Hubble ziet hoe de zware exoplaneet PDS 70b aan het groeien is

Impressie van materie dat naar de planeet PDS 70b toevalt. Credits: NASA, ESA, STScI, Joseph Olmsted (STScI).

Het planetensysteem rondom de oranje dwergster PDS 70 is hier al vaker belicht in de Astroblogs. Er zijn al meer dan 4000 exoplaneten bekend, maar slechts een handjevol daarvan zijn direct gefotografeerd, 15 stuks om precies te zijn. Eén van die 15 is PDS 70b, een zware gasreus. PDS 70 staat slechts 370 lichtjaar van ons vandaan in de richting van het sterrenbeeld Centaurus en omdat PDS 70b zo groot is kan men ‘m zien met de Hubble ruimtetelescoop. Samen met een andere planeet bevindt PDS 70b zich in de omringende stof- en gasschijf rondom de ster en met een leeftijd van zo’n vijf miljoen jaar is hij erg jong. Hij heeft de massa van Jupiter.

Credits: Joseph DePasquale (STScI)

Een team van sterrenkundigen onder leiding van Yifan Zhou (University of Texas in Austin) heeft de planeet in ultraviolet licht met Hubble bekeken en daarmee kon men voor het eerst een inschatting maken van de snelheid waarmee de planeet groeit door de inval van materie vanuit de gas- en stofschijf rondom de ster (zie de foto hierboven). Men schat in dat als die snelheid komende miljoen jaar zo blijft de planeet met niet meer dan een duizendste van de massa van Jupiter zal groeien. Niet alleen de ster heeft zo’n schijf, de planeet PDS 70b heeft er vermoedelijk zelf ook eentje – de allereerste ontdekte circumplanetaire stofschijf – en via magnetische veldlijnen stroomt materiaal vanuit die schijf naar de planeet toe.

SPHERE-opname van de planeet PDS 70b, de vlek rechts naast de zwart gemaakte ster PDS 70. Credit: ESO/A. Müller et al.

PDS 70b staat net zo ver van z’n ster vandaan als Uranus van de zon staat. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan PDS 70b, verschenen in the Astronomical Journal in april. Bron: NASA.

Astrofysici starten discussie over naamgeving voor een verzameling van zwarte gaten

Hoe moet een groep zwarte gaten genoemd worden? Medio april organiseerde NASA voor het eerst in twee jaar weer de ‘Black Hole Week’. Er werd onder meer gediscusseerd over de naamgeving voor een groep zwarte gaten. Jocelyn Kelly Holley-Bockelmann, astrofysicus aan de Vanderbilt University nam daarop het initiatief om in het kader van deze vraag een crowdsourcing actie te starten via Twitter. Holley-Bockelman heeft zelf o.a. meegewerkt aan de LISA, de Laser Interferometer Space Antenna, voor detectie van botsingen tussen zwarte gaten. Holley-Bockelmann stelt in een interview met de NYT dat de vraag hoe een groep zwarte gaten genoemd moet worden, opgeworpen werd tijdens een van de zoomsessies in de Black Hole week. De sessie verliep vervolgens chaotisch, zo stelt ze, want iedere astrofysicus had wel een idee voor een naam, het ene voorstel nog fraaier dan de andere. En zo kwam er een stroom namen op gang, een greep hieruit, onvertaald is; ‘Maelstrom’, ‘Scream’, ‘Asterisk’ en ‘Enigma’. Holley-Bockelmann zou zelf graag zien dat er een naam komt voor een groep van zwarte gaten voordat met LISA de ‘grote jacht’ hierop geopend wordt, (LISA zal de zogeheten primordiale zwarte gaten gaan detecteren). Ze stelt: “De Internationale Astronomische Unie, die regels stelt voor de kosmische nomenclatuur heeft geen regels voor ‘collectieven’. dus het is aan de mensen om te beslissen. Haar persoonlijke voorkeur gaat naar ‘Disaster’, aangezien het woord ‘disaster’ (Ned. ‘catastrofe’) is geworteld in het Latijnse ‘astro’ (Ned. ster) – en in het Italiaanse woord ‘dis-astro’ (vert. Eng. ‘starry evil’ en in het Italiaans kan ‘dis-‘ een negatieve connotatie geven bv. ‘disgrazio = schande’).
Lees verder

