Enkele weken geleden werden de resultaten bekendgemaakt van zeven jaar onafgebroken turen naar de oerknal door de WMAP, de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe, de in 2001 gelanceerde satelliet die tot taak heeft de temperatuurfluctuaties van de kosmische achtergrondstraling in kaart te brengen. Die straling heeft een gemiddelde temperatuur van 2,7 graad boven het absolute nulpunt en het is het overblijfsel van de hete straling van die oerknal. Bijna twee jaar terug kon ik jullie de zogenaamde vijf-jaar-data van WMAP laten zien, in de vorm van een Curriculum Vitae van het heelal. Nu, februari 2010, kan dat beeld op onderdelen worden gecorrigeerd en heeft men ook geheel nieuwe inzichten in die oerknal. Even kort de belangrijkste resultaten van zeven jaar onderzoek door de WMAP aan de kosmische achtergrondstraling op een rijtje:
Ten eerste zijn enkele parameters van het heelal scherper gesteld: het heelal is 13,75 (± 0,11) miljard jaar oud. Het heelal bestaat voor 72,8% (± 1,5%) uit donkere energie, 4,56% (± 0,16%) uit gewone materie en voor 22,7% (± 1,4%) uit koude donkere materie. Genoteerd?
Voor het eerst heeft men aanwijzingen voor oer-helium gevonden, helium dat enkele minuten na de oerknal is ontstaan. Het meeste helium in het heelal stamt uit die tijd, maar lastig is om het te onderscheiden van helium dat door waterstofverbranding in sterren zoals de Zon ontstaat. Tot nu toe mat men de heliumhoeveelheid in zeer oude sterren, om te achterhalen hoeveel helium er vóór deze sterren moet zijn geweest, maar dit keer heeft WMAP ìn de kosmische achtergrondstraling de invloed van het oerhelium gedetecteerd.
WMAP is iets meer te weten gekomen over de inflatie, de kortstondige versnelling in de expansie van het vroege heelal. Het blijkt dat de inflatie er voor heeft gezorgd dat de grootschalige fluctuaties in de achtergrondstraling iets intenser waren dan de kleinschalige. Zegt wellicht weinig, maar weet dat de (super-)clusters van sterrenstelsels een direct product zijn van die fluctuaties.
De door WMAP waargenomen polarisatie en temperatuurverdeling in de warme en koude plekken van de kosmische achtergrondstraling is precies conform de theorisch voorspelde waarden. Hieronder zie je ‘t in beeld gebracht
Met WMAP heeft men het zogenaamde Sunyaev-Zel’dovich (SZ) effect1 gemeten in de Comacluster van sterrenstelsels, maar de hoeveelheid is afwijkend van de theoretische modellen.
Tenslotte heeft men op basis van de waarnemingen berekend dat er maximaal 4,34 soorten neutrino’s kunnen bestaan. Goh, nooit geweten dat er niet-integere hoeveelheden soorten elementaire deeltjes kunnen voorkomen. Voor de duidelijkheid: er zijn op dit moment drie soorten neutrino’s bekend. Er kunnen dus nog 1,34 soorten neutrino’s ontdekt worden.
Afijn, hoofdconclusie van de gepubliceerde zevenjaarsdata van WMAP is dat het zogenaamde ΛCDM-model staat als een huis. Da’s het model waarin donkere energie voorkomt in de vorm van Λ, oftewel lambda, de ooit door Albert Einstein geïntroduceerde Kosmologische Constante, en CDM, koude donkere materie. Bij dat laatste moet je denken aan WIMP’s, de weakly interactive massive particles. Eh… ‘t is al laat, dus ik ga een volgende keer wel verder met deze zeer boeiende materie. Morgen zal ik jullie ‘vermoeien’ met de zes wetenschappelijke artikelen over de laatste WMAP-data. Bron: Universe Today + WMAP.
