Sterrenkundigen jagen op ‘hiërarchische’ zwarte gaten – één kandidaat is er al

Credit: Riccardo Buscicchio

De laatste catalogus van zwaartekrachtgolven gedetecteerd met LIGO en Virgo bevat maar liefst 47 zwaartekrachtgolven, die bijna allemaal veroorzaakt zijn door botsende zwarte gaten, die samensmelten en een nieuw zwart gat vormen. De grote vraag is nu: zou één van die zwarte gaten, die botste met een ander zwart gat, zelf ook ontstaan zijn door een eerdere botsing van twee zwarte gaten? Als dat inderdaad het geval zou zijn dan zou dat het bestaan betekenen van ‘hiërarchische’ zwarte gaten, zwarte gaten die ontstaan door botsing van zwarte gaten, die zelf ook weer door zo’n botsing zijn ontstaan. Twee sterrenkundigen van de Universiteit van Birmingham (VK) en Northwestern Universiteit (VS) zijn nu aan het rekenen geslagen over hoe zo’n hiërarchisch zwart gat zich zou verraden in de signalen van een zwaartekrachtgolf, die de aarde passeert en die wordt gedetecteerd met instrumenten zoals LIGO en Virgo. Davide Gerosa en z’n partner Maya Fishbach denken dat hiërarchische zwarte gaten zich onderscheiden van ‘eerste generatie’ zwarte gaten door hun grotere massa en ongewone spin, die het gevolg zijn van hun ontstaansgeschiedenis als product van een eerdere samensmelting.

Links: eerste generatie zwarte gaten die samensmelten, rechts tweede generatie zwarte gaten die een hiërarchisch zwart gat vormen. Credit: Gerosa et al.

Ook denken ze dergelijke zwarte gaten vooral aan te kunnen treffen in gebieden waar veel zwarte gaten voorkomen, zoals in dichtbevolkte ‘nucleaire’ sterclusters, die zich in de centra van sterrenstelsels bevinden. Eén kandidaat voor zo’n hiërarchisch zwart gat is er al: GW190521, de zwaartekrachtgolf die in 2019 werd ontdekt en die het product was van de botsing van de zwaarste zwarte gaten tot nu toe gedetecteerd. Hier het vakartikel over de hiërarchische zwarte gaten, op 26 juli verschenen in Nature Astronomy. Bron: Science Daily.

Hawking’s zwart gat theorema voor het eerst observationeel bevestigd

Impressie van twee zwarte gaten die samensmelten. Credit: Simulating eXtreme Spacetimes (SXS) project. Courtesy of LIGO

In 1971 kwam Stephen Hawking in dit artikel met zijn theorema van zwarte gaten, drie jaar voordat hij verdampende zwarte gaten opperde (dat laatste is feitelijk een gevolgtrekking van z’n theorema). Het theorema, dat ook wel bekend staat als de tweede wet van de zwarte gaten mechanica, stelt dat het oppervlak van de waarnemingshorizon van zwarte gaten met het verstrijken van de tijd niet kleiner kan worden. En nu, precies vijftig jaar na dato, komen wetenschappers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) met de eerste waarneming en bevestiging van Hawking’s theorema. Maximiliano Isi en z’n team keken daarvoor naar de zwaartekrachtgolven van GW150914, welke in 2015 werden waargenomen door de LIGO detectoren in de VS. Die zwaartekrachtgolven – rimpels in de ruimtetijd – werden veroorzaakt door de botsing en samensmelting van twee zware zwarte gaten. Volgens het theorema zou het zwarte gat dat door de botsing ontstond een waarnemingshorizon moeten hebben die niet kleiner is dan het totale oppervlak van de waarnemingshorizonnen van de twee zwarte gaten die botsten. Met een zekerheid van 95% kon men inderdaad vaststellen dat het oppervlak van de waarnemingshorizon van het gevormde zwart gat niet kleiner was dan dat van de twee afzonderlijke opppervlaktes van de waarnemingshorizonnen.

