Gasfilament ontdekt dat mogelijk twee spiraalarmen van de Melkweg verbindt – de ‘Gangotri wave’

Boven: kaart van ¹³CO in de Melkweg, onder: ¹²CO. Beiden geven de Gangotri wave weer. Credit: V.S. Veena et al.

Een internationaal team van sterrenkundigen uit Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft in de richting van het Melkwegcentrum een lang, dun filament van gas ontdekt dat twee spiraalarmen van het Melkwegstelsel met elkaar verbindt, de Norma en 3 kpc armen. Bij andere sterrenstelsels zijn dergelijke filamenten eerder al ontdekt en ze worden ‘veren’ genoemd (Engels: feathers). Bij de Melkweg waren ze nog niet eerder ontdekt, maar de Gangotri wave, zoals het filament wordt genoemd, lijkt de eerste in de Melkweg te zijn dat ontdekt is. De onderzoekers noemen het filament zo als eerbetoon aan Gangroti, de gletsjer, wiens smeltende water het begin vormt van de rivier de Ganges. Met behulp van de APEX telescoop in San Pedro de Atacama in Chili, bekeken ze koolmonoxidegas (CO) in de Melkweg. Ze zagen diverse concentraties van dat gas en toen ze het verder gingen bestuderen bleken die concentraties bij elkaar te horen en één lang filament te vormen dat minstens 6500 lichtjaar lang is, mogelijk zelfs 13.000 lichtjaar. De Gangotri wave hoeft overigens niet per sé zo’n veer te zijn, want de mogelijkheid is ook dat het een zijarm van de Norma spiraalarm (ook wel de Cygnus arm genoemd) van het Melkwegstelsel is (zie de spiraalarmen in de afbeelding hieronder).

Credit: Rursus/Wikipedia.

De massa van het gas in de Gangotri wave wordt geschat op zo’n negen zonsmassa. De Gangotri wave heeft nog een opvallend kenmerk en dat is dat het niet één lang gasfilament is, maar dat hij heen en weer lijkt te zigzaggen, zoals een sinusgolf. Hoe dat patroon tot stand komt is niet bekend. Hier het vakartikel over de vondst van de Gangotri wave, verschenen in The Astrophysical Journal Letters (2021). Bron: Phys.org.

De ‘Galactische balkparadox’ lijkt te zijn opgelost door kosmische dans

Fragment van de simulatie van de beweging van balk en spiraalarmen van de melkweg. Credit: T. Hilmi / University of Surrey

Al jaren worstelen sterrenkundigen met het probleem dat bekend staat als de ‘Galactische balkparadox’. Nu lijkt het erop dat daar een oplossing voor gevonden is. Het Melkwegstelsel is zoals bekend een balkspiraalstelsel, een sterrenstelsel dat net als spiraalstelsels spiraalarmen bezit, maar waarbij deze niet van het centrum lijken te komen, maar vanuit een “balk” die door het centrum gaat. Om te weten hoe de evolutie van zo’n sterrenstelsel precies verloopt is het van belang te weten hoe groot de balk is en hoe snel deze beweegt. En da’s nou juist het probleem van de centrale balk van de Melkweg, want de afgelopen vijf jaar zijn er verschillende resultaten verkregen. Metingen aan de bewegingen van sterren in de buurt van de zon geven aan dat de balk klein moet zijn en snel beweegt, terwijl metingen aan sterren in het centrum van de Melkweg (dus dichterbij de balk) zeggen dat de balk juist groot is en langzaam beweegt. Zie daar de Galactische balkparadox. Een internationaal team van sterrenkundigen onder leiding van Tariq Hilmi (University of Surrey) en Ivan Minchev (Leibniz Institute for Astrophysics Potsdam) zegt nu op grond van geavanceerde simulaties van het Melkwegstelsel dat de grootte van de balk en de snelheid van de sterren daarin kunnen fluctueren in tijd, hetgeen er voor kan zorgen dat de balk wel twee keer zo lang kan worden en 20% sneller kan bewegen op sommige momenten – zie daar de mogelijke oplossing voor de Galactische balkparadox.

