Veelzijdig wis- en natuurkundige Freeman J. Dyson overleden

Gisteren, 28 februari, is op 96 jarige leeftijd de Amerikaanse wis- en natuurkundige Freeman John Dyson overleden. Dyson, geboren in het Britse Crowthorne, op 15 december 1923 is bekend geworden door zijn werk op het gebied van quantummechanica en vastestoffysica, astronomie en nucleaire technologie. Hij was emeritus professor aan het Insitute for Advanced Study in Princeton en lid van het Board of Sponsors van het Bulletin of the Atomic Scientists. Dyson was groot pleitbezorger van ruimtevaart- en onderzoek naar buitenaardse beschavingen. Hij voorspelde door mensen bewoonde kolonies in de ruimte. Hij was ook zeer betrokken bij de ontwikkeling van kernreactoren voor energie en raketaandrijving. Dyson won verschillende grote prijzen voor zijn werk, in 1998 de Matteucci Medal, en in 2000 de Templeton prijs. Lees verder

Fijne schrikkeldag iedereen!

Credit: LoganArt / Pixabay


Het is 29 februari 2020, schrikkeldag. Die dag hebben we niet voor niets. Het jaar – de periode dat we één omloop om de zon maken – duurt namelijk geen 365 dagen, maar 365,2421875 dagen, zeg 365 en een kwart dag.  Tussen morgen 1 maart en volgend jaar 1 maart zitten 365 dagen, 5 uren, 47 minuten en 55 seconden. De schrikkeldag werd voor het eerst voorgesteld in het decreet van Canopus van 6 maart 237 v.Chr. om de loop van de Egyptische kalender nauwkeuriger met de seizoenen aan te laten sluiten (er zijn echter geen aanwijzingen dat het werd toegepast). Het werd eerst in de juliaanse kalender toegepast als een extra dag die na 23 februari werd ingevoegd, waardoor de maand februari eens in de vier jaar 29 dagen duurde. Julius Ceasar voerde ‘m in 46 voor Christus in op advies van de sterrenkundige Sosigenes van Alexandrië. Toch was hiermee de Juliaanse kalender nog steeds niet sluitend met de werkelijke astronomische lengte van een jaar en liep het kalenderjaar na verloop van tijd achter op het zonnejaar. In 1582 kregen we de Gregoriaanse kalender, ingevoerd dor Paus Gregorius XIII en die hebben we nu nog steeds – de afwijking daarvan is slechts één dag per 3200 jaar. En oh ja, over pakweg vier miljoen jaar is de snelheid van de aarde zodanig afgenomen (gemiddeld 14 microseconde per jaar) dat we helemaal geen schrikkeldag meer nodig hebben. 😀  Bron: Wikipedia + Starts with a Bang.

Je verwacht ’t niet: planetoïdenverkenner OSIRIS-REx die de uitbarsting van een zwart gat waarneemt

De uitbarsting van MAXI J0637-043. Rechtsonder het silhouet van planetoïde Bennu. Credits: NASA/Goddard/University of Arizona/MIT/Harvard

NASA’s OSIRIS-REx draait al een poosje om planetoïde Bennu en die steenklomp in de ruimte is ook z’n primaire doel: ergens in het najaar moet de planetoïdenverkenner er gaan afdalen en dan monsters oppikken, om die vervolgens terug naar de aarde te brengen. Maar dat doel weerhoudt OSIRIS-REx er niet van om af en toe ook andere dingen op te pikken. Onlangs kwamen studenten en onderzoekers er achter dat ‘ie met z’n Regolith X-Ray Imaging Spectrometer (REXIS), die gebouwd is door studenten, een heuse uitbarsting van een zwart gat heeft vastgelegd. REXIS is een instrument ter grootte van een schoenendoos en is bedoeld om te kijken hoe Bennu röntgenstraling uitzendt als gevolg van de inval van de zonnewind op z’n oppervlak. Op 1 november 2019 keek REXIS naar Bennu, maar in de zijkant van de opname was een helder licht te zien. Dat bleek het zwarte gat MAXI J0637-430 te zijn, gelegen in het zuidelijke sterrenbeeld Duif (Columba), die kort daarvoor was ontdekt met de Japanse MAXI satelliet en die was bevestigd met NASA’s Neutron Star Interior Composition Explorer (NICER) telescoop, beiden bevinden zich op het internationale ruimtestation ISS. Hieronder een tweet met daarin een animatie van de uitbarsting.