Zwaartekrachtgolf GW150914 . Credit: B. P. Abbott et al. (LIGO Scientific Collaboration and Virgo Collaboration)

Om dat te kunnen doen pasten Isi en z’n team een nieuwe techniek toe, waarmee het signaal van de zwaartekrachtgolf op z’n piekmoment kan worden ontrafeld  in specifieke tonen of frekwenties – hierboven zie je dat signaal. Daarmee was men in staat de massa en spin van de zwarte gaten te bepalen en daarmee kan weer de oppervlakte van de waarnemingshorizon worden vastgesteld. In het geval van het signaal van GW150914 was men in staat om het zowel vóór het piekmoment te doen, toen er nog twee afzonderlijke zwarte gaten waren, als ná het piekmoment, toen er nog maar één nieuw zwart gat was. De totale oppervlakte van de waarnemingshorizon van de twee zwarte gaten voor de samensmelting bleek 235.000 km² te zijn, dat van het nieuwe, pas gevormde zwarte gat was 367.000 km². Hier het vakartikel van Isi et al over de waarnemingen aan GW150914 en de bevestiging van Hawking’s theorema, verschenen in Physical Review Letters. Bron: MIT.

Van inbraakalarm tot zwarte gaten detector

Vorig jaar beschreef RUG-natuurkundige Anupam Mazumdar samen met collega’s uit het Verenigd Koninkrijk een experiment dat zou kunnen aantonen of zwaartekracht een kwantumfenomeen is. Dit experiment bestaat uit twee relatief grote verstrengelde kwantumsystemen in vrije val. In een nieuw artikel dat op 4 juni is gepubliceerd in Physical Review Research beschrijven de onderzoekers hoe twee soorten ruis in het experiment zijn te verminderen. Ze laten ook zien dat kwantum interferentie te gebruiken is om een gevoelig instrument te bouwen dat de beweging van objecten van vlinders via inbrekers tot zwarte gaten kan detecteren.

Anupam Mazumdar. Credit: RUG.

Is zwaartekracht een kwantumfenomeen? Dat is een van de grote open vragen in de natuurkunde. Vorig jaar heeft Anupam Mazumdar, hoogleraar Theoretische Natuurkunde aan de RUG, samen met collega’s een experiment bedacht dat deze vraag kan beantwoorden. Centraal daarin staat een piepkleine diamant, slechts een paar nanometer groot, waarin een van de koolstofatomen is vervangen door stikstof. Volgens de kwantumtheorie kan een extra elektron in dit atoom de energie van een foton uit een laser wel of niet absorberen.

Diamant

Absorptie van de energie zou de spin van het elektron, een magnetisch moment dat de waarden ‘op’ en ‘neer’ kan hebben, veranderen. ‘Net als de beroemde kat van Schrödinger, die tegelijk dood en levend is, heeft het elektron de energie van het foton wel en niet geabsorbeerd, waardoor de spin zowel op als neer is’, legt Mazumdar uit. Dit zorgt voor een zogeheten superpositie van de diamant. Met behulp van een magnetisch veld is het mogelijk deze twee kwantumtoestanden te scheiden. Wanneer ze weer bij elkaar worden gebracht door het magneetveld uit te schakelen zal er een interferentiepatroon ontstaan.

De diamant is klein genoeg om in superpositie te zijn, maar groot genoeg om de invloed van de zwaartekracht te voelen. Wanneer twee van deze diamanten naast elkaar worden geplaatst in vrije val verloopt de enige invloed die ze op elkaar hebben via de zwaartekracht die ze op elkaar uitoefenen Het experiment is ontwikkeld om te testen of zwaartekracht een kwantumfenomeen is. Simpel gezegd: aangezien verstrengeling een kwantumfenomeen is, zou de verstrengeling van twee objecten die alleen een interactie via zwaartekracht hebben bewijzen dat de zwaartekracht inderdaad een kwantumfenomeen is.

