sterrenkundigen van San Diego State University een derde planeet ontdekt, wiens baan exact tussen die van Kepler-47b en -c in zit, Kepler-47d.

Een vergelijking van de grootte van de drie exoplaneten, Kepler-47b, -d en -c. Credit: NASA/JPLCaltech/T. Pyle

Alle drie zijn ze ontdekt door de transitiemethode, waarbij het licht van de sterren in de gaten wordt gehouden en periodieke dipjes in de lichtcurve wijzen op het bestaan van één of meerdere planeten, die gezien vanaf de aarde voor de ster(-ren) langstrekken en het licht een beetje dimmen. In 2013 waren er al aanwijzingen voor het bestaan van Kepler-47d, maar die zijn door recente analyses van de Kepler-data nu bevestigd.

De ‘behoudende’ leefbare zone en ‘optimistische’ leefbare zone (donkergroen resp. lichtgroen) rondom Kepler-47A en -B. Credit: Jerome Orosz/William Welsh et al.

De twee sterren in het circumbinaire systeem zijn Kepler-47A en -B, een G-klasse ster resp. M-klasse dwergster, die elke 7,45 dagen om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. Hieronder de gegevens van de drie exoplaneten.

Twee van de drie exoplaneten liggen weliswaar in de leefbare zone van de twee sterren, maar veel kans op leven zal er niet zijn, want het zijn alle drie gasreuzen, wiens dichtheid kleiner dan die van Saturnus is. Ze zullen vooral atmosferen vol met helium en waterstof hebben. Hier het vakartikel over de bevestiging van het bestaan van Kepler-47d, verschenen in The Astronomical Journal. Bron: Centauri Dreams + Wiki.

Nieuw onderzoek zegt dat donkere materie wél nodig is om galactische rotatiekrommen te verklaren

Credit: Di Paolo et al. modified from survey SDSS9.

Dark matter exists“. Die ondubbelzinnige kop staat er boven het persbericht van het Italiaanse onderzoeksinstituut SISSA, dat gisteren verscheen. In het bericht wordt gewezen op nieuw onderzoek dat aantoont dat donkere materie wel degelijk bestaat. Het onderzoek weerlegt de conclusie die drie jaar terug werd gemaakt door onderzoekers van de Case Western Reserve University. In die studie (2016) aan 153 spiraal- en onregelmatige sterrenstelsels – verzameld met de infraroodsatelliet Spitzer, de SPARC (Spitzer Photometry and Accurate Rotation Curves) – kwamen ze tot een verband tussen de verdeling van ‘baryonische’ (gewone, zichtbare) materie in de stelsels en de vorm van de zogeheten rotatiekromme, de grafiek van de draaisnelheden van sterren als functie van hun afstand tot het centrum van hun sterrenstelsel. Conclusie destijds: donkere materie is niet nodig om de rotatiekrommen te verklaren, een theorie als MOND (Modified Newtonian Dynamics) volstaat. In de Italiaanse studie, die gedaan werd door Chiara Di Paolo en haar collega’s, keken ze niet naar spiraalstelsels, maar naar 72 ‘low surface brightness’ (LSB) stelsels en 34 dwergstelsels. Uitkomst van de studie is dat het verband dat in 2016 werd gevonden niet in de 106 onderzochtte sterrenstelsels is gevonden en dat donkere materie wel degelijk nodig is om de rotatiekrommen te kunnen verklaren. Eén van die sterrenstelsels in NGC 4455 en de resultaten van het onderzoek daaraan zie je bovenaan. Hier het vakartikel over de nieuwe studie, verschenen in the Astrophysical Journal. Bron: SISSA.

In nieuwe maanvormingstheorie speelt magma van de aarde een grote rol

Simulatie van de botsing met de aarde in het midden. Rode puntjes geven materiaal aan van de magma-oceaan van de aarde, blauwe puntjes zijn van de impactor. Credit: Natsuki Hosono et al.

De meeste planeetdeskundigen denken dat de maan ontstaan is toen in het vroege zonnestelsel een planeet zo groot als Mars – de hypothetische planeet genaamd Theia – tegen de aarde botste en uit het weggeslingerde materiaal de maan onstond. Probleem van dat model is dat de maan voor het grootste gedeelte zou moeten bestaan uit materiaal van de impactor, van Theia dus. Maar wat heeft het onderzoek opgeleverd van de maanstenen die met de Apollo-missies terug werden gebracht: dat de samenstelling van de maan op die van de aarde lijkt. Japanse onderzoekers komen nu met een nieuw model en dat zou een oplossing voor dit probleem brengen. In het model van Shun-ichiro Karato et al gaan ze er niet van uit, zoals eerder werd gedacht,  dat de aarde en Theia ten tijde van de botsing beiden een vaste gestolde korst hadden, maar dat de proto-aarde nog een oceaan van magma aan de buitenkant had. Theia daarentegen was wel al gestold.

