10 februari 2012

Aha, NSV 11749 blijkt ook een VLTP te zijn geweest

De lichtcurves van de drie bekende VLTP's

Ja ja mensen, we zijn weer bij de afdeling cryptotitels. “NSV 11749 blijkt ook een VLTP te zijn geweest“, tsja, daar valt natuurlijk geen touw aan vast te knopen. En dan te bedenken dat we het hebben over iets dat zich meer dan honderd jaar geleden heeft afgespeeld, ergens tussen 1899 en 1914. Is dat interessant, nu anno 2011? Yep, dat is het zeker. Laat mij het even uitleggen. NSV 11749 is een ster die in 1899 plotseling op fotografische platen opdook, op een plek aan de hemel waar voor die tijd niets te zien was. In die tijd was er niemand die deze ‘nieuwe’ ster opviel, maar dat gebeurde wel in 2005 toen David Williams, lid van de American Association of Variable Star Observers (AAVSO) foto’s bestudeerde uit de Harvard College Astronomical Plate collectie, welke gemaakt waren in de periode 1885 – 1993. NSV 11749 leek op een nova, maar z’n verloop in lichtkracht was nogal grillig (zie de afbeelding, bovenste grafiek). Nu pas blijkt waar dat grillige verloop door werd veroorzaakt: er is geen sprake van een nova, maar van een zogenaamde Very Late Thermal Pulse (VLTP), vrij vertaald een zeer late thermische puls. Het gaat om een witte dwerg, een ster met een massa ongeveer gelijk aan die van de zon, gepropt in een volume ter grootte van de aarde. Bij zo’n VLTP komt waterstof uit de buitenlagen van de witte dwerg door convectie terecht in het binnenste van de ster en komt er nog een laatste stuiptrekking van waterstofverbranding. Berekeningen laten zien dat gemiddeld één keer per jaar in de Melkweg een witte dwerg z’n buitenlagen uitstoot en een planetaire nevel vormt. Slechts 10% zou daarbij een VLTP ondergaan, dus dat zou in principe iedere 10 jaar te zien moeten zijn. Er zijn op dit moment drie VLTP’s bekend: V605 Aql die in 1919 werd ontdekt, V4334 Sgr, die in 1996 werd ontdekt en naar nu dus blijkt ook NSV 11749, die in 1899 voor het eerst te zien was. Om het ingewikkeld te maken heeft men ook verschillen ontdekt in de eigenschappen van de drie VLTP’s, maar die zijn waarschijnlijk terug te voeren naar de verschillen in massa van de witte dwergen.

Over de AAVSO en novae gesproken

Gisteravond was er niet alleen een mini-ALV bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens – een mini-algemene ledenvergadering, eentje die letterlijk en figuurlijk mini was, want hij duurde slechts tien minuten – maar er was ook een zeer enerverende presentatie door André van der Hoeven over het waarnemen van veranderlijke sterren en exoplaneten vanuit je achtertuin. In die presentatie ging het onder andere over de AAVSO, die kaarten publiceert van veranderlijke sterren, waartoe ook de novae en VLTP’s behoren. André heeft over zowel het waarnemen van veranderlijke sterren als van exoplaneten op de Astroblogs geschreven, dus voor de details verwijs ik je naar die blogs.

:bron: Bron: Universe Today.

Explodeert V445 Puppis nou wel of niet als supernova?

V445 Puppis op vier verschillende momenten

Een jaar geleden waren er berichten – in de ogen van sommige mensen nogal verontrustend – dat de ster V445 Puppis – alias de Vampierster – in het zuidelijke sterrenbeeld Achtersteven (Puppis) een voorloper is van een type Ia supernova en dat ‘ie als zodanig ook kan exploderen. Recent onderzoek van een team van voornamelijk Russische sterrenkundigen onder leiding van V. P. Goranskij (Universiteit van Moskou) laat echter zien dat de soep niet zo heet wordt gegeten en dat V445 géén supernova zal worden. In november 2000 onderging V445 – vóór die tijd een variabele (‘V’) met een periode van 15,5 uren – een uitbarsting, waarbij de lichtkracht 250 keer helderder werd en naar twee kanten toe massa werd uitgeworpen. Vanwege die uitbarsting werd V445 een nova genoemd, maar in 2009 kwamen sterrenkundigen tot de conclusie dat die nova uiteindelijk een potentiële supernova kan opleveren, waarbij de lichtkracht honderden miljoenen tot meer dan een miljard keer die van de zon kan zijn. Eén sterke aanwijzing voor deze fatale afloop is het feit dat V445 een gebrek aan waterstof heeft, een typisch kenmerk van type Ia supernovae. V445 is in feite een dubbelstersysteem, waarbij de witte dwerg de variabele in het spel is en ook de ster die kandidaat-supernova is. Vlakbij staat een ‘donor-ster’, een gewone ster die materiaal afstaat aan de witte dwerg. Als de witte dwerg door de ‘donatie’ boven de zogenaamde Limiet van Chandrasekhar (ca. 1,4 zonmassa) komt explodeert ‘ie als type Ia supernova. Goranskij’s team heeft de gegevens over de nova ook onderzocht en zij komt tot de conclusie dat de donor-ster bij de nova van 2000 geheel van z’n buitenlagen is ontdaan óf dat ‘ie door de kracht van de nova gravitationeel is losgeraakt en wegvliegt van de witte dwerg. In beiden gevallen is er geen sprake meer van een continue voeding van de witte dwerg en dus zal V445 niet als supernova kunnen ontploffen. Aldus Goranskij et al in dit artikel. We houden ze eraan! :bron: Bron: Universe Today.