Botsing

Maar elke bewegende massa zal een effect hebben op dit zeer gevoelige kwantumsysteem. In de nieuwe publicatie beschrijven Mazumdar en collega’s hoe die verstoringen zijn te minimaliseren. En ze laten zien dat het systeem ook te gebruiken is als sensor voor bewegende massa’s. De eerste bron van ruis in het experiment is de botsing van gas met de capsule die het experiment bevat tijdens de vrije val. Zelfs een botsing met fotonen kan een verstoring veroorzaken. ‘Onze berekeningen laten zien dat deze effecten zijn terug te dringen door de capsule in een tweede, grotere capsule te plaatsen, met een gecontroleerd milieu’, legt Mazumdar uit. De ruis is miminaal wanneer in die tweede container de druk 10-6 Pascal is, zelfs bij kamertemperatuur. In de capsule met het experiment zijn extremere condities nodig. De onderzoekers schatten dat de druk daar 10-15 Pascal moet zijn, bij een temperatuur van ongeveer 1 Kelvin. Dat is met de huidige stand van de techniek niet haalbaar, maar Mazumdar denkt dat het binnen twintig jaar wel mogelijk moet zijn.

Schema van het experiment. Een stroom deeltjes wordt gesplitst (onder) in twee stromen, en vervolgens gerecombineerd zodat een interferentiepatroon ontstaat (boven). | Illustratie Anupam Mazumdar

Ruimtepuin

Bewegende objecten in de buurt van het experiment, zelfs zo klein als een vlinder, vormen een tweede bron van ruis. Berekeningen laten zien dat deze ruis is te minimaliseren door dit soort objecten weg te houden van het experiment. Mensen moeten minimaal twee meter afstand houden, voor auto’s is dat tien meter. Vliegtuigen mogen niet dichter dan zestig meter van het experiment komen. Dat lijkt allemaal vrij eenvoudig uit te voeren.

Wanneer het experiment eenmaal werkt is er nog meer mee te doen dan het onderzoeken van de vraag of zwaartekracht een kwantumfenomeen is, stelt Mazumdar. ‘Je kunt het in een ruimteschip plaatsen, waar het voortdurend in vrije val is. Dan kun je er ruimtepuin mee zien aankomen. Door verschillende systemen tegelijk te gebruiken is het zelfs mogelijk de baan van dat puin te berekenen.’ Een andere optie is om zo’n meetsysteem in de Kuipergordel te plaatsen, waar het de beweging van ons zonnestelsel door de ruimte kan meten. ‘En het zou zwarte gaten in de buurt van het zonnestelsel kunnen vinden.’

Op aarde zou het kwantumsysteem in staat zijn om tektonische verschuivingen in de bodem te meten en zo misschien aardbevingen te zien aankomen. En aangezien het systeem gevoelig is voor iedere vorm van beweging in de buurt ervan, zou het een ideale – wel wat complexe – bewegingssensor voor een inbraakalarm zijn. Maar de komende decennia ligt de focus van Mazumdar en zijn collega’s op het onderzoeken van de vraag of zwaartekracht een kwantumfenomeen is.

Vakartikel

Marko Toroš, Thomas W. van de Kamp, Ryan J. Marshman, M. S. Kim, Anupam Mazumdar, and Sougato Bose: Relative acceleration noise mitigation for nanocrystal matter-wave interferometry: Applications to entangling masses via quantum gravity. Phys. Rev. Research, 4 juni 2021

Bron: Rijksuniversiteit van Groningen.

Zetelt er in het centrum van de Melkweg mogelijk een klomp donkere materie in plaats van een zwart gat?