Impressie van de botsing van de proto-aarde en de impactor, Theia. Credit: NASA / JPL-Caltech.

Dat werd vervolgens in een computermodel gestopt die de botsing simuleerde en daaruit kwam naar voren dat het magma van de aarde door de botsing meer verhitte dan de vaste korst van Theia (zie de afbeelding bovenaan). Het magma vormde een grote wolk in de ruimte, die in een baan rond de aarde terecht kwam en uit die wolk is de maan ontstaan. In de eerdere maanvormingsheorieën bestaat de maan voor 80% uit materiaal van Theia, in het nieuwe model van Karato en z’n team is het andersom: 80% van de maan bestaat uit materiaal van de aarde. Gisteren verscheen in Nature Geoscience een artikel over de nieuwe maanvormingstheorie.

Wiebelend zwart gat sproeit in wilde weg

Artistieke impressie (overzicht) van de zwiepende jets uit het zwarte gat V404 Cygni. (c) ICRAR

Een internationaal team van sterrenkundigen met vier Nederlandse onderzoekers heeft een slecht uitgelijnd zwart gat ontdekt dat in het wilde weg jets van plasmagas sproeit. De zwiepende jets komen uit het zwarte gat V404 Cygni op achtduizend lichtjaar afstand van de aarde. De onderzoekers publiceren hun bevindingen vandaag in het tijdschrift Nature.

V404 Cygni, in het sterrenbeeld Zwaan, werd voor het eerst geïdentificeerd als een zwart gat in 1989. Net als veel zwarte gaten, voedt V404 Cygni zich met een ster in de buurt. Het zwarte gat onttrekt gas van de ster. Daardoor vormt zich een schijf van materiaal rond het zwarte gat. Ook worden er jets, straalstromen van energie en materie, gelanceerd vanuit een gebied vlakbij het zwarte gat.

Artistieke impressie (detail) van de zwiepende jets uit het zwarte gat V404 Cygni. (c) ICRAR

De onderzoekers vermoeden dat bij V404 Cygni de schijf en het zwarte gat niet goed zijn uitgelijnd. Daardoor wiebelt het binnenste gedeelte van de schijf als een goedkope speelgoedtol. Het gevolg is dat de jets verschillende kanten opschieten. Hoofdonderzoeker James Miller-Jones (via Curtin University verbonden aan het International Center for Radio Astronomy Research in Australië) vult aan: “En de jets veranderden in minder dan een paar uur van richting. Zoiets was nog nooit vertoond.”

De onderzoekers bekeken het zwarte gat in de twee weken na 15 juni 2015. Ze gebruikten daarvoor de Very Long Baseline Array. Dat zijn tien radiotelescopen in de Verenigde Staten, op de Maagdeneilanden en op Hawaï. Normaal gesproken maken die radiotelescopen één samengestelde afbeelding in vier uur. Maar omdat de jets binnen een paar uur van richting veranderden, was op de samengestelde beelden alleen een waas te zien. Daarop besloten de onderzoekers om 103 losse beelden-met-korte-sluitertijd in een filmpje te zetten. Daardoor zagen ze het zwarte gat wiebelen en de jets alle kanten op schieten.

V404 Cygni Black Hole Animation from ICRAR on Vimeo.

De onderzoekers vermoeden dat er meer wiebelende zwarte gaten zijn. Bijvoorbeeld als een zwart gat een ster vernietigt of als een superzwaar zwart gat zich heel snel voedt. Bij het onderzoek zijn vier Nederlandse wetenschappers betrokken. Het gaat om Peter Jonker (SRON en RU), Elmar Körding (RU), Sera Markoff (UvA) en Thomas Russell (UvA). Bron: Astronomie.nl.

Mercurius heeft een gigantische vaste binnenkern

Credit: NASA.

De planeet Mercurius blijkt een bijzonder aarde-achtige kern te hebben. Niet alleen is de kern van de kleinste planeet in het zonnestelsel even groot als de aardkern, maar ook qua structuur zijn er belangrijke overeenkomsten. De kern van Mercurius bestaat namelijk uit een vaste binnenkern en een vloeibare buitenkern, net als bij “ons”.