De snelheid van de balk en spiraalarmen. Credit: T. Hilmi / University of Surrey

Dat de balk pulseert komt door z’n interactie met de spiraalarmen, iets wat de sterrenkundigen een ‘kosmische dans’ noemen. Zodra de balk en een spiraalarm dichter bij elkaar komen trekken ze elkaar door de zwaartekracht aan en dan vertraagt de balk en versnelt de spiraalarm. Zodra ze verbonden zijn lijkt de balk langer dan ‘ie is en lijkt ‘ie ook langzamer te bewegen. Verbreekt de verbinding dan versnelt de balk weer en vertraagd de spiraalarm (zie ook de grafiek hierboven). Dit herhaald zich iedere 80 miljoen jaar, de lengte van één omwenteling van de galactische balk.

In the Monthly Notices of the Royal Astronomical Society is dit vakartikel verschenen over de Galactische balkparadox. Bron: Eurekalert.

Magnetische velden spelen belangrijke rol bij vorming spiraalarmen sterrenstelsels

Het patroon van de met SOFIA gemeten magnetische veldlijnen, weergegeven bovenop een visuele foto gemaakt met Hubble van M77. Credits: NASA/SOFIA; NASA/JPL-Caltech/Roma Tre Univ.

Sterrenstelsels zoals ons Melkwegstelsel, de Draaikolknevel (M51) en het Andromedastelsel (M31) zijn in het bezit van spiraalarmen, gevuld met sterren en gas- en stofwolken. Onderzoek van sterrenkundigen met behulp van NASA’s Stratospheric Observatory for Infrared Astronomy (SOFIA) aan het spiraalstelsel NGC 1068 (Messier 77) laat zien dat magnetische velden een belangrijke rol spelen bij de vorming en instandhouding van de spiraalarmen. Enrique Lopez-Rodriguez en z’n team wisten met het High-resolution Airborne Wideband Camera / Polarimeter (HAWC+) instrument aan boord van het SOFIA-vliegtuig (een Boeing 747SP) de magnetische velden in M77 in kaart te brengen. Dat sterrenstelsel ligt op 47 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Walvis (Cetus). Het onderzoek aan de magnetische beelden laat zien dat de magnetische velden precies het patroon van de spiraalarmen van M77 volgen. De theorie van de zogeheten dichtheidsgolven, waarbij de spiraalarmen geen vast roterende objecten zijn, zoals de bladen van een ventilator, maar dichtheidsgolven van verhoogde zwaartekracht door het sterrenstelsel razen en voor verhoogde stervorming zorgen, lijkt door de waarnemingen te worden bevestigd. De magnetische veldlijnen volgen de gehele lengte van de spiraalarmen in M77 (tot een lengte van wel 24.000 lichtjaar) en dat duidt er op dat het mafgnetische veld in elkaar wordt gedrukt door de zwaartekracht van de dichtheidsgolven. Hier het vakartikel over de waarnemingen, te verschijnen in The Astrophysical Journal. Bron: NASA.

De Melkweg heeft inderdaad vier spiraalarmen

credit: NASA/JPL-Caltech/R. Hurt (SSC/Caltech)

Stel je voor dat je een huis in kaart zou moeten brengen, terwijl je bent opgesloten in één kamer. Je zou aanwijzingen kunnen vinden door te kijken naar licht dat door ramen valt, of deuren openen en in andere kamers kijken (maar niet binnentreden). Je zal misschien een eind komen, maar uiteindelijk zorgen de muren en het gebrek aan zichtbaarheid ervoor dat je het grote geheel niet kunt zien.Iets dergelijks geldt ook voor het in kaart brengen van de Melkweg vanaf de aarde. Stofwolken doordringen de Melkweg en blokkeren ons zicht. Toch proberen wetenschappers al tientallen jaren om een geschikte kaart van ons sterrenstelsel te maken en dat lukt steeds beter. In een nieuw onderzoek heeft men vastgesteld dat de Melkweg inderdaad vier spiraalarmen heeft, waartoe gebruik is gemaakt van gegevens van NASA’s WISE-survey. Dankzij die gegevens hebben onderzoekers ruim 400 door stof omhulde sterrenclusters ontdekt, die gebruik kunnen worden om de vorm van de spiraalarmen te achterhalen.De resultaten ondersteunen het model waarin de Melkweg vier spiraalarmen heeft. Deze spiraalarmen zijn de plaatsen waar de meeste jonge sterren geboren worden. Ze zitten tjokvol met gas en stof, de ingrediënten van sterren. Twee armen, die Perseus en Scutum-Centaurus genoemd worden, lijken prominenter te zijn en meer sterren te bevatten. De twee andere armen, Sagittarius en de Buitenarm, hebben evenveel gas, maar minder sterren.