In het centrum van de Melkweg zetelt het superzwarte zwarte gat Sagittarius A*, in het bezit van zo een 4 miljoen zonsmassa’s. Astronomen van het International Centre for Relativistic Astrophysics (ICRA, La Sapienza) in Rome hebben recent onderzoek gedaan naar de aard van het zwarte gat. Sgr A* kan niet direct waargenomen worden maar wordt afgeleid van de bewegingen van de sterren die eromheen dwalen. Misschien is een zwart gat niet de enige kandidaat om in het centrum van de Melkweg te zitten, zo opperde het team. Twijfels hierover bestaan al langer, met name gezaaid door het onderzoek aan de G2-gaswolk. Het team voerde computersimulaties uit waarin het ‘zwarte gat-model’ vervangen werd door een klomp donkere materie. Donkere materie is een veronderstelde materie in het heelal (27% van de totale materie/energie-inhoud van het heelal), die niet interageert met EM-straling en dus lastig te detecteren is met optische middelen. Niet zichtbaar, maar de zwaartekracht die wordt veroorzaakt door DM houdt wel de melkwegstelsels en clusters van melkwegstelsels bij elkaar. Een theorie voor de identiteit van DM suggereert dat het is gemaakt van hypothetische deeltjes genaamd ‘darkino’s’. Het ICRA-team ontdekte dat als DM hieruit zou bestaan, het in sommige gevallen nauwkeuriger een reeks waarnemingen in het Melkweg-centrum zou kunnen verklaren, beter dan het zwarte gat. Het wetenschappelijk paper van het team met als eerste auteur Edoardo Becerra-Vergara is op 20 mei j.l. gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society Letters.

Sagittarius A met Sgr A* Credits; NASA/UMass/D.Wang et al., IR: NASA/STScI

Sgr A* in het centrum van de Melkweg bevindt zich in de samengestelde radiobron Sagittarius A op zo een 25.800 lichtjaar afstand van de Zon. De bron werd Sgr A* genoemd om het te onderscheiden van andere componenten van Sgr A. Sgr A* kan niet direct waargenomen worden maar wordt afgeleid van de bewegingen van de sterren die eromheen dwalen. En misschien is het zwarte gat niet de enige kandidaat om in het centrum van de Melkweg te zetelen. De twijfels werden zeven jaar geleden gezaaid. Een gaswolk, G2, bleek in een baan om Sgr A* te cirkelen, en deze zou begin 2014 gevaarlijk dicht langs het object zou gaan. Astronomen keken vol verwachting toe – en als Sgr A* een superzwaar zwart gat was zoals verwacht, dan zou G2 aan flarden worden verscheurd. Verrassend genoeg overleefde G2 de nadering zonder problemen. Astronomen noemden het een ‘lack of fireworks’ en het leidde tot speculatie dat G2 i.p.v. een gaswolk, een opgeblazen, ‘puffy’, ster zou zijn, met voldoende zwaartekracht om zijn vorm te behouden. De aard van G2 trok ICRA niet in twijfel, maar wel die van Sgr A*. Het team simuleerde het centrum van de Melkweg, als bestaande uit een klomp DM. Deze DM zou bestaan uit darkino’s, neutrale ultralichte deeltjes die behoren tot een groep die fermionen wordt genoemd. Deze darkino’s klonteren in het centrum van de Melkweg en spreiden zich uit in een meer diffuse wolk. Een belangrijk kenmerk van fermionen (i.t.t. bosonen) is dat slechts één van hen tegelijkertijd een bepaalde kwantumtoestand in een bepaalde ruimte kan innemen, wat beperkt hoe dicht ze samen kunnen worden verpakt. Als zodanig is de kern van deze ‘klomp’ een veel minder extreme omgeving dan een superzwaar zwart gat, waardoor G2 ongedeerd heeft kunnen passeren. (M.a.w. als DM bestaat uit darkino’s, en het zijn fermionen, dan zouden deze DM-deeltjes zich slechts tot op zekere hoogte in de kern van een melkwegstelsel concentreren. I.p.v. een superzwaar zwart gat, met een scherp gedefinieerde rand aan de waarnemingshorizon, is er een gigantische bal van dicht opeengepakte darkino’s.)  Maar dat is niet de enige observatie dat het model past. Het team ontdekte ook dat als darkino’s een massa van ongeveer 56 keV hadden, de simulatie nauwkeurig de bewegingen voorspelde van een cluster van nabije sterren genaamd de S-sterren, evenals de rotatiecurve van de buitenste halo van de Melkweg. Al met al is het mysterie nog niet opgelost, en blijft een superzwaar zwart gat de meest waarschijnlijke kandidaat op die positie in de Melkweg, daar het de waargenomen fysische fenomenen op een relatief eenvoudige manier verklaart. Bovendien ziet men zwarte gaten in het centrum van de meeste andere sterrenstelsels. Het team stelt dat verder onderzoek nodig is om hier meer licht op te werpen. Bronnen: LiveScience, EarthSky, New Atlas, ESO