De ontdekking kan ons meer inzichten verschaffen in de inwendige evolutie van Mercurius én de ontwikkeling van diens magnetosfeer. Sterrenkundigen hebben hiertoe gebruik gemaakt van gegevens die zijn verkregen door de MESSENGER-ruimtesonde, die tussen 2011 en 2015 rondjes draaide rondom de planeet.

Deze Amerikaanse planeetverkenner heeft het zwaartekrachtveld van Mercurius heel precies in kaart gebracht en dit heeft astronomen in staat gesteld om het inwendige van de kleine rotsplaneet in beeld te brengen. Hieruit is gebleken dat Mercurius de tweede planeet in het zonnestelsel is (naast de aarde) waarbij het bestaan van een vaste binnenkern is vastgesteld.

Het feit dat deze kern even groot is als de aardkern vormt een nieuwe aanwijzing dat Mercurius vroeger veel groter moet zijn geweest. De planeet is namelijk weinig meer dan een metalen kern met een dun korstje erover. Waar is de mantel van de planeet dan gebleven? Gelukkig is een nieuwe ruimtesonde onderweg, namelijk de Europese Bepi-Colombo, om te helpen deze prangende vraag te beantwoorden.

Bron: Gizmodo

Het weerbericht van Elysium Planitia

Credit: NASA

Je kunt het weerbericht dagelijks opzoeken van iedere plaats op aarde, of het nou Dordrecht, Lutjebroek of Wladiwostok is. Maar sinds een poosje kan je dat ook van Elysium Planitia, de vlakte bij de evenaar van Mars! Jawel, ook daarvan is dagelijks een vers weerbericht te lezen.

Sinds 150 Marsdagen houdt de InSight lander van de NASA zich daar op en die heeft een soort van weerstation aan boord, waarmee de temperatuur, windsnelheid en luchtdruk worden gemeten. Hieronder de gegevens van het weer de afgelopen week in Elysium Planitia. Afgelopen zaterdag was het er maximaal -18,2 °C – brrrrrr…. koude Koningsdag daar.

Bron: NASA.

Hayabusa2 heeft de door ‘m zelf gecreëerde krater op planetoïde Ryugu gefotografeerd

Credit: JAXA

De Japanse Hayabusa2 ruimteverkenner heeft de krater die op 5 april gemaakt werd door de Small Carry-on Impactor (SCI) gefotografeerd. Toen maakte de SCI een 40 minuten durende daling tot ‘ie explodeerde, ergens zo’n 100 tot 200 meter boven het oppervlak. Door de explosie werd een 2,5 kg wegende koperen plaat richting Ryugu afgevuurd en toen die met een snelheid van 2 km per sec tegen Ryugu knalde ontstond de krater – alles gadegeslagen vanaf een kilometer door een camera in een aparte sonde, de DCAM3. Hayabusa2 zelf maakte die inslag niet mee, want wegens de risico’s op schade door rondvliegend materiaal was die naar de achterzijde van Ryugu gemanoeuvreerd. Op 25 april bevond ‘ie zich – na een operatie die Crater Search Operation 2 (CRA2) werd genoemd – weer aan de kraterzijde en maakte hij er vanaf 1,7 km hoogte een foto van, bovenaan rechts te zien. Duidelijk is dat niet alleen donker materiaal (regolieth) bij de inslag naar boven is gekomen, maar ook dat er rotsblokken zijn opgeschoven. In de animatie in de tweet hieronder is dat duidelijk te zien.

Een gebied van ongeveer 20 meter doorsnede is door de inslag van de koperen plaat veranderd. Met het onderzoek aan de krater en het materiaal dat naar boven is gekomen willen de onderzoekers meer te weten komen over de geschiedenis van het allervroegste zonnestelsel. Planetoïden zoals Ryugu bestaan uit materiaal dat overbleef na de vorming van de planeten 4,5 miljard jaar geleden en ze zijn sindsdien niet veranderd.

Tenslotte kwam de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA eerder deze week ook met een video, waarin de afdaling van de SCI te zien is, gemaakt van foto’s die om de twee seconden zijn genomen met de TIR (Thermal Infrared Camera) aan boord van Hayabusa2, gadegeslagen vanaf 500 meter. In de tweet hieronder zie je die video.

Bron: Universe Today.