Wellicht kan de Hubble spanning opgelost worden met FRB’s, quasars én botsende neutronensterren en zwarte gaten

Impressie van een botsing van een zwart gat met een neutronenster. Credit: Dana Berry/NASA

Aan de Hubble-spanning heb ik een heel dossier gewijd met welgeteld 43 artikelen die sinds 2016 op de Astroblogs over de verhitte discussie over de expansie van het heelal zijn verschenen, dus daar weten jullie alles van. Nou wordt er op alle fronten gewerkt aan een oplossing van de Hubble-spanning en drie nieuwe ontwikkelingen zag ik deze week verschijnen:

  • de eerste is dat ze zwaartekrachtgolven afkomstig van botsende neutronensterren en zwarte gaten willen gaan gebruiken om de expansiesnelheid van het heelal precies te bepalen. Zwaartekrachtgolven van botsende zwarte gaten zijn al vaak gedetecteerd met de LIGO- en Virgo-detectoren, maar het nadeel van twee botsende zwarte gaten is dat die altijd een ‘schone’ botsing opleveren, met alleen maar zwaartekrachtgolven en verder niets. Een botsing van een zwart gat met een neutronenster daartentegen is niet schoon, daar kán allerlei soorten electromagnetische straling bij vrij komen (zie de impressie hierboven). En daarmee kan je dan heel goed de afstand tot de twee botsende objecten inschatten, als je de roodverschuiving in die straling kan meten. Nu gebeurt de detectie van neutronensterren en zwarte gaten nog te weinig, maar sterrenkundigen hebben simulaties gemaakt en daaruit blijkt dat er tussen 2025 en 2030 naar schatting zo’n  3000 botsingen tussen zwarte gaten en neutronensterren kunnen worden gedetecteerd met de dan bestaande detectoren, waarvan er pakweg 100 straling zullen uitzenden. En die honderd kunnen dan informatie opleveren over de exacte expansiesnelheid van het heelal. Hier het vakartikel, waar ook sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam bij betrokken waren.
  • de tweede is dat ze een andere manier hebben bedacht om de expansiesnelheid van het heelal te meten (naast de gangbare methodes van het vroege heelal –  de fluctuaties in de kosmische microgolf-achtergrondstraling – en het huidige heelal – de Cepheïden en type Ia supernovae), namelijk de Fast Radio Bursts (FRB’s). Dat zijn zeer energierijke stoten van radiostraling, die zéér kort duren, enkele milliseconden. In een recent vakartikel wordt betoogd dat je FRB’s kunt hanteren als uitstekende indicator van de expansiesnelheid van het heelal als je z’n lokatie in het heelal kent, de positie aan de hemel én de zogeheten dispersie, de verbreding van het signaal in het spectrum. De auteurs denken dat als je van een paar honderd FRB’s die dispersie heel nauwkeurig kunt meten dat je dan een goede inschatting kan maken van de expansiesnelheid van het heelal (waarbij aangetekend dat een voorlopige analyse van zes FRB’s een Hubble constante van H0=62,5 Mpc/km/s opleverde, zelfs ónder de waarde van H0 van het vroege heelal).
  • de derde en laatste methode is dat ze quasars willen hanteren voor het bepalen van de expansiesnelheid van het heelal. Quasars zijn eigenlijk zeer actieve superzware zwarte gaten in de centra van ver verwijderde sterrenstelsels, zwarte gaten die zo actief en helder zijn dat ze de rest van het sterrenstelsel helemaal overstralen. Willen quasars bruikbaar zijn als afstandsindicator dan moeten we ze niet direct waarnemen, maar indirect, dat wil zeggen dat het licht van de quasar wordt vermeerderd tot meerdere beelden middels een tussen de quasar en de aarde staande zwaartekrachtlens, een sterrenstelsel of cluster van sterrenstelsels. In de afbeelding hieronder zie je een impressie van een quasar die we via zo’n zwaartekrachtlens zien:

    Credit: NASA/ESA/D. Player (STScI)