Bron: NASA.

Grootste explosie ooit waargenomen in het heelal

Radiostraling is blauw, röntgenstraling paars. Credit: X-ray: Chandra: NASA/CXC/NRL/S. Giacintucci, et al., XMM-Newton: ESA/XMM-Newton; Radio: NCRA/TIFR/GMRT; Infrared: 2MASS/UMass/IPAC-Caltech/NASA/NSF

Sterrenkundigen hebben in een cluster van sterrenstelsels in het sterrenbeeld Ossenhoeder (Ophiuchus) de grootste explosie ooit sinds de oerknal waargenomen. Het cluster bestaat uit duizenden sterrenstelsels, waartussen zich heet gas en donkere materie bevindt, alles bijeengehouden door de zwaartekracht. Het staat op 390 miljoen lichtjaar van de aarde. In het midden van de grote, centrale sterrenstelsel van de Ophiuchuscluster huist een superzwaar zwart gat en die blijkt in het verleden een jet te hebben geproduceerd, een straalstroom van zeer energierijke deeltjes, die zich een weg baande door dat intergalactische gas. Dat heeft gezorgd voor een groot gat (Engels ‘cavity’) in het hete gas, dat aan de noordzijde scherp begrensd is.

Credit: X-ray: Chandra: NASA/CXC/NRL/S. Giacintucci, et al., XMM-Newton: ESA/XMM-Newton; Radio: NCRA/TIFR/GMRT; Infrared: 2MASS/UMass/IPAC-Caltech/NASA/NSF

Dat gat is onderzocht met de Europese XMM-Newton en Amerikaanse Chandra röntgen-ruimtetelescopen en de Giant Metrewave Radio Telescope in India en de Murchison Widefield Array in Australië. Vanuit het gat komt radiostraling, veroorzaakt door elektronen die door de botsing van de jet met bijna de lichtsnelheid reizen. Door alle waarnemingen is vast komen te staan dat het gat veroorzaakt is door de botsing en dat de jet van het zwarte gat die dat deed een enorme hoeveelheid energie had, vijf keer zo veel als de vorige recordhouder, een jet van de cluster MS 0735.6+7421 (die twee gaten veroorzaakte, nu is er maar één gat [1]Men vermoedt nu dat het gas aan de andere kant van de cluster een geringere dichtheid heeft, waardoor de radiostraling ervan inmiddels zodanig is afgezwakt dat deze niet meer waarneembaar is. ). Na eerder onderzoek in 2016 dachten de sterrenkundigen dat het gat te groot was om door een botsing met een jet te zijn veroorzaakt, maar verdere waarnemingen hebben bevestigd dat het wel degelijk hierdoor ontstaan is.

Credit: X-ray: Chandra: NASA/CXC/NRL/S. Giacintucci, et al., XMM-Newton: ESA/XMM-Newton; Radio: NCRA/TIFR/GMRT; Infrared: 2MASS/UMass/IPAC-Caltech/NASA/NSF

Hier is het vakartikel over de waarnemingen aan de explosie in de Ophiuchus cluster, dat 27 februari is verschenen in The Astrophysical Journal. Bron: Chandra.

References[+]

References
1 Men vermoedt nu dat het gas aan de andere kant van de cluster een geringere dichtheid heeft, waardoor de radiostraling ervan inmiddels zodanig is afgezwakt dat deze niet meer waarneembaar is.