Tweeling onderzoek bij astronauten Mark en Scott Kelly levert opmerkelijke resultaten 

De NASA astronauten Mark en Scott Kelly (21 februari 1964, Orange, New Jersey, VS) zijn een eeneiige tweeling van 55 jaar oud. Beiden hebben geruime tijd in het ISS doorgebracht. Scott in totaal wat langer (543 dagen in totaal, 4 missies) dan Mark (54 dagen, 4 missies). NASA heeft de afgelopen twee jaar 10 onderzoeksteams ingezet om uitgebreid fysiologisch onderzoek te doen op deze tweeling astronaut dat, zo is recent gebleken, opmerkelijke resultaten opleverde. Voor fysiologisch* onderzoek in de ruimtevaart ligt het voor de hand om vergelijkbaar studiemateriaal te kiezen. Een tweeling is daarvoor ideaal. NASA voerde dan ook een uitgebreide studie uit om de genen en algehele fysiologische toestand van Mark en Scott Kelly te vergelijken. Scott ging een jaar de ruimte in en Mark fungeerde als vergelijkingsmateriaal hier op aarde.

Lees verder

Over HD 21749c, de eerste door TESS ontdekte aardachtige exoplaneet

Impressie van het systeem HD 21749, met op de voorgrond HD 21749c en rechts in blau HD 21749b. Credit: Robin Dienel, courtesy of the Carnegie Institution for Science.

Op 15 april – een poosje geleden alweer – heeft de NASA laten weten dat sterrenkundigen met de Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS) van de NASA een aardachtige exoplaneet hebben ontdekt, de eerste die met TESS is ontdekt. Het gaat om HD 21749c, een planeet die een diameter van 89% aarddiameter heeft en die draait om HD 21749, een oranjegekleurde ster van spectraaltype K in het zuidelijke sterrenbeeld Net (Reticulum), op 53 lichtjaar afstand. Eerder dit jaar was al bekend geworden dat er nog een exoplaneet om de ster draait, HD 21749b, die iets kleiner dan Neptunus is. Ook die werd door TESS ontdekt, die inmiddels tien exoplaneten heeft ontdekt die bevestigd zijn en honderden die nog op bevestiging wachten. TESS is ruim een jaar geleden gelanceerd.

Credits: NASA’s Goddard Space Flight Center

HD 21749c mag dan wel formaat aarde zijn, levensvatbaar zal ‘ie niet zijn. Hij staat op 10 miljoen km afstand van de ster en draait daar in een kleine acht dagen omheen. De temperatuur aan het oppervlak is er daarom zeer hoog, zo’n 427 graden aan de dagzijde. De ster HD 21749 heeft 68% de massa van de zon en 76% van diens straal. HD 21749b staat verder van de ster en draait er in ruim 35 dagen omheen. Daar is het zo’n kleine 150 graden, dus ook niet dat je zegt, kom laten we daar eens gezellig heen gaan. Hoewel, als de planeet ‘tidal locked’ is  – door de getijdewerking altijd met dezelfde kant naar de ster kijkt – dan zou er aan de achterkant wellicht leven mogelijk zijn (hetgeen dan uiteraard ook geldt voor HD 21749c). Hier het vakartikel over de ontdekking van HD 21749b en HD 21749c, verschenen in The Astrophysical Journal Letters. Bron: NASA.

M87…pret om een “jet” en de “Hagedis” is niet mis!!

Ja…ja… mijn waarde AB-lezeressen en lezers…..nog niet zo lang geleden was er de grote internationale black hole euforie tijdens die mega high profile persconferentie in het hoofdkantoor van de Europese Unie en binnenkort is weer raak en wel…..op een nog iets hoger niveau…kan het nog hoger??…ja..ja…dat kan!!!….wanneer het hele globale media-circus neerstrijkt op het AIPC…..het Astroblogs International Press Center….gevestigd tussen de chocolade hagelslag en de boterhammenworst op de hoek van de keukentafel ter huiselijke residentie onzer aller zeer gewaardeerde Astroblogs-hopman Arie….Uiteraard met wederom een ereplekje voor the boys and girls van CNN,  waar hopman Arie niet meer uit beeld te slaan is nadat hij een paar jaar geleden per ongeluk tijdens ons “Astroblogs-Rosetta uitstapje” naar Darmstadt op prime time USA-TV maar liefst twee hele secondes door het beeld liep!!!

Yep……uw nedrig astroblogs scribent heeft wellicht net effe iets te lang in dat heerlijke paaszonnetje van vorige week gezeten en is nu ganz und geheel rijp om kordaat in de dwangbuisboeien geslagen te worden voor een zeer langdurig consult bij de “psycho-witjassen”!!!

MAAR TOCH….

is er weldegelijk bij mij persoonlijk best wel enige reden voor een euforisch gevoel….en wel om een zowel technische als een object-gererateerde reden…..let me explain.