    Als dat licht van de ver verwijderde quasar dat lensstelsel passeert kan het zijn dat licht bijvoorbeeld aan de noordzijde er langer over doet om de aarde te bereiken dan licht aan de zuidzijde. Dat levert verschillende roodverschuivingen op, die in de praktijk erg lastig te meten te zijn. Maar een recente techniek, die ze de ‘intensity correlation speckles‘ noemen en die afkomstig is uit de optica, kan die verschillende roodverschuivingen wel meten en daarmee kunnen ze in de toekomst een betere inschatting maken van de expansiesnelheid van het heelal, aldus dit vakartikel.

Afijn, genoeg ontwikkelingen weer om tot een oplossing te komen voor de Hubble-spanning. Wordt vervolgd. Bron: voor de eerste methode Eurekalert, voor de tweede methode Astrobites en voor de derde methode Universe Today.

China lanceert kernmodule Tianhe voor het toekomstig ruimtestation

De kernmodule ‘Tianhe Core Module’ van het toekomstig Chinese ruimtestation is met een Lange Mars 5B-raket naar een aardebaan gelanceerd. Vannacht, op 29 april om 05:23 NL’se tijd, vertrok de module vanaf het Wenchang Spacecraft Launch Center op het eiland Hainan. De module is 18 meter lang en heet Tianhe ofwel ‘harmonie der hemelen’. Het is het eerste element van de constructie voor het ruimtestation, er zullen nog twee elementen bij worden gevoegd. Het station zal uiteindelijk een T-vorm krijgen en het doel is eind 2022 klaar te zijn met de bouw. Het ruimtestationprogramma van China heet voluit ‘Project 921 Tiangong Program’. De kernmodule Tianhe bevat een woon- en servicemodule, en een dockingpunt. Tianhe zal al vrij snel in de aankomende weken bezocht worden door een Chinees cargoschip en in juni zal er een driekoppige bemanning naar het station gaan. Lees verder

Apollo 11-piloot Michael Collins overleden

Astronaut Michael Collins, piloot van de Apollo 11 command0 module. Credits: NASA

Michael Collins, een van de drie astronauten die (op afstand) deelnam aan de historische bemande landing op de maan in 1969, is woensdag overleden. Zijn familie meldt dat Collins, die 90 jaar was, overleden is aan de gevolgen van kanker. Collins was juli 1969 de piloot van de commandomodule en, terwijl zijn collega’s Neil Armstrong en Buzz Aldrin op de Maan verbleven, bleef hij hierin achter en cirkelde 60 keer om de Maan – 28 uur lang – alvorens Armstrong en Aldrin weer aankoppelden aan de module. Hij wordt om die reden ook wel eens de “vergeten astronaut” genoemd. Van de Apollo 11 bemanning is alleen Edwin “Buzz” Aldrin (91) nog in leven. De eerste mens op de maan, Neil Armstrong, stierf in 2012.

Hieronder de verklaring die de NASA vandaag uitbracht.

Today the nation lost a true pioneer and lifelong advocate for exploration in astronaut Michael Collins. As pilot of the Apollo 11 command module – some called him ‘the loneliest man in history’ – while his colleagues walked on the Moon for the first time, he helped our nation achieve a defining milestone. He also distinguished himself in the Gemini Program and as an Air Force pilot.

“Michael remained a tireless promoter of space. ‘Exploration is not a choice, really, it’s an imperative,’ he said. Intensely thoughtful about his experience in orbit, he added, ‘What would be worth recording is what kind of civilization we Earthlings created and whether or not we ventured out into other parts of the galaxy.’

“His own signature accomplishments, his writings about his experiences, and his leadership of the National Air and Space Museum helped gain wide exposure for the work of all the men and women who have helped our nation push itself to greatness in aviation and space. There is no doubt he inspired a new generation of scientists, engineers, test pilots, and astronauts.

“NASA mourns the loss of this accomplished pilot and astronaut, a friend of all who seek to push the envelope of human potential. Whether his work was behind the scenes or on full view, his legacy will always be as one of the leaders who took America’s first steps into the cosmos. And his spirit will go with us as we venture toward farther horizons.