Nieuw soort exploderende ster ontdekt: de gamma nova

Ontdekkingsfoto van Nova Cygni 2010

Sterrenkundigen maken onderscheid tussen twee soorten van exploderende sterren: de novae en supernovae. Novae ontstaan als een witte dwerg door toevoer van massa van een begeleidende ster een kritische grens overschrijden en een thermonucleaire explosie ondergaan, waarbij ze wel 10.000 keer meer licht kunnen uitzenden. De witte dwerg blijft daarbij wel bestaan. Supernovae zijn er grofweg in twee categorieën: hele zware sterren aan het einde van hun leven die exploderen én witte dwergen die net als hun nova-broeders na massatoevoer exploderen, met een lichtkracht die wel vier miljard keer die van de Zon kan zijn. Bij supernovae blijft er niets over in het geval van witte dwergen en bij de zware sterren resteert een neutronenster of zwart gat. Naast de lichtkracht is een belangrijk verschil dat (tot nu toe) van supernovae wel gammastraling werd ontdekt en van nova niet. Maar met de ontdekking van Nova Cygni 2010 (V407 Cygni) is aan dat verschil een einde gekomen.

Nova Cygni 2010

De door Fermi gedetecteerde gammastraling van Nova Cygni 2010. Rechtsonder staan (toevallig) drie pulsars.

Deze nova werd ontdekt op 10 maart 2010 door een aantal Japanse amateur-sterrenkundigen – K. Nishiyama, F. Kabashima en H. Maehara om precies te zijn. De nova werd veroorzaakt door een witte dwerg in het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus) die 8.800 lichtjaar van ons verwijderd is en die in de buurt een pulserende rode reus als begeleider heeft. Kort daarop werden van de nova gammastralen van meer dan 100 MeV gedetecteerd door Fermi’s Large Area Telescope. Fermi is een gammasatelliet van de NASA. Onderzoekers denken dat de gammastralen werden geproduceerd doordat de schokgolven die van de nova afkomstig waren in botsing kwamen met de harde sterrenwind van de rode reus. Dat betekent dus dat de nova opzichzelf niet afwijkt van andere novae, maar wel dat de situatie met de nabije pulserende ster leidt tot een gamma nova, zoals men Nova Cygni 2010 genoemd heeft. :bron: Bron: Space.com.

Periodieke uitbarstingen waargenomen van dubbele witte dwerg

De dubbele witte dwerg KL Dra

KL Draconis, afgekort KL Dra, is een dubbelster in het sterrenbeeld Draak waarvan de componenten, twee heliumrijke witte dwergen, in slechts 25 minuten om elkaar heen draaien. De afstand tussen de witte dwergen bedraagt ongeveer de helft van de afstand tussen de Aarde en de Maan, zo dichbij elkaar dat de zwaarste witte dwerg, links op de afbeelding, materie aantrekt van de andere dwerg. Met een snelheid van miljoenen km per uur komt die materie, voornamelijk helium, aan bij de zwaarste van ‘t stel en daar verzamelt het zich in een zogenaamde accretieschijf. Slechts een kleine hoeveelheid helium bereikt het oppervlak van de ster, die vervolgens oplicht in röntgenstraling, zichtbaar en ultraviolet licht. Wanneer een bepaalde hoeveelheid massa zich eenmaal in de accretieschijf heeft verzameld, vindt een nova plaats, een kortstondige uitbarsting, waarbij ‘ie wel tien zeer zoveel licht geeft. Onderzoek van een groep sterrenkundigen onder leiding van Gavin Ramsay (Armagh Observatory) heeft laten zien dat die uitbarsting periodiek is en iedere twee maanden plaatsvindt. Op basis van eerder gedane waarnemingen voorspelde men dat 7 december 2009 een nieuwe uitbarsting plaats zou vinden en voìla… het gebeurde. In tegenstelling tot materieoverdracht in dubbelstersystemen waarbij waterstof van de ene naar de andere ster overgaat is in het geval van KL Dra de tweemaandelijkse nova alleen zichtbaar in ultraviolet licht en niet in röntgenlicht. Ramsay en z’n groep konden de UV-nova zien met behulp van de Swift-satelliet. Bron: Science Daily + Wikipedia.