Ziet U, ik ben als het gaat om het in/doorvoeren van al dan niet ingrijpende veranderingen van welke aard dan ook, vanwege velerlei niet nader aan te duiden neurotische redenen, op z’n minst behoorlijk terughoudend te noemen!!….Het levensmotto…”onderzoekt alles en behoud het goede”…. is bij mij eerder meer iets van….”Onderzoekt alles LANGDURIG en klamp je wanhopig vast aan het mischien toch uiteindelijk niet meer zo goed blijkende”!!….. Dit lichtelijk aangepaste persoonlijke levensmotto geldt dus zowel voor de geestelijke als de materiele zaken des levens. Er wordt dus door den schrijver dezes immer heel lang gewikt en gewogen alvorens tot veranderende=verbeterende aktie over te gaan. Dit had ik met de overgang van natte naar droge astrofotografie,  het al dan niet installeren van elektronische ontsteking in mijn beider brave 2CV’tjes maar ook bijvoorbeeld met het, toen ik nog een heel jong piepkuiken was, (durven) lid worden van het lokale JWG sterrenklupje……en…trust me…mijn pieker en peins-lijst is waarlijk schier eindeloos!!!….Als ik ooit nog eens plezant onder de groene zoden mag komen te duiken dan is in elk geval die fijngeflipte grijze neuronenzooi “daarboven” zeer goed gebruikt geweest!!

Overigens dient dan wel weer meteen zeer dringend en vooral zeer ten positieve vermeld te worden dat ik na al dat lange wikken en wegen eigenlijk maar zeer zelden spijt heb van die eenmaal genomen verandering teweeg brengende beslissing….en zo ook met hetgeen waarvoor dat euforische gevoel nu zo fijn door mijn 57 jaar jonge kadaver rondgiert!!

Nadat ik alweer een flinke tijd geleden dan uiteindelijk toch mijn ouden “natten” analogen ZENIT B aan de treurwilgen had gehangen in ruil voor een hypermoderne “droge” digitale en gemodificeerde Canon 1000 D, heb ik bij het maken mijn astrofoto-subjes…..bij het belichten van mijn tijdsopnames…bij het zogenaamde “volgen” tot op een weekje of wat geleden nog gewoon ouderwetsch gebruik gemaakt van de handmatige “kruisdraad op volgster-volgmethode”. Zoals U uiteraard allemaal zolangzamerhand wel weet moet er voor het verkrijgen van “een mooi hemelplaatje” vaak lang tot heel lang belicht worden om maar genoeg van die kostbare zeldzame hemelfotonen op te kunnen vangen. Belichtingstijden in de edele sport der astrofotografie kunnen oplopen van enkele luttele secondes tot wel belichtingstijden uitgedrukt in dagen!!!!

DE GROTE KILLER in de astrofotografie als het gaat om schoonheid van het verkregen hemelplaatje is BEWEGINGSONSCHERPTE, (vooral) in de vorm NIET MOOI ROND AFGEBEELDE STERPUNTJES!!!

Die nare bewegingsonscherpte  kan je in eerste instantie vooral voorkomen door heel simpelweg en heel aards-materieel de meest zware en duurste parallactische montering aan te schaffen die je bankrekening maar kan “hoegen”!! Met behulp zo’n zware degelijke, op beide assen elektrisch aangedreven en op beide assen elektronisch aangestuurde, parallactische montering, waarbij een van de twee draaiings-assen dan ook nog eens perfect parallel staat/dient te staan met de draaiings-as van Moeder Aarde, zou je in principe uren en uren lang je telescoop met daaraan vastgeknoopt je openstaande camera precies op dezelfde plek, tegen die hinderlijke draai-gewoonte van Moeder Aard in, aan de sterrenhemel gericht kunnen houden….zonder er maar iets voor te doen danwel te laten!!

MAAR HELAAS PINDAKAAS….zelfs de meest peperdure zwaar-degelijk geconstrueerde parallactische monteringen hebben (welliswaar kleine…maar toch!!)  inwendige mechanische onvolkomenheden die, mits niet op enigerleiwijze “van buiten in toom gehouden”  uiteindelijk en stevast  die gehate bewegingsonscherpte tot gevolg zullenl hebben!!! Voor visueel waarnemen zijn deze kleine “ongewenste zwabberingen” van een parallactische montering niet echt storend en vaak zelfs  niet eens waarneembaar. Voor het maken van strakke langbelichte deep sky opnames MOET ER ALTIJD GEVOLGD WORDEN!!

De “oer-volgmethode” is door met behulp van een verlicht kruisdraad-oculair,  geplaatst in een aparte, op de hoofdkijker (waar de camera aan vast zit geknoopt) gemonteerde volgtelescoop,  een volgster tijdens de gehele belichtingstijd op dat kruisdraadje zien te houden.