Bron: NASA

Nieuw in Nederland: De Bibliotheektelescoop

De bibliotheektelescoop. Credit: Anton Pannekoek Institute for Astronomy.

Vanaf 1 mei starten het Anton Pannekoek Instituut (API) en de Openbare Bibliotheek van Amsterdam (OBA) met de uitleen van de eerste Nederlandse Bibliotheektelescoop. De telescoop, een draagbare zogenaamde “dobson-telescoop” met een 11 cm spiegel, kan gratis worden geleend bij vestiging Oosterdok door leden van 18 jaar en ouder. De uitleenperiode is 3 weken, zodat er tussen de bewolkte nachten genoeg kans is om de telescoop ook te gebruiken. Bij de sterrenkijker zitten een zoom-lens, een handleiding en een lijst met astronomische objecten die de gebruiker kan bekijken, zelfs in lichtvervuild Amsterdam met een relatief kleine telescoop.

Het idee voor dit project is overgewaaid vanuit de Verenigde Staten, waar het Library Telescope Project ooit werd bedacht door amateurastronoom Marc Stowbridge. Intussen is in vrijwel iedere staat in Amerika minimaal één bibliotheek te vinden waar een telescoop te lenen is.

Initiatiefnemer Esther Hanko: “Ik las voor het eerst over het Library Telescope Project in 2014, in een tijdschrift voor amateurastronomen en heb het altijd zo’n fantastisch idee gevonden! Omdat we momenteel vanwege Corona geen sterrenkijkavonden kunnen organiseren bij het API, vond ik dit een mooi moment om een telescoop naar de mensen toe te brengen in plaats van andersom.
De sterrenkijker is door de Universiteit van Amsterdam op een paar punten aangepast en verduurzaamd maar is verder een vrij gangbare beginnerstelescoop van rond de 200 euro.

Reserveren is wel noodzakelijk, dit kan door een mail te sturen naar collectie@oba.nl onder vermelding van naam, telefoonnummer en OBA-pasnummer, en in het onderwerpveld ‘telescoop’. De OBA maakt hierna een afspraak voor de uitlening.
Alle documentatie is vrij beschikbaar op http://bibliotheektelescoop.nl (Nederlands, aangepast voor de Nederlandse situatie) of http://librarytelescope.org (brondocumentatie in het Engels) zodat eventueel geïnteresseerde sterrenwachten en bibliotheken in het hele land zelf ook kunnen starten met het uitlenen van een sterrenkijker. Het project van API en OBA zal in eerste instantie 6 maanden lopen, en daarna geëvalueerd worden. Als het project succesvol is, zal het verlengd worden, en uitgebreid worden met meer telescopen.

Nieuwe telescoop op ESO’s La Silla-sterrenwacht zal aarde helpen beschermen tegen gevaarlijke planetoïden

De Test-Bed Telescope 2 op ESO’s La Silla-sterrenwacht. Credit: I. Saviane/ESO

Als onderdeel van de wereldwijde inspanning om objecten in de buurt van de aarde op te sporen en te herkennen, is op de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili de Test-Bed Telescope 2 (TBT2) van het Europese ruimteagentschap ESA in gebruik genomen. Samen met zijn evenknie op het noordelijk halfrond zal de TBT2 de hemel nauwlettend afspeuren naar planetoïden die een bedreiging kunnen vormen voor onze planeet. Daarbij zullen hardware en software worden getest die voor een toekomstig netwerk van telescopen zijn bedoeld.

‘Om het risico van potentieel gevaarlijke objecten in het zonnestelsel te kunnen berekenen, moeten eerst weten hoeveel van deze objecten er zijn. Het TBT-project is een stap in die richting’, aldus Ivo Saviane, locatiemanager van de ESO-sterrenwacht op La Silla.

De buisconstructie van de Test-Bed Telescope 2 wordt in zijn koepel getakeld. Credit: P. Sinclaire/ESO.