Vormt T Pyxidis een bedreiging voor de Aarde?

T Pyxidis

Je zal er vermoedelijk nog nooit van gehoord hebben, maar in potentie zóu T Pyxidis een bedreiging kúnnen vormen voor de Aarde. Niet gelijk je koffers pakken en het vliegtuig naar de Malediven nemen, want je hebt grote kans dat die potentiële dreiging pas over tien miljoen jaar uitkomt. Pffffff, valt dat effe mee. T Pyxidis is een zogenaamde recurrente nova in het zuidelijke sterrenbeeld Kompas, een witte dwerg die periodiek tot uitbarsting komt. Hij maakt deel uit van een dubbelstersysteem en krijgt materiaal toegevoerd van z’n partner, een gewone ster. Soms leidt die massatoevoer  tot een thermonucleaire explosie en stijgt de lichtsterkte van T Pyxidis van magnitude 15,5 (schijnbaar) tot magnitude 7. Dat is vijf keer waargenomen, in 1890, 1902, 1920, 1944 en 1966, gemiddeld zo om de 19 jaar. In eerste instantie dacht men dat de witte dwerg 6.000 lichtjaar van de Aarde verwijderd is, maar onlangs is door Edward Sion (Villanova Universiteit in Spanje) becijferd dat de afstand ‘slechts 3.260 lichtjaar bedraagt. Da’s niet zo erg, maar verontrustend is wel dat Sion denkt dat T Pyxidis in de toekomst wel eens meer zou kunnen zijn dan een nova. Als de witte dwerg namelijk bij die nova-uitbarstingen te weinig massa uitspuwt zou z’n massa door de toevoer van de andere ster op een gegeven moment wel eens boven de zogenaamde Chandrasekhar-limiet kunnen komen, da’s 1,44 zonmassa. En als een witte dwerg die grens bereikt dan kan je de klok erop gelijk zetten dat er herrie in de tent komt: dan krijg je een regelrechte type Ia supernova. In diverse persberichten kwam te staan dat Sion geroepen heeft dat dàt doemscenario ‘spoedig’ zou kunnen plaatsvinden. Maar in een daaropvolgende verklaring heeft Sion dat begrip spoedig enigzins genuanceerd:

At the accretion rate we derived, the white dwarf in T Pyxidis will reach the Chandrasekhar Limit in ten million years.

Oooooohhhh, is dat spoedig? De vraag is trouwens of een supernovae op die afstand echt een ramp voor de Aarde zal vormen. Ja, eentje op honderd lichtjaar afstand is een regelrechte ramp. Maar daar is gelukkig geen sprake van. :-) Bron: Universe Today.

V445 Puppis, vampierster én tikkende tijdbom

V445 Puppis, een echte vampierster

V445 Puppis, een echte vampierster

Met behulp van de Very Large Telescope (VLT) van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili hebben sterrenkundigen ontdekt dat de ster V445 in het zuidelijke sterrenbeeld Achtersteven (Puppis) een voorloper is van een type Ia supernova. Het gaat om een witte dwerg, die deel uitmaakt van een dubbelstersysteem. In november 2000 onderging de ster een uitbarsting, waarbij de lichtkracht 250 keer helderder werd en naar twee kanten toe massa werd uitgeworpen. Vanwege die uitbarsting wordt V445 een nova genoemd, maar naar nu blijkt moet het uiteindelijk een potentiële supernova opleveren, waarbij de lichtkracht honderden miljoenen tot meer dan een miljard keer die van de zon kan zijn. Eén sterke aanwijzing voor deze fatale afloop is het feit dat V445 een gebrek aan waterstof heeft, een typisch kenmerk van type Ia supernovae. Met behulp van het NACO adaptive optics instrument verbonden aan de VLT heeft men de expanderende bi-polaire schil rondom V445 waargenomen en dat heeft dit fraaie filmpje opleverd:

[Lees meer...]

Switch to our mobile site