STEREO-A detecteert mogelijk zonnevlekken uit 25ste zonnecyclus

Op de zon zijn al 25 opeenvolgende dagen geen zonnevlekken gesignaleerd maar NASA’s STEREO-A ruimtesonde heeft zeer recent een paar actieve regio’s gedetecteerd met mogelijk zonnevlek activiteit. Ze zijn omcirkeld in de opname die op 27 februari j.l. is genomen. Als het zonnevlekken zijn is de gloed te wijten aan heet gas dat besloten zit in de magnetische toppen van de vlekken, dit kan de Extreme Ultraviolet (EUVI)-telescoop van STEREO-A goed detecteren. De zon kent perioden met veel en weinig zonnevlekken, die elkaar afwisselen, de zogeheten zonnecycli. Momenteel is zich zonnecyclus 25 aan het ontwikkelen en is zonnecyclus 24 tanende. De hoge breedtegraad van de regio verbindt deze nieuwe zonnevleken met zonnecyclus 25 (SC25).

Lees verder

Sterrenkundigen ontdekken mini-maan die tijdelijk om de aarde draait – 2020 CD3

Opname van 2020 CD3. Credit: Catalina Sky Survey / Theodore Pruyne en Kacper Wierzchos.

Sterrenkundigen van de Catalina Sky Survey in Arizona hebben pas geleden een kleine mini-maan ontdekt, een ingevangen planetoïde die tijdelijk om de aarde draait (Engels: ‘Temporarily Captured Object’). Hij heet 2020 CD3 (alias C26FED2) en hij werd op 15 februari voor ’t eerst gezien door Theodore Pruyne en Kacper Wierzchos, die ‘m plotseling op hun beeldscherm zagen verschijnen. Men vermoedt dat 2020 CD3 een klein object is, tussen 1,9 en 3,5 meter doorsnede. Op 25 februari werd de ontdekking van de tijdelijke mini-maan bekendgemaakt door het Minor Planet Center (MPC) in de VS. Onderaan de blog zie je een tweet van Wierzchos met daarin een video, waarin 2020 CD3 te zien is.

De baan van 2020 CD3 om de aarde. De baan van de maan is in wit aangegeven. Credit: Tony873004/Wikipedia.

Ergens in 2017 en 2018 moet’ie ingevangen zijn door de zwaartekracht van de aarde en in een vreemde baan terecht zijn gekomen. Tot zeker april 2020 zal ‘ie in een baan om de aarde blijven. Het is voor de tweede keer dat zo’n tijdelijke mini-maan ontdekt is. Eerder had je 2006 RH120, die in 2006 werd ontdekt en die net zo groot was als 2020 CD3. Die bleef om de aarde draaien tot juni 2007.

Bron: MPC.

Nieuwe TRGB-meting duidt op lage waarde van de Hubble constante

Hoe snel dijdt het heelal uit? Credit: NASA, ESA, H. Teplitz and M. Rafelski (IPAC/Caltech), A. Koekemoer (STScI), R. Windhorst (Arizona State University), and Z. Levay (STScI).

Op basis van waarnemingen aan de heliumflits van rode reuzen – een methode die bekend staat als de TRGB methode (van ‘Tip of the Red Giant Branch’, zie de afbeelding hierboven, de heliumflits [1]Rode reuzen hebben allemaal in hun korte leven een moment dat de heliumflits wordt genoemd, een explosief moment waarbij de temperatuur in de ster kan oplopen tot wel 100 miljoen K, gevolgd door een … Continue reading in het bekende HR-diagram) – kwam een jaar geleden een team van sterrenkundigen onder leiding van Wendy Freeman (Universiteit van Chigago) tot een bepaling van de waarde van de Hubble constante H0, de constante die de snelheid van uitdijing van het huidige heelal weergeeft. Freeman c.s. kwamen toen uit op H0=69,8 km/s/Mpc, een waarde die precies inligt tussen de waarden van H0 die waarnemingen aan het vroege heelal  (H0=67,4 km/s/Mpc) en het huidige heelal (H0=73,9 km/s/Mpc) hebben opgeleverd – een verschil dat bekend staat als de Hubble-spanning.

Herzsprung-Russeldiagram met daarin aangegeven het moment van de TRGB. Credit: Prof. Richard Pogge/ Ohio State University.