Het project, dat een samenwerking is tussen de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) en het Europese ruimteagentschap ESA, ‘is een testopstelling om de capaciteiten te demonstreren die nodig zijn om objecten in de buurt van de aarde met een en hetzelfde telescoopsysteem te detecteren en te volgen’, zegt Clemens Heese, hoofd van de sectie optische technologieën van ESA, die leiding geeft aan dit project.

De 56-cm telescoop op de ESO-sterrenwacht op La Silla en TBT1, de identieke tegenhanger die op ESA’s grondstation in Cebreros in Spanje is gestationeerd, zullen fungeren als voorloper van het geplande ‘Flyeye’-telescoopnetwerk, een afzonderlijk project dat door ESA wordt ontwikkeld voor het opsporen en volgen van snel bewegende objecten aan de hemel. Dit toekomstige netwerk zal volledig autonoom werken: de waarnemingen worden aangestuurd door software, die dagelijks verslag doet van de posities en andere eigenschappen van de gedetecteerde objecten. Het TBT-project is bedoeld om te laten zien dat de soft- en hardware aan de verwachtingen voldoen.

‘De start van de waarnemingen van de TBT2 op La Silla zal het waarnemingssysteem in staat stellen om in zijn beoogde configuratie met twee telescopen te werken, waarmee aan de doelstellingen van het project is voldaan’, zegt Heese.

De ligging van de Test-Bed Telescope 2 op La Silla. Credit: I. Saviane/ESO.

Hoewel ernstige inslagen van planetoïden op aarde uiterst zeldzaam zijn, zijn ze ook weer niet ondenkbaar. Al miljarden jaren staat onze planeet bloot aan een bombardement van grote en kleine planetoïden. De explosie van een kleine planetoïde boven de stad Tsjeljabinsk in 2013, waarbij ongeveer 1600 mensen gewond raakten (merendeels als gevolg van rondvliegende splinters en glasscherven), heeft ons weer eens herinnerd aan de dreiging die van zulke ‘aardscherende’ objecten uitgaat. Grote planetoïden kunnen veel meer schade aanrichten, maar laten zich gelukkig gemakkelijker opsporen en de banen van alle bekende grote exemplaren zijn al goed bekend. Maar vermoed wordt dat er nog grote aantallen kleinere, onontdekte objecten bestaan die we nog niet hebben opgemerkt en die ernstige schade kunnen aanrichten als ze een bevolkt gebied treffen.

Dat is waar de TBT en het toekomstige geplande netwerk van Flyeye-telescopen voor gaan dienen. Zodra het netwerk volledig operationeel is, kan het de nachthemel afspeuren om snel bewegende objecten te volgen. Daarmee wordt Europa’s vermogen om potentieel gevaarlijke objecten die de aarde dicht kunnen naderen op te sporen aanzienlijk vergroot.

TBT maakt deel uit van een bestaand groot internationaal samenwerkingsverband tussen organisaties dat erop is gericht om een completer beeld te krijgen van deze objecten en de mogelijke risico’s die ze opleveren. Dit project bouwt voort op ESO’s eerdere betrokkenheid bij de bescherming van de aarde tegen potentieel gevaarlijke objecten. Zowel ESO als ESA zijn actief in het door de Verenigde Naties goedgekeurde International Asteroid Warning Network, en veel waarnemingen van deze objecten zijn met ESO-telescopen gedaan. ESO’s New Technology Telescope op La Silla is bijvoorbeeld ingezet voor waarnemingen van kleine planetoïden ter ondersteuning van het Europese NEOShield-2-project.

De lopende samenwerking tussen ESO en ESA is met name van belang bij het onderzoek van Near-Earth Objects oftewel ‘aardscheerders’. Hoewel de TBT het eerste telescoopproject is dat tot stand is gekomen in het kader van een samenwerkingsovereenkomst tussen beide organisaties, helpt ESO ESA al sinds 2014 bij het volgen van potentieel gevaarlijke objecten, door de Very Large Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal in te zetten voor het waarnemen van zeer zwakke objecten. Deze gezamenlijke inspanningen betekenen een belangrijke stap voorwaarts voor de wereldwijde zoektocht naar planetoïden, en hebben hun nut al bewezen bij het kunnen uitsluiten van mogelijke botsingen tussen planetoïden en de aarde.