Noot:
Door dit effect reageren fotonen van de kosmische achtergrondstraling (CMB) met electronen in het hete gas in die clusters. Door de interactie tussen fotonen en electronen wordt de CMB in de richting van de sterrenstelsels met het hete gas verstoort en dat zou in de vorm van ’schaduwen’ van de CMB te zien moeten zijn. [↩]
Vanmorgen om 10.14 uur Nederlandse tijd is Space Shuttle Endeavour gelanceerd vanaf platform 39A op Kennedy Space Center in Florida. Het was daar nog vroeg in de ochtend, dus we waren getuige van een lancering in het donker. Aan boord van de Endeavour, die missie STS-130 aan het uitvoeren is, bevindt zich het zestal George Zamka (de commandant), Terry Virts (piloot) en de missiespecialisten Kay Hire, Stephen Robinson, Nicholas Patrick en Robert Behnken. Zij hopen komende woensdag om 06.09 uur Nederlandse tijd aan het ISS te koppelen. Het duo ISS-Endeavour zou dan ergens boven de noordkust van Spanje moeten vliegen. Volgens Heavens Above kunnen we in Nederland het ISS van 06:11:11 tot 06:14:26 uur zien, beginnend in het zuiden en doorvliegend naar het oosten. Als de Endeavour nou zo vriendelijk is om een paar minuten vertraging op te lopen kunnen we de koppeling live meemaken in Nederland! Meer info over de komende passages van ISS en Endeavour vind je op de site van Heavens Above. Wie vanmorgen de lancering gemist heeft, zoals ikzelf , hier zijn de beelden:
Astronomen hebben voor het eerst de locatie vastgesteld van heet waterdamp in de roterende schijf rond een jong zusje van onze zon. De waarnemingen zijn gedaan met de IRAM Plateau de Bure interferometer in de Franse Alpen. De in Leiden gepromoveerde astronoom Jes Jorgensen en de Leidse professor Ewine van Dishoeck publiceren het resultaat op 10 februari in Astrophysical Journal Letters. Water is een belangrijke voorwaarde voor leven zoals we dat kennen op aarde. Het meeste water in onze oceanen is gevormd in de interstellaire wolk die inklapte bij de vorming van ons zonnestelsel, zo’n 4,5 miljard jaar geleden. Hoe het water precies is geproduceerd en hoe het vanuit die gigantische wolk is terechtgekomen op een klein planeetje als de aarde, is een van de grote vragen in de zoektocht naar ons ontstaan. Normaal gesproken is water in de ruimte nauwelijks vanaf de aarde waar te nemen doordat onze atmosfeer heel veel straling absorbeert. Om die reden is vorig jaar de Herschel-telescoop gelanceerd, die ver van de aarde op infraroodgolflengten dat water wel kan ‘zien’. Een van de 500 watermoleculen in de ruimte bevat echter een zwaarder isotoop, 18O in plaats van 16O, en dit ‘zware’ water is wél in staat door te dringen in de aardatmosfeer en kan wél worden gezien met aardse telescopen, die veel groter zijn dan ruimtetelescopen en honderd keer zo scherp zien. De astronomen keken met de IRAM Plateau de Bure radiotelescoop naar het ‘zware’ water rond de jonge ster NGC 1333 IRAS4B, die pas 10.000 tot 50.000 jaar geleden is gevormd. Ze ontdekten dat de meeste waterdamp zich bevindt op een locatie in de schijf die corresponeert met de baan van Neptunus in ons eigen zonnestelsel – die zich op een afstand van ongeveer 25 AE1 van de zon bevindt. De komende drie jaar zullen astronomen exact kunnen vaststellen hoeveel water zich bevindt bij een jonge ster en wat de locatie is in de opeenvolgende evolutiestadia van die ster. Ze zullen daarbij de gegevens die de Herschel-satelliet gaat leveren combineren met de data van telescopen zoals IRAM, die op lange golflengten dieper in de protoplanetaire schijf van een zonnestelsel in wording kunnen doordringen. Bron: Nova.
Noot:
Astronomische Eenheden, de afstand tussen Aarde en Zon = 149 miljoen km. [↩]
Op 26 januari j.l. werden de laatste WMAP-resultaten bekend gemaakt, na zeven jaar van onderzoek aan de Kosmische Microgolf-achtergrondstraling, het restant van de oerknal. Op die resultaten zal ik binnenkort nog ingaan (‘t is hoogst interessante materie, dat wil ik alvast verklappen). Grappig is wel dat je in de temperatuurskaart van die straling, waarin de minimieme temperatuursverschillen in beeld zijn gebracht, van alles kan zien. Je hebt hetzelfde bij wolken: daar kan je ook allerlei vormen in herkennen. Wat kan je zoal in de CMB-kaart1 zien? Nou, bijvoorbeeld de letters S en H. Yep, de initialen van Stephen Hawking. Nou nog even zoeken of ook A en V voorkomen. Bron: FQXi Community. [Naschrift]: Oh, wacht, er blijken nog veel meer dingen ontdekt te zijn in de CMB-kaart van WMAP, o.a. afbeeldingen van Mickey Mouse, Jezus, een penis én het Monster van Loch Ness. Wil je meer weten, kijk dan hier.
Een dik wolkendek boven Florida heeft er vanmorgen voor gezorgd dat de lancering van Space Shuttle Endeavour (missie STS-130) niet is doorgegaan. Om 10.39 uur Nederlandse tijd zou het gevaarte moeten opstijgen, maar de wolken boven NASA’s Kennedy Space Center verhinderden dat. De bedoeling is nu dat de lancering morgen gaat plaatsvinden, dus maandagochtend, om 10.14 uur Nederlandse tijd. Voor dat tijdstip geeft de weersvoorspelling een kans van 60% op goed weer. Als het morgen niet lukt moet de lancering een poosje worden uitgesteld, want voor komende dinsdag (9 februari om 16.30 uur Nederlandse tijd) staat de lancering gepland van de Solar Dynamics Observatory. Bron: Space.com.
Adrianus V is weblogger, die nieuws uit de wereld van ruimtevaart en sterrenkunde brengt en er z'n persoonlijke visie op geeft.
De "ECLIPTICA" Lage Landen Astro Site Ring Een rondgang langs websites van enthousiaste amateurastronomen uit Belgie en Nederland.
Een initiatief van Stichting Sterrenwacht ECLIPTICA
Recente reacties