Aan de hand van de WISE-studie heeft men “ingebedde sterrenclusters” gevonden in de Perseus-, Sagittarius- en Buitenarmen. Dit soort clusters vormen een belangrijk gereedschap voor het achterhalen van de locatie van de spiraalarmen, omdat de clusters jong zijn en de sterren nog geen tijd gehad hebben om uit de spiraalarm “weg te drijven”. Sterren beginnen hun leven namelijk in de dichte en gasrijke gebieden van een spiraalarm, maar kunnen na verloop van tijd migreren. Spiraalarmen zijn feitelijk verkeersopstoppingen, waarin gas en sterren samenkomen en langzamer bewegen. Naarmate materiaal door de dichte spiraalarmen beweegt, zal het samengedrukt worden en meer stervorming op gang brengen. WISE is ideaal om verborgen sterrenclusters in kaart te brengen, omdat het de hemel in kaart heeft gebracht in infraroodlicht, dat door het verduisterende stof kan heendringen. WISE is trouwens eigenlijk een infrarood-ruimtetelescoop die in 2011 is uitgeschakeld, nadat het twee keer de hemel in kaart had gebracht. In 2013 is de telescoop opnieuw geactiveerd en als NeoWISE op zoek is gegaan naar potentieel gevaarlijke aardscheerders (ruimterotsen die de baan van de aarde kruisen). Bron: Jet Propulsion Laboratory.

Waar komt het spiraalpatroon in spiraalstelsels vandaan?

Het spiraalpatroon van de Melkweg volgt bijna (maar niet helemaal) een gouden spiraal.

Zoals iedereen wel weet maakt ons zonnestelsel deel uit van de Melkweg, een groot spiraalstelsel in een kleine cluster van sterrenstelsels, de Lokale Groep. Maar heb je je wel eens afgevraagd waar dat spiraalpatroon eigenlijk vandaan komt? In tegenstelling tot wat sommige lezers wel eens geopperd hebben op AstroBlogs gaat het hierbij niet om een draaikolk rondom het supermassieve zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel. Bovendien is het ook niet de plaats waar alle sterren in de schijf van de Melkweg gevonden kunnen worden. Als ik jullie nou eens vertel dat….er evenveel sterren tussen de spiraalarmen zitten als erin? Ja, dat lees je goed! Feitelijk geven de spiraalarmen de locaties aan waar momenteel (of in het recente verleden) veel nieuw sterren ontstaan zijn. Het is het blauwe licht van kortlevende en massieve sterren die de spiraalarmen zo opvallend maken! Nou, allemaal leuk en aardig, maar dan weet je nog niet waar het spiraalpatroon dan vandaan komt – waarom zijn de blauwe sterren niet gelijkmatig over de schijf verdeeld? Het antwoord zou wellicht als verrassend ervaren kunnen worden: de spiraalarmen ontstaan volgens hetzelfde principe als files op de snelweg, of meer precies: zogenaamde spookfiles. Dit zijn files zonder aanwijsbare oorzaak, zoals een ongeval of een wegafsluiting. Als het druk is, en wegvoertuigen volgen elkaar op korte afstand, dan kan een enkele remmanoeuvre echter grote gevolgen hebben. Als het voorste voertuig remt, zal de persoon achter hem ook moeten remmen en daarna de persoon erachter. Door het overmatige remmen dat wordt doorgegeven van voertuig op voertuig daalt de snelheid steeds verder, en zo kan het tot een file leiden. Feitelijk heb je te maken met een “rimpel” of een “dichtheidsgolf” die met een bepaalde snelheid naar achteren beweegt. Binnen die golf staat het verkeer dan stil. Iets soortgelijks vindt plaats in sterrenstelsels. Dichtheidsgolven rimpelen over de schijf van een spiraalstelsel, en doen dit met een lagere snelheid dan de sterren en gaswolken. Hierdoor ontstaan op bepaalde plaatsen “files” van interstellaire gaswolken. Deze klappen dan op elkaar (gaswolken hebben immers geen rem), hetgeen resulteert in schokgolven die het gas doen samendrukken tot nieuwe sterren. Afzonderlijke sterren bewegen echter zonder gevolgen door de spiraalarmen heen – erin en er weer uit.