 

Astrofysici starten discussie over naamgeving voor een verzameling van zwarte gaten

Hoe moet een groep zwarte gaten genoemd worden? Medio april organiseerde NASA voor het eerst in twee jaar weer de ‘Black Hole Week’. Er werd onder meer gediscusseerd over de naamgeving voor een groep zwarte gaten. Jocelyn Kelly Holley-Bockelmann, astrofysicus aan de Vanderbilt University nam daarop het initiatief om in het kader van deze vraag een crowdsourcing actie te starten via Twitter. Holley-Bockelman heeft zelf o.a. meegewerkt aan de LISA, de Laser Interferometer Space Antenna, voor detectie van botsingen tussen zwarte gaten. Holley-Bockelmann stelt in een interview met de NYT dat de vraag hoe een groep zwarte gaten genoemd moet worden, opgeworpen werd tijdens een van de zoomsessies in de Black Hole week. De sessie verliep vervolgens chaotisch, zo stelt ze, want iedere astrofysicus had wel een idee voor een naam, het ene voorstel nog fraaier dan de andere. En zo kwam er een stroom namen op gang, een greep hieruit, onvertaald is; ‘Maelstrom’, ‘Scream’, ‘Asterisk’ en ‘Enigma’. Holley-Bockelmann zou zelf graag zien dat er een naam komt voor een groep van zwarte gaten voordat met LISA de ‘grote jacht’ hierop geopend wordt, (LISA zal de zogeheten primordiale zwarte gaten gaan detecteren). Ze stelt: “De Internationale Astronomische Unie, die regels stelt voor de kosmische nomenclatuur heeft geen regels voor ‘collectieven’. dus het is aan de mensen om te beslissen. Haar persoonlijke voorkeur gaat naar ‘Disaster’, aangezien het woord ‘disaster’ (Ned. ‘catastrofe’) is geworteld in het Latijnse ‘astro’ (Ned. ster) – en in het Italiaanse woord ‘dis-astro’ (vert. Eng. ‘starry evil’ en in het Italiaans kan ‘dis-‘ een negatieve connotatie geven bv. ‘disgrazio = schande’).
Lees verder

Astronomen publiceren kaart met 25.000 superzware zwarte gaten

Hemelkaart met 25.000 superzware zwarte gaten. Elke witte stip is een superzwaar zwart gat in een eigen sterrenstelsel. (c) LOFAR/LOL-survey

Een internationaal team van astronomen heeft een hemelkaart gepubliceerd met daarop meer dan 25.000 superzware zwarte gaten. De kaart, gepubliceerd in het vakblad Astronomy & Astrophysics, is de scherpste hemelkaart op het gebied van de zogeheten lage radiofrequenties. De sterrenkundigen, onder wie veel Nederlanders, gebruikten 52 stations met LOFAR-antennes verspreid over negen Europese landen.

Voor een ongeoefend oog lijkt de hemelkaart duizenden sterren te bevatten, maar het zijn in werkelijkheid superzware zwarte gaten. Elk zwart gat bevindt zich in een ander, verafgelegen sterrenstelsel. De radiostraling wordt uitgezonden door materie die is weggeslingerd toen het dicht in de buurt van het zwarte gat kwam.