Probleem met de TRGB methode is dat je kijkt naar rode reuzensterren – het voorland van onze zon over pakweg vijf miljard jaar – en dat je niet precies weet hoeveel stof er zit tussen de ster en de aarde, een onzekerheid opleverend in de meting van de schijnbare helderheid. De TRGB methode is geschikt om als afstandskandelaar te gebruiken en de afstand tot de rode reus te bepalen, net zoals Cepheïde veranderlijken en type Ia supernovae dat ook zijn. Maar bij alle drie is dat stof een probleem.

Credit: Universiteit van Chicago.

In 2019 had Freeman’s team gekeken naar rode reuzen in de Grote Magelhaense Wolk (GMW), een begeleidend dwergstelsel van onze Melkweg. Dat stelsel zit echter vol stof en ook al heeft men de hoeveelheid stof aardig in beeld, dan nog levert het een onzekerheid op. Daarom keken de sterrenkundigen de laatste tijd naar rode reuzen in twee stelsels die grotendeels stofvrij zijn, IC 1613 en de Kleine Magelhaense Wolk. De verwachting was dat deze verbeterde waarnemingen zouden leiden tot een hogere waarde van H0, maar het tegendeel blijkt het geval te zijn. In het laatste vakartikel over de TRGB methode, geaccepteerd voor publicatie in The Astrophysical Journal, komen Freeman en haar team tot een lagere waarde: H0=69,6 km/s/Mpc! En die zit toch eerder tegen de lage waarde van het vroege heelal aan, die gebaseerd is op waarnemingen aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engels: CMB) van Planck en de Baryonische Accoustische Oscillaties (BAO’s) van SDSS en DES, dan van het huidige heelal – zie de grafiek hierboven met alle bekende waarden.

De kosmische afstandsladder, gebruikt voor waarnemingen van het huidige heelal om H0 te bepalen. Credit: NASA, ESA, A. Feild (STScI), and A. Riess (STScI/JHU)

Dat betekent dat de methode met de kosmische afstandsladder, de methode van het huidige heelal met parallax, Cepheïden en type Ia supernovae (zie de grafiek hierboven), nu een probleem heeft. Wellicht dat die methode ook meer moet kijken naar de invloed van tussenliggend stof op de metingen van helderheden, maar het zou ook te maken kunnen hebben met Cepheïden, de veranderlijke sterren die één van de peilers van de methode zijn. Die sterren blijken namelijk niet zo constant te zijn als lang gedacht, maar toch langzaam met de tijd te veranderen en daarmee ook minder betrouwbaar te zijn als afstandskandelaar. Afijn, de Hubble-spanning duurt voort. Bron: Quanta Magazine.

References[+]

References
1 Rode reuzen hebben allemaal in hun korte leven een moment dat de heliumflits wordt genoemd, een explosief moment waarbij de temperatuur in de ster kan oplopen tot wel 100 miljoen K, gevolgd door een abrupte afname van de lichtkracht. Die heliumflits levert bij alle reuzensterren eenzelfde absolute lichtkracht op en daarom kan die gebruikt worden als ‘standaardkaars’ om de afstand mee te bepalen, net zoals Cepheïden en type Ia supernovae ook als standaardkaarsen worden gebruikt.

Help mee zoeken naar de zwarte gaten in sterrenstelsels

Help mee de locatie van zwarte gaten te ontdekken in het LOFAR Radio Galaxy Zoo-project.

Dit voorbeeld toont de beroemde radiobron 3C236. Het bovenste beeld is de radiobron, het middelste een optisch beeld met veel sterren en sterrenstelsels en het onderste beeld een combinatie van het radio en het optische beeld. In dit geval is voor het menselijk oog de oorsprong van de radiostraling duidelijk, het is de heldere puntachtige radiobron in het midden van het radiobeeld. Dit is de locatie van het enorme zwarte gat dat alle radio activiteit aandrijft. Uit de combinatie met de optische beelden kan vervolgens het sterrenstelsel worden geïdentificeerd die het zwarte gat herbergt.
Credit: Aleksandar Shulevski, Erik Osinga & The LOFAR surveys team.