De installatie en het in bedrijf stellen van de TBT2 op La Silla werden gerealiseerd onder strikte gezondheids- en veiligheidsvoorwaarden. De ESO-sterrenwachten zijn vorig jaar tijdelijk stilgelegd vanwege de corona-pandemie, maar hebben hun wetenschappelijke waarnemingen inmiddels hervat, rekening houdend met de veiligheid en gezondheid van iedereen ter plaatse. Bron: ESO.

Blue Origin gaat in beroep tegen de keuze van NASA voor SpaceX voor de maanlandingen

Jeff Bezos bij de maanlander van Blue Origin, Blue Moon. Credit: Dave Mosher.

Blue Origin van Amazon-baas en miljardair Jeff Bezos heeft laten weten dat het in beroep gaat tegen de keuze van de NASA om het ‘human landing system’ (HLS) te laten bouwen door SpaceX van Elon Musk. Samen met Dynetics was Blue Origin één van de kandidaten die afvielen. In een verklaring zegt Blue Origin dat ‘de NASA een gebrekkige acquisitie heeft uitgevoerd voor het Human Landing System-programma en dat het op het laatste moment de doelpalen heeft verplaatst.’ Volgens de commerciële ruimtevaartorganisatie brengt de NASA met de keuze voor SpaceX, waar een budget van $2,9 miljard aan hangt, het doel in gevaar om in 2024 een bemande missie naar de maan te doen, welke twee mensen op de maan moet brengen, waaronder de eerste vrouw op de maan. Het beroep van Blue Origin is ingediend bij de Government Accountability Office (GAO), dat hoort bij het Amerikaanse congres. De maanlander van SpaceX wordt een variant van Starship, waar SpaceX momenteel druk mee bezig geweest om te testen. Bij die testen gaat heel veel mis, aldus Blue Origin, dat zelf gelieerd is aan Lockheed Martin, Northrop Grumman en Draper. Ze hadden liever gezien dat de NASA twee bedrijven had aangewezen om de maanlander te bouwen. De keuze van slechts één bouwer zorgt er voor dat er een backup mist in het geval er iets mis gaat met die bouwer, aldus Blue Origin. Ook vinden ze dat de keuze voor SpaceX een soort van monopolie creeërt voor alle toekomstige NASA-verkenningsmissies omdat er geen doorlopende programma’s voor toegang tot de maan zouden zijn, behalve dan de gekozen SpaceX-oplossing. Blue Origin heeft de GAO gevraagd om NASA onder druk te zetten om zijn beslissing te herroepen en om opnieuw in gesprek te gaan met alle kandidaat-bouwers van maanlandingssystemen. Bron: Phys.org.

Gevlekte koperen ploert!!

een hele kudde zonnevlekken!!

En hoe!!! Het zonnevlekkenminimum heeft lang (langer dan normaal??) geduurd….maar daar lijkt nu dan toch echt een definitief eind aan gekomen te zijn?? Als je deze hele kudde aan zonnevlekken zo aanschouwt zou je denken van wel.  Het is (voor mij) langgeleden dat ik zo’n fraai schouwspel op “onze” Zon heb gezien! Deze groepering deed me wat vorm op dit moment betreft zelfs een beetje denken aan het  W-vorminge markante sterrenbeeld Cassiopeia!

Voordat ik het hele zooitje op de foto nam heb ik haar eerst uitgebreid visueel geobserveerd en als je maar lang genoeg wacht op die paar korte momenten van stabiele lucht dan kan je allerlei mooie details zien zoals de de vorm van de Umbra (zonnevlekkern), penumbra (het iets lichtere gebied rondom de Umbra), zogenaamde “lichtbruggen” (heldere streepvormige structuren in de Umbra) en de granulatie (het continu “kokende”..”zonne-oppervlak”).