Onderzoeksleider Francesco de Gasperin (voorheen Universiteit Leiden, nu Universität Hamburg, Duitsland) zegt over het onderzoek: “Dit is het resultaat van vele jaren werk aan ongelooflijk moeilijke gegevens. We hebben nieuwe methoden moeten uitvinden om de radiosignalen om te zetten in beelden van de hemel.”

Negatieve versie van de hemelkaart met 25.000 superzware zwarte gaten. De zwarte gaten zijn op deze afbeelding ook echt zwart. (c) LOFAR/LOL-survey

Waarnemingen bij lange radiogolflengten zijn een uitdaging. Dat komt doordat de aarde omgeven is door de ionosfeer. Deze laag vrije elektronen werkt als een troebele lens die voortdurend over de radiotelescoop beweegt. Medeauteur Reinout van Weeren (Universiteit Leiden) legt uit: “Het is vergelijkbaar met wanneer je de wereld probeert te zien terwijl je ondergedompeld bent in een zwembad. Als je naar boven kijkt, buigen de golven op het water van het zwembad de lichtstralen af en vervormen ze het zicht.”

De nieuwe kaart is gemaakt door het combineren van 256 uur aan waarnemingen van de noordelijke hemel. De onderzoekers hebben supercomputers met nieuwe algoritmen ingezet die het effect van de ionosfeer elke vier seconden corrigeren.

De kaart bestrijkt nu nog 4 procent van de noordelijke hemelhelft. De sterrenkundigen willen doorgaan tot ze de gehele noordelijke hemel in kaart hebben gebracht. Naast de superzware zwarte gaten geeft de kaart onder andere ook inzicht in de grootschalige structuur van het heelal.

Wetenschappelijk artikel
The LOFAR LBA Sky Survey – I. survey description and preliminary data release. Door F. de Gasperin et al. Geaccepteerd voor publicatie in Astronomy & Astrophysics. Gratis preprint: https://www.astronomie.nl/upload/files/2021/DeGasperin-AandA-2021.pdf

Bron: Astronomie.nl.

Zwarte gat-formaat magnetische velden gecreëerd in labomgeving met extreme lasers

Recent experimenteel onderzoek o.l.v. de Japanse ingenieur Masakatsu Murakami van de Universiteit van Osaka, onthult dat het mogelijk moet zijn om in een laboratoriumomgeving magnetische velden op te wekken die vergelijkbaar zijn met de extreem krachtige magneetvelden in neutronensterren en zwarte gaten. Dergelijke sterke magnetische velden, die zouden worden gecreëerd door microtubuli met lasers op te blazen, zijn van groot belang voor het uitvoeren van fundamenteel fysisch en astronomisch onderzoek. Het wetenschappelijk artikel van Murakami e.a. is recent gepubliceerd in Scientific Reports.*

Lees verder

Russische astrofysici onderzoeken wormgat-kandidaten tussen actieve galactische kernen

Een team Russische astrofysici o.l.v. Mikhail Piotrovich verbonden aan het Centraal Astronomisch Observatorium, Pulkovo, St. Petersburg, heeft de hypothese geopperd dat ongewone hoogenergetische gammaflitsen mogelijk zouden kunnen onthullen dat wat supermassieve zwarte gaten (SMBH’s) lijken, in werkelijkheid wormgaten blijken te zijn. Bij deze nieuwe zoekmethode voor potentiële wormgaten, detectie aan de hand van ongebruikelijke gammaflitsen, stelt Piotrovich en zijn team dat deze supermassieve zwarte gaten feitelijk de ‘ingang’ of ‘mond’ vormen tot deze wormgaten. Een wormgat, ook bekend als Einstein-Rosenbrug, is een hypothetische mogelijkheid om binnen ruimtetijd sneller dan het licht te reizen, ze vormen a.h.w. speculatieve bruggen tussen verre locaties in de ruimte, en bieden zo een potentiële kosmische snelkoppeling naar bestemmingen die met andere middelen onbereikbaar zouden zijn. Hoewel wormgaten worden voorspeld door Einsteins algemene relativiteitstheorie, moet hun bestaan i.t.t. zwarte gaten, nog empirisch worden bewezen. Toch lijken ze in veel opzichten op elkaar. Beide soorten objecten zijn extreem compact en bezitten een buitengewoon sterke aantrekkingskracht. Het belangrijkste verschil is dat objecten uit zwarte gaten, na het passeren van de waarnemingshorizon van het zwarte gat – de drempel waar de snelheid die nodig is om aan de zwaartekracht van het zwarte gat te ontsnappen groter is dan de snelheid van het licht – niet meer kunnen ontsnappen terwijl elk object dat een wormgat binnengaat, in theorie van koers zou kunnen veranderen.