Wetenschappers vragen de hulp van het publiek om de oorsprong te vinden van honderdduizenden sterrenstelsels die zijn ontdekt door de grootste radiotelescoop ooit gebouwd: LOFAR. Waar komen deze mysterieuze objecten die duizenden lichtjaren groot zijn vandaan? Een nieuw ‘citizen science’ project, LOFAR Radio Galaxy Zoo, geeft iedereen met internet de mogelijkheid om mee te doen aan de zoektocht om uit te vinden waar de zwarte gaten in het midden van deze sterrenstelsels zich bevinden.

Astronomen gebruiken radiotelescopen om beelden van de radio hemel te maken, net als optische telescopen zoals de Hubble Space Telescope kaarten maakt van sterren en sterrenstelsels. Het verschil is dat de foto’s gemaakt met een radiotelescoop een beeld laten zien dat sterk verschilt van het beeld dat een optische telescoop maakt. In de radiohemel worden sterren en sterrenstelsels niet direct gezien, maar in plaats daarvan worden complexe structuren die in verband staan met massieve zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels gedetecteerd. Het meeste stof en gas rond een superzwaar zwart gat wordt verbruikt door het zwarte gat, maar een deel van het materiaal zal ontsnappen en wordt in de diepe ruimte uitgeworpen. Dit materiaal vormt grote pluimen van extreem heet gas, het is dit gas dat grote structuren vormt die worden waargenomen door radiotelescopen.

De Low Frequency Array (LOFAR) -telescoop, beheerd door het Nederlands Instituut voor Radioastronomie (ASTRON), zet zijn enorme verkenning naar de radiohemel voort en inmiddels zijn 4 miljoen radiobronnen ontdekt. Een paar honderdduizend hiervan hebben zeer gecompliceerde structuren, deze zijn soms zo ingewikkeld dat het moeilijk is om te bepalen welke sterrenstelsels bij welke radiobronnen horen, of met andere woorden, welk zwart gat hoort bij welk sterrenstelsel?

Terwijl het International LOFAR Team bestaat uit meer dan 200 sterrenkundigen uit 18 landen, is het te klein om deze lastige taak van het identificeren radiobronnen en diens bijbehorende sterrenstelsels. Daarom vragen LOFAR-astronomen het publiek om hiermee te helpen. In het kader van het citizen science project ‘LOFAR Radio Galaxy Zoo’ wordt het publiek gevraagd om te kijken naar afbeeldingen van LOFAR en afbeeldingen van sterrenstelsels en vervolgens te identificeren welke radiobron bij welk sterrenstelsel hoort.

“Deze nieuwe verkenning van de radiohemel van LOFAR heeft miljoenen eerder niet-gedetecteerde radiobronnen onthuld. Met behulp van het publiek kunnen we de aard van deze bronnen onderzoeken: waar zijn hun zwarte gaten? In wat voor sterrenstelsels bevinden zich de zwarte gaten? ”, Zegt Huub Röttgering van de Universiteit Leiden.

Tim Shimwell, ASTRON en de Universiteit Leiden, legt uit waarom dit belangrijk is: “Jouw taak is om de radiobronnen te matchen met het juiste sterrenstelsel. Dit zal onderzoekers helpen begrijpen hoe radiobronnen worden gevormd, hoe zwarte gaten evolueren en hoe enorme hoeveelheden materiaal met zo’n ongekende hoeveelheid energie in de diepe ruimte kunnen worden uitgestoten ”, zegt hij.

Radio Galaxy Zoo: LOFAR is onderdeel van het Zooniverse– project, ’s werelds grootste en meest populaire platform voor onderzoek door mensen. Dit onderzoek wordt mogelijk gemaakt door vrijwilligers – meer dan een miljoen mensen over de hele wereld komen samen om professionele onderzoekers te helpen. Bron: ASTRON.