Het resulterende spiraalpatroon wordt vaak omschreven als een logaritmische spiraal (waarvan de gouden spiraal een speciaal voorbeeld is), maar dat is niet helemaal juist. Het is eerder een benadering van een logaritmische spiraal! De belangrijkste eigenschap van een logaritmische spiraal is de pitch angle (waarvan het Nederlandse woord schijnbaar steekkegelhoek is). Hoe groter deze hoek, hoe strakker de spiraal is opgewonden. Bij een perfecte spiraal is de steekkegelhoek overal in de spiraal gelijk. Bij sterrenstelsels kan deze hoek echter op verschillende plaatsen in de spiraal verschillen. Dat betekent dat spiraalstelsels geen exacte logaritmische spiralen zijn. Uit recent onderzoek is trouwens iets merkwaardigs gebleken. Het blijkt dat er een verband bestaat tussen de gemiddelde pitch angle van een spiraalstelsel en de helderheid van de kern (de centrale verdikking). Sterrenstelsels met een lichtzwakke kern hebben een lage steekkegelhoek en zijn dus losse spiralen. Sterrenstelsels met een heldere kern hebben een hoge hoek en zijn dus strakke spiralen. Hoewel het spiraalpatroon het gevolg is van dichtheidsgolven, is het momenteel nog onbekend wat de kern daarmee van doen heeft, en hoe dit verband tussen twee schijnbaar ongerelateerde zaken precies tot stand komt. We hebben dus nog veel te leren over spiraalstelsels!

Melkweg heeft tóch vier spiraalarmen

De posities van massieve sterren (rode stippen) met als achtergrond een animatie van het melkwegstelsel. De rode cirkel geeft de locatie van de zon aan. Credit: J. Urquhart et al. Background image by Robert Hurt of the Spitzer Science Center.

Een langdurige studie van massieve sterren heeft uitgewezen dat de Melkweg toch echt vier spiraalarmen heeft. Hiermee komt een einde aan een jarenlange discussie over het aantal spiraalarmen, aangezien de Spitzer-ruimtetelescoop slechts twee spiraalarmen wist te identificeren.

Astronomen kunnen de vorm van ons sterrenstelsel, de Melkweg, niet direct waarnemen, aangezien wij er middenin zitten. Toch kunnen we de vorm afleiden aan de hand van heel precieze waarnemingen van de posities van gaswolken en sterren. In de jaren ’50 hebben waarnemingen van gaswolken in de Melkweg, die zijn uitgevoerd met radiotelescopen, het bestaan van vier spiraalarmen uitgewezen. De Spitzer-ruimtetelescoop, die de Melkweg heeft afgespeurd naar infrarood licht dat afkomstig is van sterren, zag echter maar twee spiraalarmen. Hoeveel zijn het er nou?

Bij een langdurige radiostudie, die zo’n 12 jaar in beslag heeft genomen, heeft men zo’n 1650 massieve sterren direct waargenomen. Aan de hand van deze observaties is de afstand en helderheid van al deze sterren bepaald. De sterren bleken verspreid te zijn over vier spiraalarmen. Maar waarom zag Spitzer er maar twee?

Dat komt doordat Spitzer gevoelig is voor koelere sterren met een lagere massa – sterren zoals de zon, die veel talrijker zijn dan de massieve sterren die het doelwit waren van de nieuwe studie. Massieve sterren zijn relatief zeldzaam, doordat ze veel korter leven dan hun tegenhangers van lagere massa. Dat betekent dat massieve sterren nooit de kans krijgen om de spiraalarm waarin ze geboren zijn te verlaten. Dit kan een verklaring geven voor het tegenstrijdige aantal spiraalarmen in onze Melkweg.

Sterren met lagere massa leven veel langer dan massieve sterren en roteren vele keren rondom de Melkweg, waardoor ze worden uitgespreid over de schijf. De zwaartekracht van de twee spiraalarmen die door Spitzer zijn gezien is voldoende om sterren in twee spiraalarmen op te hopen, maar niet in de andere twee. In allevier de spiraalarmen wordt echter voldoende gas samengedrukt om massale stervorming te ondersteunen.