OF…

Wat ook kan is dat je met behulp van een “aftapspiegeltje/prisma plus kruisdraadoculair” geplaatst aan de rand van de lichtweg van de hoofdkijker, pal naast de camera, een volgster in de smiezen houdt. Dit noemen we “off axis guiding” en heeft als voordeel dat je eventuele bewegingsonscherpte door ongewenste onderlinge mechanische bewegingen tussen hoofd en volgkijker kan voorkomen.

In de Oertijd van de astrofotografie werd dit “volgen”  gedaan door MET DE HAND de hoofdtelescoop aan te drijven….voorwaar echt lichamelijk loodzwaar klotenwerk!! Om het werkdruk te verlichten kwamen er later gelukkig “luxe” zaken zoals klokaandrijving, gevolgd door heuse moderne elektromotoren……..Wat echter bleef was de menselijke input van het vermoeiende en niet zo accurate “kruisdraadgluren” en volgafwijkingen corrigeren door op het juiste moment op de juiste knopjes van het motorenregelkassie te drukken.    Dat laatste, dat langdurig geconcentreerd door een kruisdraadoculair heen loerend al knoppendrukkend een (zwak) volgsterretje achter een verlicht kruisdraadje verborgen zien te houden, dat was dus de best wel vermoeiende manier waarmede ik tot op heden mijn plaatjes pleeg(de) te schieten….enne….hoewel ik met heel veel liefde nog steeds de loftrompet toeter jegens mijn brave oude zwarte EQ6 montering, gebied de eerlijkheid wel te zeggen dat wat accurate volgeigenschappen betreft het astrofotografisch werken met zo’n oudere EQ6 best wel een….eh… “rodeo-achtige bezigheid”… is….

Het brave ding bokt en steigert als een dolle Mustang…en het volgen vereist derhalve dus het nodige aan opperste concentratie….Wie mij (zowel mens als dier)   tijdens dat dikke half uurtje belichten dan ook maar waagt te storen trek ik echt z’n kop van z’n romp…nou ja, bij wijze van spreken…hihi!!

Ergonomie is het toverwoord als het gaat om het enigszins lichamelijk plezant kunnen volhouden van dit, al intensief glurend door je kruisdraad oculartje, roerloos stil blijven zitten. Mijn eerste volgkijker was een oude 75mm refractor,  maar dat bleek al heel rap een waar ergonomisch drama,  omdat het “kijkgat” van de refractor bij de zenithpositie van de 20cm Newton wel erg laag bij de grond kwam te staan….enne…een uur lang in de winter, in een onhandig gebogen standje, op een stijfbevroren Biesbosser ondergond vertoeven is…eh…nah nie ech wat je noemt een aangename c.q. gezonde bezigheid!! Om het volgcomfort te veraangenamen…EN…om weer fijn streng en strak in de “Newton-extremistische leer” te geraken heb ik die refractor met de Eend fijnkrakend platgereden (Geintje…heb em in de Oude Maas gemikt..hihi!!) en vervangen door een 76mm F9 “volgnewton”. Tevens heb ik ook  die standaard hopeloos fragiele ronde ophangringen weggemikt….wat een koleredingen vind ik dingen toch…grrrr…. en de VolgNewton voorzien van een zwaardegelijk zelfbouw veerbelast duw en trek ophangmechanisme waarmee ik met die volgnewton nu een veel grotere “volgster-zoekslag” ter beschikking heb.

Dankzij dit volgnewtonnetje kan ik nu, omdat het oculair in een typische werkpositie nu veel hoger staat, lekker ontspannen op een klapkrukje zitten tijdens het volgen….MAAR JA……hoewel ik het altijd “wel stoer heb gevonden” dat “handmatige volggedoe”, ben ik ook niet helemaal blind voor “de vooruitgang der digitale zwarte magie”…en zie ik bij de halfjaarlijke samenkomsten van the boys and girls der landelijke astrofotografen hele wonderlijk fraaie staaltje van automatisering voorbijflitsen, waar zelf ik, de laatste der handmatige volgmohikanen, uiteindelijk ook niet geheel ongevoelig voor ben/blijk te zijn.

“Normale” moderne astrofotografen maken hedentendage (terecht!!) en masse gebruik van die kekke razendgevoelige digitale volgcamera’tjes. Die dingen koppel je aan je 50mm zoeker danwel aan een ietsie pietsie groter optisch gevalletje en dan aan je parallactische montering om vervolgens het hele volgproces “uit te besteden” aan een laptop! Dat laatste, het het vrije veld in moeten nemen van een laptop, is de reden waarom ik deze manier van comfortabel volgen nog steeds doelbewust buiten de deur heb gehouden…..te veel kans op digitale irritaties t.o.v. de relatieve rust en betrouwbaarheid van het oude vertrouwde koppel van mensch en mechanische mechaniek.