Zo gaat ESA-telescoop Euclid donkere materie in beeld brengen

Impressie van Euclid. Credit: ESO/L. Calçada.

Hoe kan je iets zien dat onzichtbaar is? Nou, met Euclid! Deze toekomstige ESA-telescoop gaat de structuur van het heelal in kaart brengen en zal ons meer leren over de onzichtbare donkere materie en donkere energie. Wetenschappelijk coördinator van Euclid en Leids sterrenkundige Henk Hoekstra legt uit hoe dit werkt.

Er is iets vreemds aan de hand

Waarom gaan we ervan uit dat donkere materie bestaat, als we het nog nooit gezien of gemeten hebben? ‘We draaien met 220 kilometer per seconde om het middelpunt van onze Melkweg,’ zegt Hoeksta. Een bizarre snelheid, waar we gelukkig niks van merken. Toch is er iets vreemds aan de hand. ‘Op basis van het aantal sterren in onze Melkweg zouden de sterren aan de rand hiervan een veel lagere snelheid moeten hebben, maar ze bewegen net zo snel als de zon. Toch worden deze sterren niet het heelal in geslingerd. Iets houdt de boel bij elkaar.’

Eigenlijk is er maar één verklaring: er is materie die je niet kunt zien die extra zwaartekracht uitoefent op sterrenstelsels. Dónkere materie dus. Hoekstra: ‘Of de theorie van zwaartekracht is fout. Maar alles wijst erop dat donkere materie bestaat, we weten alleen nog steeds niet wat het is. Wat we wel weten, is dat het geen licht absorbeert of ermee interacteert. Dat maakt het dus letterlijk onzichtbaar.’ Als dit niet vreemd genoeg is: sinds 1998 weten we dat de uitdijing van het heelal versnelt. Om dit te verklaren is nog een ingrediënt nodig: ‘donkere energie’, een verzamelnaam voor de verschillende ideeën die astronomen en natuurkundigen op dit moment bestuderen.

Kunnen we het bestaan van donkere materie bewijzen?

Waarom we Euclid nodig hebben

‘We hebben gaten in onze kennis en die zijn niet te vullen met bestaande observaties. Dus de beste volgende stap is om betere metingen te doen.’ En daar komt Euclid om de hoek kijken, de satelliet die de European Space Agency in 2022 zal lanceren. Op 1,5 miljoen kilometer afstand van de aarde gaat Euclid een derde van de hemel in kaart brengen. Zo kunnen we vragen beantwoorden als: Hoe vormt de structuur in het heelal onder invloed van zwaartekracht? Hoe is alle materie verdeeld in het heelal? En hoe verandert dat in de tijd? Hoekstra: ‘Een antwoord op de laatste vraag stelt ons in staat om modellen voor donkere energie direct te testen.’

Hoekstra is één van de vier kosmologiecoördinatoren en leider van het project ‘weak lensing’. ‘Wij gaan onderzoeken hoe donkere materie de ruimte vervormt,’ zegt hij.

Het heelal is net een bak water met muntjes

Maar hoe werkt dit? Hoekstra vervolgt: ‘Massa vervormt de ruimte en tijd daaromheen. Dat effect kan je meten, ook al kan je de donkere materie niet zien.’ Hij gebruikt een verhelderende analogie om dit toe te lichten. ‘Vergelijk het met een bak water met daarin een muntje. Als je die bak een tik geeft, golft het water en vervormt het muntje. Neem meerdere foto’s van het muntje en je zal zien dat het muntje er steeds anders uitziet.’

Credit: Universiteit van Leiden.

‘Stel, je hebt zeer veel muntjes en je weet dat ze oorspronkelijk rond zijn, dan kan je uitvogelen hoeveel water er in die bak zit.’ Met donkere materie is het precies hetzelfde, zegt de kosmoloog. ‘Die donkere materie zorgt ervoor dat sterrenstelsels in de achtergrond een heel klein beetje vervormen. Die vervorming kunnen we met Euclid meten door de vormen van zo veel mogelijk melkwegstelsels te middelen.’