Al deze verschijnselen vallen onder het zogenaamde wit licht regime. Als je ook zonnevlammen (van die mooie spectaculaire uitbarstingen) en zo wilt waarnemen dan heb je een speciale zogenaamde H-alpha telescoop nodig. Wat ook kan is je “gewone wit licht telescoop” middels speciale inbouwfilterset geschikt maken voor het waarnemen in het licht van H-apha. Hoe je het ook doet,  een H-alpha telescoop is een pittig geprijst stuk astro-speelgoed,  die uitgerust is met een best wel gecompliceerd en delicaat filtersysteem die al het zonlicht tegenhoudt behalve dat ene hele smalle gebiedje rond 656.3 Nanometer  in het rode licht gebied van waterstof in het zonnespectrum. Heel mooi speelgoed die hele spectaculaire zonnedingen laat zien….maar een veel duurdere en ingewikkelder tak van zonnewaarneemsport dan gewone simpele wit licht zonnewaarnemingen.

Het goed kunnen waarnemen van zonnedetails is iets wat met je telescoop, al badend in de warme middagzonnestralen, trouwens best wel “een moeilijk dingetje” is. Formeel gezien is de beste tijd voor het goed kunnen waarnemen van zonnedetails ergens vroeg in de ochtend wanneer de zon nog niet de kans heeft gehad om de waarneemplek en omgeving op te warmen. Daar staat dan weer tegenover dat de zon zo vroeg op de dag laag boven de horizon staat en dat is ook weer niet zo best voor het waarnemen van details. Nou ja…..wil je er “echt voor gaan” dan vergt ook het waarnemen van de zon het nodige aan kunst en vliegwerk. Wie heeft ooit gezegd dat sterrenkunde een makkelijke bezigheid is???

Oh ja….net zoals iedereen die ook maar iets schrijft over het waarnemen van de zon, ga ook ik weer waarschuwen voor de gevaren van het waarnenem van de zon. Van alle takken van de astronomische waarneemsporten is het waarnemen van de zon één van de gevaarlijkste.

Het staat en valt bij deze tak van sport met goede echte zonnefilters om de menselijk oog te beschermen tegen het felle zonlicht. Richt NOOIT een verrekijker/telescoop zomaar onbeschermd op de zon….en als je telescoop hebt staan van het type “speelgoedwinkel” maak dan NOOIT gebruik van die vaak erbij geleverde zogenaamde “oculairzonnefilters”. Dit zijn van die kleine inschroeffiltertjes van donker glas die je aan de telescoopkant van het oculair in het oculair kunt schroeven. Op de plek waar die filters ingeschroefd kunnen worden bevind zich ook, nadat je het oculair in je telescoop hebt geplaatst, het brandpunt van telescooplens/spiegel. Als je ooit met een “brandglas” gespeeld hebt dan weet je gestoord loeierheet het op die plek kan worden…..inschroefzonnefilters gaan uiteindelijk ALTIJD stuk en dat kost je heel fijn een oog…NOOIT gebruiken!!

Professionele objectieffilters (filters die je over “lichtingang” van de telescoop plaatst) are the ONLY SAFE WAY to go. Je hebt ze in twee smaken…..van die hele dunne mylar achtige folie en van optisch vlak glas. Beide bieden dezelfde gegarandeerde veiligheid. De glasfilters zijn in principe iets minder kwetsbaar dan de foliefilters, maar wel een (flink) stukkie duurder. Een glas objectieffilter koop je kant en klaar….voor  foliefiltermateriaal moet je (even) zelf een deugdelijke filterhouder in elkaar knutselen.

De standaard foliefiltervellen zijn groot genoeg voor telescoopdiameters tot zo’n 25cm en kosten een eurotje of 20. Als je een foliefilterhouder maakt moet je er vooral op letten dat je het folie LOSJES op de houder bevestigt (met plakband o.i.d.)….Er moet voor een goede beeldkwaliteit vooral geen spanning op het filter staan…lekker lichtkens laten “wapperen”!!!

Je hebt voor het leuk kunnen waarnemen van de zon geen dikke telescoop nodig…..een kleine tot middelgrote (van 6 tot 15 cm) refractor of (beter nog….maar da’s mijn persoonlijke mening) een kleine tot middelgrote langfocus  10 tot 20cm (zogenaamde planetaire)Newtontelescoop….in mijn geval is dat mijn nieuwbakken 15cm F8 Newton.