Bron: Royal Astronomical Society

Armen van spiraalstelsels houden zichzelf in stand

“Gesimuleerd” spiraalstelsel. Onderzoekers hebben 100 bouwstenen in een virtueel heelal geplaatst en deze blootgesteld aan zwaartekracht. Na verloop van tijd onstond vanzelf een spiraalstelsel. Credit: Thiago Ize & Chris Johnson (Scientific Computing and Imaging Institute)

Spiraalstelsels behoren tot de mooiste en meest fotogenieke inwoners van het universum. Onze eigen Melkweg is een spiraalstelsel en ons zonnestelsel bevindt zich in één van deze spiraalarmen. Bijna zeventig procent van alle grote sterrenstelsels zijn spiraalstelsels – maar ondanks het feit dat ze heel algemeen zijn, weten we eigenlijk niet hoe zo’n spiraalstructuur precies ontstaat. Natuurlijk hebben astronomen wel een idee, maar geen definitief antwoord.Om een antwoord te geven op deze vraag (en andere vragen) hebben onderzoekers een computersimulatie ontwikkelt, waarbij 100 miljoen “bouwstenen” zijn blootgesteld aan virtuele zwaartekracht. Hieruit blijkt dat spiraalarmen geen tijdelijke structuren zijn, maar zichzelf in stand houden en een verrassend lange levensduur hebben.Het blijkt dat spiraalarmen de plaatsen markeren waar sterren, nevels en moleculaire wolkencomplexen dichter op elkaar staan – ongeveer zoals auto’s in een file. Ze bevatten niet altijd dezelfde objecten, net zoals een file niet altijd uit dezelfde auto’s bestaat. De armen blijken te ontstaan door zwaartekrachtverstoringen in moleculaire wolkencomplexen, waarna ze zichzelf (in tegenstelling tot een file) in stand houden, zelfs als de verstoringen verdwenen zijn. Bron: Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics.

Planeet kan spiraalstructuur van stofschijf rondom jonge ster verklaren

Spiraalstructuur in de stofschijf rondom de ster SAO 206462. Credit: NAOJ

Vorig jaar ontdekten sterrenkundigen voor het eerst een ster met spiraalarmen, de ster genaamd SAO 206462 (soms HD 135344B genoemd), 460 lichtjaar van ons verwijderd in het zuidelijke sterrenbeeld Wolf (Lupus). Met het HiCIAO [1]High Contrast Instrument for the Subaru Next Generation Optics. instrument van de Japanse Subaru 8,2m telescoop op Hawaï keken ze naar de stofschijf rondom die zeer jonge ster – geschatte leeftijd: 9 miljoen jaar, da’s pieperdepiepjong in sterrenkundetermen – en dat leverde de foto hiernaast op, waarin je duidelijk een spiraalstructuur kunt onderscheiden. Die schijf is 22 miljard km in doorsnede, vijf keer zo groot als de baan van de planeet Neptunus om de zon. Sinds de ontdekking is de grote vraag wat precies de spiraalstructuur in de stofschijf rondom de jonge ster heeft veroorzaakt. Om die vraag te beantwoorden keek onlangs een team sterrenkundigen onder leiding van T. Muto (Tokyo Institute of Technology) naar objecten, wiens spiraalstructuur al veel langer bekend is: spiraalsterrenstelsels. Daarvan denkt men dat de spiraalarmen ontstaan door de werking van zogenaamde dichtheidsgolven.

Veroorzaakt een exoplaneet de spiraalstructuur? Credit: NAOJ

In een roterende schijf vol met massa (stof en gas) zouden dankzij differentiële rotatie gebieden ontstaan met een verhoogde dichtheid, de spiraal-dichtheidsgolven. Dat zou uiteindelijk tot de spiraalstructuur van een sterrenstelsel moeten leiden. Muto en z’n team denken dat een zelfde mechanisme in de schijf van SAO 206462 werkzaam is. Wel is er een verschil met de twee processen: in het geval van de stofschijf rondom de ster zou een aanwezige exoplaneet de eerste aanzet kunnen geven voor de spiraal-dichtheidsgolven. Men maakte gebruik van een computerprogramma genaamd FARGO, vol code om de dynamica van vloeistoffen te beschrijven, en daarmee heeft men tal van simulaties van de stofschijf rond SAO 206462 gedaan. Uitkomst van al die simulaties: grote kans dat er twee exoplaneten bij de ster zijn, die de spiraalstructuur hebben veroorzaakt. In dit wetenschappelijke artikel – verschenen in The Astrophysical Journal Letters, April 2012 (ApJ, 748, L22, 2012) – kan je er alles over lezen. Men denkt dat het waarnemen van spiraalarmen rondom sterren een nieuwe manier is om exoplaneten te ontdekken, naast de twee bestaande manieren van de transitiemethode en de wiebelmethode. Bron: Phys.Org.