Hoe meer, hoe beter

Daarbij geldt: hoe meer donkere materie ergens is, hoe meer de achterliggende sterrenstelsels vervormen. Op die manier kan je de verdeling van donkere materie in het heelal bepalen. Maar daar zijn eerst heel veel foto’s nodig. Of ‘scherpe plaatjes’, zoals Hoekstra dat noemt. ‘Hoe meer sterrenstelsels we meten, hoe betrouwbaarder de resultaten.’ We hebben het dus over big data, niet alleen door de hoeveelheid data, maar zeker ook vanwege de complexiteit ervan. ‘Het aantal foto’s dat de Hubble-telescoop de afgelopen 25 jaar heeft verzameld, maken wij in een paar dagen.’

De grootste sterrenkundesamenwerking ooit

Niet alleen de hoeveelheid data is groot, het aantal sterrenkundigen dat meedoet aan Euclid is dat ook. ‘Het is het grootste sterrenkundeteam ter wereld, met zo’n 1500 wetenschappers, ingenieurs en technici.’ Het aantal sterrenkundigen dat profijt heeft van Euclid zal echter nog veel groter zijn: de data worden uiteindelijk publiek goed en zijn voor verschillende doeleinden te gebruiken, zoals het ontdekken van de verst verwijderde quasars en het identificeren van massieve sterren in nabije sterrenstelsels. ‘In het begin zal de data alleen voor de Euclid-deelnemers beschikbaar zijn, daarna hebben we zogeheten data releases waarbij de data vrijkomt. Om mensen een beeld te geven van de eerste resultaten hebben we ook quick releases. En die zullen al fenomenaal zijn,’ voorspelt een glunderende Hoekstra. Bron: Universiteit van Leiden.

Ontdekking van natriumchloride (keukenzout) op Europa is bevestigd

De maan Europa. Credit: NASA.

Al sinds de Voyager 1 in 1979 vlak langs de maan Europa bij Jupiter vloog wordt er gedacht dat onder diens dikke ijskorst een vloeibare oceaan zit. De metingen met de Galileo missie in de jaren negentig aan het magnetisch veld van Europa bevestigden dat beeld, want het leverde aanwijzingen op voor een geleidende laag onder de ijskorst van Europa. En nu is daar een nieuwe ontdekking: natriumchloride, keukenzout op het oppervlak van Europa! Het was vorig jaar al waargenomen met de Keck telescoop op Hawaï, maar nu is het bevestigd met de Hubble ruimtetelescoop.

Credit: Samantha K. Trumbo, Michael E. Brown, Kevin P. Hand

Met behulp van de Space Telescope Imaging Spectrograph (STIS) aan boord van de Hubble ruimtetelescoop heeft men spectra gemaakt van Europa en daarop is voor het eerst een brede absorptielijn van natriumchloride (NaCl) ontdekt. Met STIS keek men naar het licht van Europa bij golflengtes tussen 300 en 1000 nm en bij 450 nm kon men een duidelijke indicatie van NaCl zien, te zien aan de ‘dip’ t.o.v. het continuum (de gestreepte lijn) in het spectrum hierboven. Men ziet de lijn vooral in de gebieden op Europa die ‘geologisch’ actief zijn, de ‘young chaos regions’ genoemd. De waarnemingen laten zien dat de natriumchloride voorkomt op de zogeheten ‘volgende hemisfeer’ van Europa, de kant die aan z’n achterkant zit t.o.v. de kant waarheen Europa in z’n baan om Jupiter beweegt (de voorkant is de ‘leidende hemisfeer’). De jonge chaotische gebieden op Europa zitten vooral aan z’n volgende kant.

Credit: NASA/JPL/Björn Jónsson/Steve Albers.

De regio waar de grootste concentratie aan natriumchloride is gevonden heet de Tara regio. Het vermoeden bestaat dat de natriumchloride daar via thermische bronnen bij scheuren in de ijskorst vanuit de vloeibare oceaan naar boven is gekomen, maar zekerheid daarover heeft men niet. Bron: Astrobites