Maar ja……sinds een tijdje zijn er op de “astrospeeltjesmarkt” ook zogenaamde “stand alone-autoguider volgsystemen” te koop verschenen. Dit zijn digitale volgcamera’s die hun werk doen ZONDER tussenkomst van een laptop!!!…De groeiende beschikbaarheid van dit type “astrospeeltjes”, waarvan de kwaliteit de laatste paar jaren als een (ozo betrouwbare!) Soyuzraket omhoog is geschoten, DAAR…. kreeg ik dus een tijdje geleden wel een hele stevige “hebbe…hebbe-jeuk” van.   OK….die “hebbe…hebbe-jeuk” heb ik een jaar of 10 (!!) nog redelijkerwijze kunnen verdragen….heb zo’n ding in die periode al minstens drie keer in handen gehad en daarna weer teruggelegd…..maarre….ook ik ben uiteindelijk maar een “zwakbevleescht mensch” met vreselijke..(astro!!!!)lusten… waar dachten jullie aan..hihi….en dus ben ik sedert vorige week, zo trots als een hond met zeven lu..eh…telescopen, de trotse en vooralsnog tevreden bezitter/gebruiker van zo’n stand alone volgsysteem en wel de Lacerta Mgen!!

Mijn nieuwbakken digitale “volg-hagedis”..de Lacerta (=Hagedis) Mgen stand alone autoguider gekoppeld aan 76mm F9 VolgNewton

En…jemig de pemig…..lieve dames, beste heren…..wat is zo’n ding toch een ongekende en ook best wel heel vreemd aanvoelende hyperluxe, zeg!!! Het is de afgelopen paar “paasdagen” best wel heel prima “astro-weer” geweest en dus heb ik royaal de tijd gehad om het ding uit te kunnen proberen.

Nu is de standaardmanier met de Lacerta Mgen dat je hem met een speciale adapterring aan je 7(8)(9) x 50 zoeker vastknoopt,  maar ik heb er vooralsnog voor gekozen om hem aan mijn 76mm F9 (700mm brandpunt) volgnewton te koppelen…en dat lijkt (ook) prima te werken zo bleek bij mijn eerste serieuze “stand alone astrofoto expeditie” naar de eeuwige jachtvelden der Dordtse Biesbos.

Yep….het is wat meer werk met “draden en zo” en yep…het vereist ook wat meer en extra digitale vaardigheden c.q. handelingen…maarre….de Lacerta Mgen is zo ontiegelijk gevoelig dat het vinden van een volgster echt een makkie is.  Sterren van maar liefst zo zwak als magnitude 11(!!!)….kunnen moeiteloos als volgsterren dienen…. Verder voelt de bediening zo “fijn-intuitief” aan en tevens is de interactie tussen de Lacerta Mgen en de EQ6 zo probleemloos, dat ik het hele “zooitje” echt in no time aan de praat heb weten te krijgen….EN DAN…tja…en dan….. hoef je bij het maken van je subjes alleen nog maar toe te kijken,  terwijl de rode lampjes op de handcontroler in een ranzend tempo aan en uit flitsen ter indicatie dat er “echt wat gebeurt” en dat je dat (loeierzwakke) volgsterretje die vijf minuten lang volkomen bewegingsloos op het kleine beeldschermje ziet blijven staan! Wow… voor mij in elk geval een ongekend luxe en uitnemend comfortabele,  bijkans “out of this world” ervaring!!!!

Ik ben dus behoorlijk onder de indruk!!!  Ook al zal ik nog niet meteen mijn kruiddraadoculair hup…”in de oude Maas mikken”…als mechanische reserve zal die nog wel even een tijdje meegaan tijdens mijn astrofoto-expeditie’s…maarre…..ik geloof dat ik best wel heel snel  zal kunnen gaan wennen aan deze moderne luilekkerland manier van astrofotografie bedrijven, hoor!!! Nog een bijkomend groot voordeel van deze manier van volgen is dat ik nu, net zoals al mijn digitale astrovriendjes en vriendinnetjes, zonder moeite veel langere belichtingstijden kan gaan toepassen dan mijn oorspronkelijke aloude “standaardrecept” van 6 x 5 minuten…iets wat ik overigens bij nevenstaande opname nog wel heb aangehouden.