References[+]

References
1 High Contrast Instrument for the Subaru Next Generation Optics.

Wat dacht je hier van: een ster met spiraalarmen

Credit: NAOJ/Subaru.

 

Dat de uit miljarden sterren bestaande sterrenstelsels spiraalarmen kunnen hebben weten we al een paar honderd jaar, sinds we er met telescopen naar kijken. Maar dat ook sterren spiraalarmen kunnen hebben is nieuw en het is nu voor het eerst aangetoond bij de ster SAO 206462, 400 lichtjaren van ons verwijderd in het sterrenbeeld Wolf (Lupus). Met het HiCIAO instrument van de Japanse Subaru 8,2m telescoop op Hawaï keken ze naar de stofschijf rondom die ster en dat leverde bijgaande foto op, waarin je duidelijk een spiraalstructuur kunt onderscheiden. Die schijf is 22 miljard km in doorsnede, twee keer zo groot als de baan van de dwergplaneet Pluto om de zon. Vermoed wordt dat de spiraalarmen ontstaan door turbulenties in de om de ster draaiende stofschijf en dat er sprake is van planeetvorming. In dit geval zouden twee planeten aan het ontstaan zijn, ieder aan een kant van SAO 206462. Een grote versie van de foto hierboven is hier verkrijgbaar. Op de foto is overigens het licht van de ster zelf afgedekt, want anders zou de stofschijf overbelicht zijn. Hieronder nog een video over deze bijzondere ontdekking:

Bron: NASA.

Koolmonoxide verraadt nieuwe spiraalarm Melkwegstelsel

Een pas ontdekte spiraalarm van het Melkwegstelsel. Credit: T. Dame

Twee sterrenkundigen van het Smithsonian Astrophysical Observatory in Cambridge, VS – Tom Dame en Pat Thaddeus heten ze – zijn er in geslaagd om met een simpele 1,2 meter radiotelescoop op het dak van hun departementsgebouw aanwijzingen te vinden voor het bestaan van een tot nu toe nog onbekende spiraalarm van het Melkwegstelsel. Het zou gaan om een spiraalarm die in het verlengde zou liggen van de reeds bekende Scutum-Centaurusarm. Sterrenkundigen proberen al meer dan zestig jaar de structuur van de Melkweg te doorgronden, zoals onlangs nog bleek uit de onthulling van het paneel bij Radio Kootwijk, waar op 11 mei 1951 radiogolven uit de Melkweg werden ontvangen. Met radiogolven kan men gemakkelijker door dichte, verhullende stofwolken heen kijken dan met optisch licht. Waar Dame en Thaddeus zich op concentreerden was koolmonoxide, afkomstig uit de buitenlagen van oude koolstofsterren. Die sterren bevatten in hun atmosfeer koolstof en zuurstof en als dat combineert krijg je koolmonoxide, zeg maar uitlaatgas. Dá t gas werd door de kleine radiotelescoop van het duo opgepikt. Theoretische modellen van het Melkwegstelsel laten zien dat het vermoedelijk een centrale ‘balk’ heeft, waar aan de twee uiteinden een lange spiraalarm ontspringt, de genoemde Scutum-Centaurusarm en de Perseusarm. De zon zou zich in de Orionarm bevinden, een zijtak van de Perseusarm. Van Dame en Thaddeus heb ik eerder al een keer geblogd dat ze een ontbrekende spiraalarm van de Melkweg hadden gevonden, maar dat betrof toen een andere arm, de zogenaamde de ‘verre 3kpc-arm’, welke zich vlak achter het centrum van de Melkweg bevindt. Dame en Thaddeus zijn meesters in het vinden van spiraalarmen. 🙂 Bron: Universe Today.