Zonnevlekken zijn dynamische verschijnselen aan het “zonne-oppervlak”…Het zijn, even kort door de bocht omschreven, gebieden van verhoogde magnetische aktiviteit waarbij de lokale temperatuur vanwege die verhoogde magnetische aktiviteit ietsje lager is dan de omgeving. Vanwege dit geringe (een graadje of 500) temperatuurverschil steekt een zonnevlek “zwart” af tegen de rest van het “zonneoppervlak”. Zou je echter een enkel zonnevlekje “van de zon afplukken” en aan de nachthemel plaatsen, dan zou dat ene kleine k.tvlekkie net zo helder schijnen als de volle maan. Om alles maar even in het juiste perspectief geplaatst te hebben!!

Zogezegd…zonnevlekken zijn heel dynamische verschijnselen en dat maakt het observeren van zonnevlekken zo’n spannende bezigheid…..je ziet ze nog net niet letterlijk voor je ogen van vorm veranderen, maar veel scheelt het niet….Elke dag een zonnekijkje nemen laat zeker duidelijk zichtbare veranderingen zien….en…met dank aan de zonne-rotatie kan je een kudde zonnevlekken ook nog eens in twee weken van zonnerand naar zonnerand zien wandelen.

Na het visuele feestje toch ook nog maar als aandenken een plaatje geschoten. Daar kan je een speciale astrofoto-variant van foliefilter voor gebruiken…maar die is danweer niet echt geschikt voor het visuele werk….laat hiervoor net effe iets te veel licht door. Voor fanatieke zonnefotografen ideaal maar niet voor de zo nu en dan plaatjesschieters zoals uw nedrig scribent.

Maar goed…..oculairtje weg…Canon 1000D in het primaire brandpunt geplaatst en even snel een korte overzichtsopname geschoten. Als het je gaat om het echte betere detailwerk dan geldt voor de zon hetzelfde als voor maan en planeetfotografie……heel veel plaatjes schieten met een (ouderwetschen) gemodificeerde webcam of met een hedendaagse specialistische “planetcam”….en dan vervolgens die dikke 2000 plaatjes door een stackprogramma zoals Registax of autostackert halen om de luchtonrust te verslaan.

Dat laatste is mij uiteraard niet gelukt met die ene opname…maarre…..dat was dan ook niet bedoeling….wilde alleen maar slechts mijn blijdschap delen vanwege het heuglijken feit dat “ze weer terug is” en ik zou zo zeggen….ga ook eens zo nu en dan een (VEILIG) “zonnetje schieten”….dazzzzz leuk!!!

 

Ingenuity heeft z’n derde vlucht gehad – het begint al normaal te worden

Ingenuity gefotografeerd door de linker navigatiecamera van Perseverance tijdens z’n derde vlucht. Credit: NASA/JPL

NASA’s mini-helikopter Ingenuity heeft zondag 25 april z’n derde vlucht op Mars gemaakt. Die heeft ‘m nog verder gebracht dan wat hij de eerste twee afstanden wist te overbruggen en z’n snelheid, die nu maximaal 2 meter per seconde was, die was ook hoger dan bij de eerdere vluchten. De afstand die Ingenuity aflegde was 50 meter en de vlucht duurde 80 seconden. Door de Perseverance Marsrover werd die vlucht met de Mastcam-Z imager vanuit de Van Zyl Overlook volledig gefilmd, maar die film moet nog naar de aarde worden gezonden. Bij de derde vlucht wist de Ingenuity deze kleurenfoto te maken.

Credit: NASA/JPL.

Bij deze derde vlucht werd met name het autonome navigatiesysteem van Ingenuity getest. Dat systeem moet kunnen zien waar de helikopter zich bevindt aan de hand van beelden die hij tijdens de vlucht maakt en gegevens van het landschap, die vantevoren zijn gegeven. De vraag is of Ingenuity die navigatie nog goed kan doen als hij (te) snel beweegt en de beelden van kenmerken in het landschap niet door door het algoritme van de boordcomputer kunnen worden herkend. Hieronder kort al wat videobeelden, de integrale video van de hele vlucht moet nog volgen. Over een aantal dagen willen ze de vierde vlucht gaan doen.

Bron: NASA.