Afijn…tot zover de mechanische aanleiding voor mijn astro-euforische gevoelens van de afgelopen periode en dan nu de object-gerelateerde kant van de zaak.

In de nasleep van het afgelopen internationale mega black hole picture in M87 spektakel bedacht ik mij opeens dat ik dat specifieke object, het centrale supergrote elliptische melkwegstelsel van de Virgocluster, Messsier 87, nog nooit op de korrel had genomen….enne….aangezien tijdens de lente periode de typische “melkwegstelsel overgoten-sterrenbeelden” zoals de Grote Beer, de Leeuw en de Maagd fijn pontificaal hoog aan de (vanuit mijn waarneemplek bezien) donkere oostelijke hemel te vinden zijn, leek het mij derhalve zeer toepasselijk om een dubbele persoonlijke astro-scoop te doen laten plaatsvinden in de vorm van het stand alone op de kiek zetten van de grande diva aller melkwegstelsels…Messier 87 in het sterrenbeeld Maagd!!

Nu is M87 omdat het een elliptisch stelsel is, door de afwezigheid van mooie spiraalarmen en donkere stofwolken,  eigenlijk niet echt wat je noemt spectaculair fotogeniek…..MAAR…zoals we dit dus onlangs zelfs bewezen hebben GEZIEN….zit er dus wel een heel kek zwart gat in dit stelsel. Nu is dit specifieke superzware zwarte gat relatief gezien “een tamelijk tam gebakkie” en is deze dus, zoals we hebben gezien tijdens alle pers-oproer van de afgelopen weken, zelfs met high tech profi-telescopen een zeer moeilijk direct te fotograferen geval.

Indirect echter laat dit zwarte gat weldegelijk duidelijk “weten” dat ie aanwezig is en wel in de vorm van twee zogenaamde “Jets”. Zwarte gaten zijn hemelobjecten die wat hunner “tafelmanieren” betreft nog wel enige extra opvoeding zouden kunnen “genieten”.  Het consumeren van hun “hemels voer” in de vorm van soms zelfs complete sterren is een geweldadig en energierijk proces wat,  vlak voor het definitief verdwijnen over de “event horizon”,  plaatsvindt in de zogenaamde “accretie-schijf”……Echter verdwijnt niet alle ten dode opgeschreven sterrenstof in de hongerige snufferd van de “kosmische kleine”.

Onze zojuist voornoemde “kosmische kleine” is een beetje een grote knoeipot!! Een gedeelte van dit loeierhete accretieschijfmateriaal vindt zijn/haar weg naar de “polen” van het Zwarte gat en wordt vervolgens met behoorlijk bruut geweld in de vorm van zogenaamde “jets”  weer terug de intergalactische ruimte “ingespuugd”!!

Een van die ozo kenmerkende “handtekeningen” van de aanwezigheid van een aktief zwarte gat en dus ook van het superzware zwarte gat in M87,   die zogenaamde “Jets”dus,  zijn redelijkerwijze binnen het bereik van een middelgrote amateurtelescoop…EN…dat één van die jets ook met een “huis, tuin en keuken-amateurtelescoop” uit de lucht te plukken is, dat weet “onze man in Princeton”…Robert Dijkgraaf…. sinds een weekje of wat nu ook,  toen Arie de opname van Paul aan hem liet zien tijdens ons meest recente uitstapje naar die bewuste persconferentie te Brussel.

Tja…..goed voorbeeld doet goed volgen….en….oh joy oh joy…ik heb “em” nu dus ook..joepie de p…!!!!

Ok….ere wie ere toekomt…op de opname van paul is ie een stukkie duidelijker zichtbaar.. maarre…”.hebben is hebben”…EN…. het fotograferen van de jet van M87 was dan ook niet het hoofddoel van deze specifieke astrofoto-expeditie mijnerzijds. Dat was vooral toch  het leren omgaan met mijn nieuwbakken volgspeelgoedje, het makkelijk vinden van een volgster maar VOORAL…het zien te verkrijgen van retestrak ronde sterpuntjes. Welnu…..dat laatste is,  me dunkt, zeker uitnemend goed gelukt!!

Close up van M87 met links boven zichtbaar één van de twee jets

Afgezien van de plezante nieuwbakken volgmethode is het voor de rest wat deze opname van M87 betreft allemaal braaf bij het oude gebleven. 20cm F6 Newton/EQ6/Canon 1000D/6x5minuten…darks/flats…deepsky stacker/photoshop.

 

Zo…..dat was het dan weer voor deze keer en bij deze U allen nog een zeer prettige voortzetting van deze fraaie koningsdag toegewenst….!!!