Lees verder

Astronomen doen onderzoek naar vorming ultra-massieve zwarte gaten en hun mogelijke link met donkere materie

Recent kosmologisch onderzoek uitgevoerd door een groot internationaal team van de Queen Mary Universiteit, Londen i.s.m. het Lüdwig Maximilians Universiteit te München en de Universiteit van Amsterdam, heeft studie gedaan naar de potentiële aanwezigheid in het heelal van ultra-massieve zwarte gaten (Eng. stupendously large black holes) kortweg SLAB’s genoemd, hun vorming en een mogelijke link m.b.t. donkere materie. Zwarte gaten zijn er in meerdere soorten, stellaire zwarte gaten, zijn van origine supernovae resten, en wegen meerdere zonsmassa’s. De super-massieve zwarte gaten (SMBH) in intergalactische nuclei kunnen wel miljoenen zonsmassa’s zijn. Sluitend bewijs voor het bestaan van de SMBH’s is er afdoende, zo is er bv de Sagittarius A* ( 4×106 M) die zetelt in onze Melkweg, en ook zijn er SMBH’s in de intergalactische ruimte. Dat er een natuurlijke bovengrens is aan de massagrootte van deze SMBH’s is ook theoretisch bewezen. Het team stelt: “Als de SMBH te groot is, houdt deze op te groeien daar de schijf te massief wordt en fragmenteert onder zelfzwaartekracht. Dit leidt tot een strikte bovengrens voor de massa van SMBH’s als functie van kosmische tijd en spin” De onderzoeksdata laat de mogelijkheid open dat er nog grotere, de SLAB’s kunnen bestaan, en dit was tevens de motivatie voor het hele onderzoek. Lees verder

Over zwarte gaten, TOE’s en umbrale maneschijn

Bijgaand presenteer ik jullie onderstaande video, waarin de wetenschapsjournalist Rob van Hattum van de VPRO ons meeneemt in de wereld van Miranda Cheng (UvA), de natuur- en wiskundige die zich bezig houdt met de snaartheorie, ‘Theories of Everything’ (TOE’s), umbrale maneschijn en zwarte gaten – ik blogde er vijf jaar geleden al eens over. Er schijnen maar vier mensen op de hele wereld te zijn die begrijpen waar Miranda Cheng mee bezig is. Laat ik jullie geruststellen: ik ben niet één van vier. Kijk en geniet van de video (Klik op de afbeelding om de video te starten – eronder een korte beschrijving van de video).

Credit: VPRO

Kan wiskunde alles beschrijven? Wiskunde beter begrijpen is een manier om bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie het hoofd te bieden en de schoonheid van de natuur te verklaren en naar onze hand te zetten. Natuur- en wiskundige Miranda Cheng houdt zich op het allerhoogste niveau bezig met wiskunde. Ze promoveerde op de snaartheorie en zwarte gaten. Cheng ontdekte samen met collega’s een nieuwe maneschijn-theorie, de ‘snaartheorie en zwarte gaten.’. Ze neemt de kijker mee naar haar roots in Taipei, Taiwan. En wetenschapper Erik Verlinde vertelt over Chengs verdiensten.

Bron: VPRO.